Home

  • 35. Wij

    OVER HET CATEGORISEREN VAN GROEPEN MENSEN

    Vandaag gaat het over de groepen waar een mens deel van kan uitmaken, de groep mensen die je met wij aanduidt. Als ik over de laatste vakantie spreek en ik zeg: “Wij zijn op vakantie geweest naar Normandië”, dan bedoel ik mijn geliefde, mijn twee jongste kinderen en mijzelf. Als ik zeg “Wij doen het liever staande” heb ik het over zeg maar de helft van de wereldbevolking, het mannelijke deel, inclusief mijzelf, over de lichaamsstand bij het urineren. Bij wijze van voorbeeld dan en los van de vraag of die uitspraak correct is en of die voorkeur ook ten uitvoer moet worden gelegd.

    Tegenover elk “wij” staan alle mensen die daar geen deel van uitmaken en die verdelen we graag in aparte groepen: mensen uit verschillende landen of werelddelen, mensen van een verschillende levensbeschouwelijke achtergrond of seksuele voorkeur, leeftijdsgroepen, etc. Tegenover – of moet ik zeggen naast – elke “wij” staat dan tenminste één “zij”. En op elke “zij” zit een etiketje, een gevolg van het categoriseren dat we met alles om ons heen doen om het voor ons hanteerbaar te maken.

    Vóór en na de Kerstnacht

    In zijn “De meeste mensen deugen” laat Rutger Bregman 1) zien dat kinderen dat etiketteren van “de anderen” al op heel jonge leeftijd doen. In een klas werden willekeurig blauwe en rode shirts gegeven aan de kinderen en het duurde niet lang voordat de blauwen een oordeel hadden over de roden en omgekeerd.

    Bregman komt wel met mooie voorbeelden van situaties waarin de beelden over die anderen plotseling verdwenen. Zoals in de kerstnacht van 1914; toen stapten Duitse en Franse soldaten uit de loopgraven en gingen tussen de frontlinies samen kerstliederen zingen; voor velen misschien de eerste keer dat ze de vijand in de ogen keken. En het beeld was voor altijd veranderd. Later vochten ze weer tegen elkaar, maar niet omdat die mannen aan de andere kant hun vijand waren, maar om hun kameraden niet in de steek te laten. 

    Beelden en etiketten

    Ik ben zelf opgegroeid in een witte, katholieke omgeving. Je hoorde wel verhalen dat katholieke en protestantse scholieren met elkaar op de vuist gingen, maar dat heb ik zelf nooit meegemaakt. Van de lagere en middelbare school kan ik me als niet-witte klasgenoot alleen een jongen herinneren met een, dacht ik, Japanse naam, maar hij bleek, zo vernam ik onlangs, de zoon te zijn van een Balinese prins. En misschien door die eenzijdige omgeving, en hoezeer ik ook een afschuw heb van discriminatie, ben ik in mijn leven niet ontkomen aan het vormen van beelden en etiketten over groepen mensen, die ik dan vervolgens ook op individuele personen heb losgelaten respectievelijk geplakt.

    Ook mijn ervaring is dat kennismaking met individuen uit die “andere” groepen zeer behulpzaam is bij het loslaten van stelligheden over die groepen. Je kunt op Youtube tegenwoordig ook veel filmpjes aantreffen over “de Nederlander” en vooral dat die zo direct zou zijn. Dat zal best wel vaker het geval zijn dan bij Japanners, maar het geldt uiteraard niet voor elke Nederlander.

    Venus en Mars

    Een heel aparte groepsindeling, vooral omdat de meeste groepsleden vaak juist heel erg hun best doen om bij een lid van de andere groep te zijn, is die van mannen versus vrouwen, de mensen die van Mars afkomen en de anderen die van Venus zijn. Nou ja, dat kan natuurlijk niet want je hebt nu eenmaal iets van een man nodig en iets van een vrouw om daar een nieuw mens uit te vormen dus voordat ze op aarde belanden moet er toch wel iets gebeurd zijn tussen Venus en Mars. In het boek van John Gray 2), in Nederland al 450.000 keer verkocht, worden biologische argumenten gebruikt die het verschil in gedrag tussen mannen en vrouwen zouden verklaren. Inmiddels is de algemene wetenschappelijke opvatting dat de meeste verschillen in gedrag en voorkeuren door “socialisatie” ontstaan en dat deze verschillen geen biologisch fundament hebben. 

    Ondertussen emancipeert de vrouw verder 3) en proberen mannen een beetje mee te doen. Het is niet voor te stellen dat pas vanaf 1955 vrouwen in overheidsdienst die gingen trouwen niet meer automatisch worden ontslagen. We zijn daar al ver vandaan, maar ondertussen verdienen vrouwen nog steeds minder dan mannen voor het zelfde werk, doen ze meer huishoudelijke taken en is het hele gebeuren rond het groot brengen van kinderen ook nog scheef verdeeld. Kijk maar eens op de schoolpleinen als de kinderen ’s middags worden opgehaald; vrouwen overheersen daar en de meeste mannen die daar staan te wachten zijn de gepensioneerde opa’s. Verder worden vrouwen opgescheept met een schoonheidsideaal, mede door modebladen ingegeven. In een interview met de redactie van een modeblad werd eens gezegd: “De werkelijkheid is niet meer te verkopen” 4). Dus alles wat je in die bladen ziet is fake en leidt tot meer smeersels en minder waardigheid en de apps halen bij foto’s die je plaatst op Instagram e.d. desgewenst alle rimpeltjes en oneffenheden automatisch weg. Maar je wil toch wel op je foto lijken!

    Uiterlijk en identiteit

    Biologische verschillen spelen trouwens ook een grote rol in de discussie over allen die niet in het standaardhokje man/vrouw vallen. Er zijn inmiddels een flink aantal groepen geïdentificeerd waartoe mensen kunnen behoren op basis van hun seksuele voorkeuren en hun gevoel voor seksuele identiteit 4). Vooral de vraag of en onder welke voorwaarden mensen de seksuele geaardheid, zoals die bij geboorte in de officiële registers is opgeschreven, mogen veranderen is een actueel issue. Interessant daarbij is dat er volgens hersenonderzoeker Dick Swaab 5) een hersengebied is gevonden dat bij vrouwen anders is dan bij mannen, maar dat die verschillen bij iedereen groter of kleiner kunnen zijn. Ook is vastgesteld dat bij de groep mannen die zich meer vrouw voelen dat hersengebied gemiddeld meer naar de vrouwelijke kant neigt dan bij de groep andere mannen. Het gebied waarin zich dat gevoel afspeelt (het gevoel van “genderidentiteit”) komt in de foetus pas later in ontwikkeling dan de geslachtsorganen en dat loopt dus niet gelijk op. Lichamelijke factoren kunnen dus wel degelijk een rol spelen bij het gevoel dat je hebt een man of een vrouw te zijn.

    Het leek zo makkelijk: je hebt vrouwen en je hebt mannen; mannen voelen zich man en vrouwen voelen zich vrouw; ze gedragen zich zoals ze zijn en zich voelen; mannen vallen op vrouwen en vrouwen vallen op mannen. Maar de realiteit is anders, een verscheidenheid, die sommigen maar moeilijk kunnen accepteren.

    Hoor je erbij?

    Hierboven ging het vooral over het wij-zij gebeuren en hoe de ene groep naar de andere kijkt. En dat zal altijd wel in beweging zijn. Een heel ander verhaal is het gebeuren binnen groepen, binnen clubs, binnen werkverbanden, tussen de buren, binnen de familie, etc. Daar gebeurt natuurlijk ook van alles met misschien wel de belangrijkste vraag: hoor je er echt bij of niet. Daarover schrijf ik later misschien nog eens. 

    O O O O O O O O O O O O O

    1. Rutger Bregman. De meeste mensen deugen. 2018
    2. John Gray. Mannen komen van Mars, Vrouwen komen van Venus. 2014
    3. Elke beweging kent zijn tegenbeweging. In de VS zijn “tradwives” (traditionele huisvrouwen) in opkomst, die hun kernwaarden zien in zorgzaamheid, volgzaamheid, maar boven alles: in moeder zijn of worden. Op Youtube en TikTok (Facebook is ook in die kringen niet meer hot) laten ze zien  – google maar op tradwives – wat ze allemaal doen om zich voor hun man mooi te maken en hem in andere opzichten te verwennen, vaak refererend aan de bijbel.
    4. Documentaire Beperkt houdbaar uit 2007 (toen al!) te zien op neostart.nl
    5. Zie de website: https://iedereenisanders.nl/info-tips/seksuele-orientatie/lhbtiq 
    6. Volkskrant 3 december 2022 “Biologen zien steeds meer tussen man en vrouw.”

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet anderen er op te wijzen: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 34. Kunst (van het) kijken

     

    OVER VISUEEL GENOT

    Het eerste wat bij mij opkomt is: misschien ervaren we het meeste visuele genot wel als aspect van de op sexualiteit gebaseerde aantrekkingskracht. Die is van alle tijden en naar ik vermoed aanwezig in een groot deel van ons leven. Maar het achterliggende daarvan is, vanuit de evolutie en het reptielenbrein gezien, gewoon een overlevingsfunctie van de soort.

    Nee, dán de kunst! 

    Ik werd in musea altijd net zo moe als in de Ikea. Honderden objecten vragen daar om mijn aandacht. En die kan ik natuurlijk niet aan elk object geven. De blik is van het ene kunstwerk weg en dan komt onmiddellijk het volgende in beeld. En dat hou ik nooit lang vol. Maar sinds ik bankjes heb ontdekt en mijzelf heb toegestaan om niet naar alle kunstwerken te kijken kom ik heel graag in musea. De eerste keer dat ik dat zo heb ervaren was in het Rijksmuseum in Amsterdam en na 20 minuten bij de zalen waar ook de grote meesters hangen was ik heel erg moe geworden. Ik ging naar een ruime hal en kon daar heerlijk op een bankje zitten en zag toen eigenlijk pas voor het eerst het gebouw en de prachtige ruimte waarin ik zat. Die ruimte beschouwen en op je in laten werken zonder te focussen op welk object of detail dan ook was een verademing.  

    Er is in een museum meer te zien dan alleen kunst. Ik heb een keer in het Singer Museum in Laren naar alles gekeken behalve naar de uitgestalde kunstwerken. En gefotografeerd: de totale ruimte van de expositiezalen, de plafondstructuur, de banken in de zalen, de toiletborstel van bovenaf bekeken 1), etc. Het was één van mijn leukste museumbezoeken.

    Van Gogh

    Visueel genot is iets dat mij overkomt. Ik had al tientallen schilderijen van Van Gogh gezien in het Van Gogh Museum, maar een schilderijtje uit de donkere, Brabantse periode van Van Gogh dat in het Brabants Museum hangt, kwam mij vanaf een flinke afstand pas echt tegemoet, het was een indringend portret van een boerenvrouw (Vrouw met falie), het drong zich aan mij op en maakte mij emotioneel.  Terwijl ik misschien in de “standby”-modus, gedachteloos door de zaal aan het wandelen was.  En één van de delen van de TV-serie Krabbé zoekt Chagall kabbelde rustig aan mij voorbij totdat plotseling het schilderij Reclining nude in beeld kwam met een mij verrassende kleurschakering. 

    Voor visueel genot hoef je niet naar een museum. Ik had een cursusweek gehad in Cadzand. Na afloop pakte iedereen de bus of zijn auto, maar ik ging met Han, een medecursist, wandelen richting Breskens. Na een uur lopen in de zon langs de provinciale weg en met koffers in de hand stopten we even, ik keek om me heen en van de boom die daar in de zon stond kwamen roze gekleurde lichtstralen op me af, trillend, zoals ik nog nooit had gezien en ook nooit zal vergeten. Daarna ging het geheugen met zijn associaties aan het werk en vroeg ik me af of dergelijke ervaringen Van Gogh er toe hebben gebracht om te schilderen zoals hij deed.   

    Andersom kijken

    Ons kijken is meestal naar buiten gericht; je kijkt uit je ogen, speurend, scannend. Zelfs als we in de natuur zijn benoemen we zonder dat we er erg in hebben, hardop of voor onszelf, wat we zien. Vaak met een stukje observatie erbij (hé, wat leuk, een gewone boterbloem, dat had ik niet verwacht; of: je kunt wel merken dat de zomer bijna voorbij is, je ziet al wat bruine blaadjes) of een vergelijking (het landschap hier doet me erg aan Luxemburg denken). Hier is dus het brein bezig dat zijn voorspelde scenario naar buiten brengt en projecteert op wat daar is. We verwoorden vaak wat we zien, als niemand in de buurt is misschien zelfs hardop, en we zijn al aan het oefenen in ons hoofd over hoe we het straks thuis of op Facebook of Instagram zullen vertellen.  

    Barry Long, een eerdergenoemde Australische spirituele leraar, suggereerde dat je het andersom zou kunnen doen. Je laat je blik ergens halverwege voor je hangen en maakt je blikveld zo breed mogelijk en dan laat je de beelden naar je toekomen; je richt je niet op iets specifieks, je richt je op niets, want richten beperkt het beeld. Er is in die aanpak ruimte voor een bredere waarneming en je ziet wat er is, zonder dat je eerst je verwachting daarvan hebt gecreëerd.

    Als ik buiten in de natuur zit of wandel, en ik kijk op deze manier dan ervaar ik een soort omhulling door de omgeving, er zit meer diepte in, het lijkt veel meer 3D dan wanneer ik de blik laat springen van object naar object. En dan komt er rust in mij. Misschien ook omdat het aandacht kost om de blik breed te houden en daardoor is er even geen ruimte voor gedachten. Rust ook omdat ik niet actief kijk, speur, scan, projecteer, maar niets anders doe dan het totale spectrum ontvangen aan lichtschakeringen die bij mij binnenkomen. De neiging om te gaan focussen en specifieke dingen te zien en te benoemen ligt altijd op de loer. Maar gelukkig merk ik dat vaak en zet ik mijn ogen weer op een brede blik en kan ik de ruimte blijven ervaren.   

    Wachtend in de rij voor de kassa

    Ik gebruik zelf deze techniek vaak ook in binnenruimtes. Als je in de rij voor de kassa staat kun je voor je uit staren of je blik langs honderden items laten gaan, maar het meest ontspannend is gewoon de ruimte om je heen naar binnen laten komen zonder focus, zonder specifieke aandacht voor wat dan ook. Vaak komt dan in me op om toch nog even het boodschappenlijstje te checken. Maar ik probeer die gedachte dan snel van me af te werpen. Erger dan nadat je hebt afgerekend nog een keer de winkel in te moeten voor een vergeten boodschap is het, althans voor mij, om het karretje in de rij te laten staan en de winkel weer in te rennen om mij op tijd weer in de rij voor de kassa te voegen. 

    Door die manier van kijken ervaar ik een moment van (visueel) genot, dat haalt mij dan even weg uit de voortdurende stroom van scannen en associëren. En daar kan ik misschien wel meer van genieten dan van het zien 2) van 300 schilderijen.

    O O O O O O O O O O

    1)Singer Museum Laren. Toiletgerei. 2019

    2)Deze methode heb ik nog niet toegepast op het kijken naar kunst. Voor het kijken naar kunst adviseer ik daarom een boekje van kunsthistorica Wieteke van Zeil. Haar belangrijkste advies is gelijk aan de titel van haar boek, namelijk “Goed kijken begint met negeren” (2018). Negeer het grootste deel van de zalen en kunstwerken, negeer de informatiebordjes naast de werken, negeer in eerste instantie het totale kunstwerk en besteedt dan aandacht aan details en ‘kom het kunstwerk binnen’ en pas dan: zoom uit en zie het hele kunstwerk. En inderdaad, dat kan je op zaken brengen die je bij vluchtige beschouwing helemaal niet ziet. 

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet anderen er op te wijzen: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 33. Doet ie ’t of doet ie ’t niet 

    OVER KEUZES MAKEN

    We maken duizenden keuzes is ons leven. Om dingen te doen, en hoe, of juist niet te doen. Grote keuzes zoals waar je gaat wonen, waar je gaat werken en met wie je je leven gaat delen. En kleine, misschien wel 500 op een dag, die je nauwelijks merkt. Vandaag moest ik beslissen of ik al uit bed zou gaan of nog even zo zou blijven liggen, hoeveel suiker ik in de koffie zou doen, of ik voor de vijfde keer vandaag naar Buienradar ga kijken of pas over een uurtje, welke apps ik open en of ik op nu.nl ook de sportberichten ga lezen (inderdaad die had ik gisteravond al gezien, geen nieuws), of ik dat hemd nog een dagje aan kan doen of dat ie in de was moet, wat ik op mijn boterham neem, of ik nu al aan het werk ga of toch eerst even in de zaterdagse bijlage van de krant ga kijken, hoeveel pasjes ik vandaag ga lopen, of ik de vaatwasser nu uitruim of wacht totdat iemand anders het heeft gedaan, etc.  

    Op een dag weet je het, …

    Soms duurt het een tijd voordat je een beslissing neemt. Je bent ermee bezig, zoekt dingen uit, zet plussen en minnen op een rijtje. Maar ondertussen gebeurt het niet alleen in je hoofd. Onderzoek heeft uitgewezen dat we besluiten nemen voordat we ons daarvan bewust zijn. Je kent misschien de reclame voor de werving van NS-conducteurs: “Op een dag weet je het: je wordt conducteur”. Je wordt wakker en de beslissing is, misschien na maanden dubben – er was misschien ook nog een alternatief – in die nacht tot stand gekomen. Het dromen, voelen en denken in samenhang met allerlei fysieke processen heeft in je slaap de beslissing genomen en bij het wakker worden aan het bewustzijn aangeboden. En dan weet je het. Je hoeft er niet meer over na te denken.

    Maar het kan ook gebeuren dat je op het moment suprême, als je op het punt staat een stap te zetten, opeens een knoop in je maag krijgt bij de gedachte om die stap te zetten en te ondergaan wat daaruit voortvloeit. Of je krijgt het, zoals recent een familielid overkwam, heel benauwd op het moment dat je een sollicitatiebrief op de bus wil doen. Dan weet je lichaam, je systeem, dat het niet goed is en kun je er maar beter goed naar kijken en je de vraag stellen of dit écht is wat je wil.

    Niet doen wat je wel wil

    Ik vertelde al eens dat ik een keer onder de douche stond, tegen mezelf zei: nu ga ik er uit. Maar dat er niets gebeurde en ik opeens, tien minuten later, merkte dat ik buiten de douche stond en me aan het afdrogen was. Misschien wilde ik er eigenlijk niet uit, of hield mijn lichaam het tegen omdat het nog een beetje warmte dacht nodig te hebben. Of was ik direct na de ferme uitspraak in een gedachtenstroom gekomen en hield de associatietrein pas stil toen ik opmerkte dat ik me stond af te drogen in de realiteit van het moment. 

    Zo zijn er allemaal ideeën, voorstellen, suggesties en aanbiedingen die bij je langs komen en die niet tot actie leiden terwijl je daar achteraf best wel op in had willen gaan.  Het is weer die amygdala, de alarmbel in je hersens, die elke situatie die je tegenkomt onmiddellijk heeft bekeken op kansen en bedreigingen en die eigenlijk altijd wel een tegenwerping weet te presenteren op elk voorstel of idee om tot actie te komen of je direct te voeren naar wat op korte termijn, op dat moment, het meest aantrekkelijk is. In de douche-casus: lekker daaronder blijven staan.

    Even wachten

    De Amerikaanse Mel Robbins zegt dat je de eerste vijf seconden na een impuls om iets te doen, de tijd waarin de amygdala actief is met het opwerpen van allemaal bezwaren, hardop of in je hoofd met al je aandacht rustig 5-4-3-2-1 moet zeggen en dan meteen tot actie overgaan. Dat is vooral handig in situaties die je je al had voorgenomen, bijvoorbeeld: ik ga elke dag een half uur wandelen. Op het moment dat je je dat voornemen herinnert – dan is er die impuls tot handelen –  geef je gewoon geen ruimte aan tegenwerpingen en gaat naar buiten (of niet natuurlijk als dat gewoon praktisch niet gaat). Bij mij zit het “Nee, eerst nog een kopje koffie” me vaak in de weg en de andere afleidingen die daarna nog komen.

    De Amerikaan Michael Singer had genoeg van de stem in zijn hoofd die de hele dag commentaar leverde, over wat leuk was en vooral ook wat niet leuk was en hij was daarom dagenlang in meditatieve staat. Hij had zich ondertussen wel voorgenomen om, als er iets op zijn pad kwam, niet te luisteren naar die stem die altijd bereid is direct een hoop bezwaren te maken. En als hij die tegenwerpingen terzijde schoof pakte hij vaak dingen op die hem weliswaar uit zijn meditatieve bestaan weghaalden, maar waar hij met volle overgave mee aan de slag ging. Hij gaf het leven de leiding. Zoals toen iemand hem vroeg een huis voor hem te bouwen en toen eerst het “daar moet je natuurlijk nooit aan beginnen” door zijn hoofd klonk, maar daarna een stil en vredig gevoel van bewustzijn volgde dat geen woorden nodig had. “Ik wist gewoon dat mijn gelofte me over te geven aan het leven erom vroeg dat ik zou kijken waar dit heen zou gaan.” 2)

    Wel doen wat je (eigenlijk) niet wil

    Destijds werd er door mijn werkgever een cursus aangeboden en die heette: de Creatiespiraal, ook nu nog te koop, en die bestond uit maar liefst 12 stappen en dan zou er iets moois moeten zijn gerealiseerd. De eerste stap was het formuleren van de wens, dan het verbeelden, geloven, uiten, netwerken, plannen, beslissen tot en met het handelen en evalueren. En toen dacht: je zult toch maar beginnen met een verkeerde wens. Dan doorloop je al die 11 volgende stappen en word je toch niet gelukkig. Je ziet soms wel die kinderen die aan een talentenjacht meedoen en dan zeggen dat ze meedoen om beroemd te worden. En als ze dan succes hebben een hekel krijgen aan elke keer weer dat liedje te moeten zingen. En op hun zestiende al depressief zijn.  

    In elke situatie en bij elke impuls zal de amygdala naar de kansen en bedreigingen kijken. Maar dan vooral naar kansen om je status, macht, bezit en continuïteit (de vier p’s van de Australiër Barry Long: power, possession, position en permanence) te vergroten of veilig te stellen. De amygdala heeft niet zoveel van doen met je diepere wensen, met authenticiteit, met je “innerlijke drive”, kortom met jezelf zijn. Daarom is het in eerste instantie moeilijk om nee te zeggen tegen zogenaamd aanlokkelijke voorstellen (ik kan zelf soms ook moeilijk nee zeggen tegen niet aanlokkelijke voorstellen). De vijf tellen van Mel Robbins kunnen dan ook gebruikt worden om na te gaan of je iets echt wel wil.

    Mijn vroegere leraar engels, Pater Mooijman S.J., zei altijd: “Kalmte kan je redden.” Dus niet te snel ja, maar ook niet meteen nee zeggen.

    O O O O O O O O O O

    1)   Mel Robbins. De 5 seconde regel; de simpelste methode om je leven echt te veranderen. 2018. Oorspr. The 5 Second Rule. 2017

    2) Michael A. Singer. Het overgave experiment. 2020. Oorspr. The Surrender experiment. 2015

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet anderen er op te wijzen: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 32. Uitstapje naar de buitengebieden

    OVER BIJZONDERE WAARNEMINGEN

    Vandaag aandacht voor drie verschijnselen die worden waargenomen buiten onze klassieke zintuigen om: dromen, paranormale verschijnselen en bijna-doodervaringen. 

    Dromen

    Dromen spelen al heel lang een rol in het leven van de mens. Meer dan 3000 jaar voor Christus werden al dromen vastgelegd op kleitabletten, in de Bijbel vind je veel dromen en in de Islam zijn dromen het begin van de Openbaring. Vaak werden die dromen gezien als een boodschap van God aan de mens en belangrijke leiders hadden altijd droomuitleggers om zich heen. 

    Iedereen heeft elke nacht een keer of vijf een fase met grote hersenactiviteit; de ogen bewegen dan snel en die fase wordt dan ook aangeduid met REM-(rapid-eye-movement)-slaap en in die fase van de slaap wordt gedroomd, hoewel veel mensen zich daarvan niets herinneren als ze wakker worden.

    Betekenis

    Ik heb een paar dromen gehad die een aantal keren terug kwamen. Ik deel mijn leven wel eens in in twee delen, deel 1 en deel 2. Deel 2 (door mij ook wel eens aangeduid met “Part II”) werd voorafgegaan door de bekende mid-life crisis (volgens de Stichting Nederlands zou daarvoor de term halfwegcrisis gebruikt moeten worden). In het eerste deel van mijn leven droomde ik vaak van een wandeling op het strand waarbij de zee, links van mij, steeds hoger kwam, terwijl aan de rechterkant een grote klif was waardoor ik niet kon ontsnappen; deze droom eindigde altijd voordat het water mij kon bereiken. In deel 2 heb ik dat niet meer gedroomd, maar toen heb ik juist een aantal keren genoten van het zwemmen. Ik heb me nooit echt verdiept in de betekenis van deze dromen, maar kwam er wel achter dat lekker zwemmen in je droom te maken had met het toelaten van gevoelens; en dat durfde ik in deel 1 nog niet zo. 

    Ik heb een paar keer gedroomd dat ik keurig aangekleed was, maar dan opeens zag dat ik op blote voeten liep. Voor mij had dat te maken met sociale situaties waarin ik ook liever niet te veel van mijn gevoelens wilde laten zien. Ik heb drie websites 1) bekeken die over het thema blote voeten uitleg geven, maar daar komen heel verschillende interpretaties uit, variërend van teken van stevigheid, sentimentaliteit, mobiliteit, vrijheid, behoefte aan vriendelijkheid tot en met de mogelijkheid dat mensen je achter je rug om willen belazeren. Daar heb je dus niets aan. 

    Vooral dromen waarin ik het naar mijn zin heb, bijvoorbeeld mijn favoriete droom waarin tijdens het wandelen mijn passen steeds groter en lichter worden totdat ik met elke pas vliegend afstanden van 100 meter overbrug, laat ik graag zoals ze zijn en ik geniet er lekker van. 

    Paranormale verschijnselen

    Door de eeuwen hebben mensen dingen ervaren die buiten de normale wegen tot stand kwamen of werden waargenomen. Er waren en zijn mensen bezig met waarzeggers, astrologische voorspellingen, het zoeken van contact met de doden via mediums, spirituele séances als vermaak met bewegende tafels en met het genezen (maar ook doden, via de voodoo-pop) op afstand. Er was ook wetenschappelijke belangstelling voor. De Utrechtse professor Wilhelm Tenhaeff was in de jaren 1970 – ‘80 hoogleraar Parapsychologie in Utrecht en werd wereldberoemd met publicaties over zijn ervaringen met de paragnost Gerard Croiset. Helaas konden de onderzoeksresultaten, zelfs naar later bleek met enig gesjoemel, (nog) geen duidelijk bewijs leveren dat er iets onverklaarbaars aan de hand was. Tenhaeff werd vervangen en uiteindelijk werd begin deze eeuw de leerstoel helemaal opgeheven. 

    Je hoort wel van die verhalen over tweelingen, vooral eeneiige, die zo’n band met elkaar hebben dat ze het van elkaar weten als er iets ergs aan de hand is, ook al zitten ze 20.000 km van elkaar verwijderd. Maar ook bij deze groep is (nog) niet aangetoond dat het daarbij om meer dan toeval gaat. 

    En toch is er meer tussen hemel en aarde (ik zou zeggen tussen de kleinste deeltjes en verste verten) dan we nu kunnen bevatten. Lees maar de bijna dagelijkse berichten over nieuwe ontdekkingen in de ruimte die er voor zorgen dat de bestaande theorieën, gelijk poolkappen, binnen een paar jaar helemaal verdwenen zullen zijn.

    Kwantum-bewustzijn

    Er wordt de laatste tijd ook veel gesproken over kwantumdeeltjes die een rol kunnen spelen in het contact tussen mensen. Het zijn de kleinste deeltjes van een cel en die kunnen paarsgewijs met elkaar in verbinding staan, ook op grote afstand, tegelijk positief en negatief zijn en zich ook anders gedragen afhankelijk van de vraag of ze al dan niet worden bekeken. Daar begrijp ik helemaal niets van, maar er is niet alleen in de wereld van de deeltjeswetenschappers, maar ook van de psychologie- en neurowetenschappers grote opwinding over. Er wordt dan een relatie gelegd tussen die deeltjes en de werking van het bewustzijn. En de brug van het bewustzijn van de ene mens naar dat van de ander zou misschien door die rare deeltjes kunnen worden gevormd. En dat zou ook de verbinding op afstand van die tweelingen kunnen verklaren. Er is grote onduidelijkheid over die allerkleinste deeltjes, maar verder onderzoek zou zo maar heel grote verrassingen kunnen opleveren.

    Terugkomen met enthousiaste verhalen

    Er is al lange tijd belangstelling voor zogenaamde bijna-dood-ervaringen (BDE’s). Tijdens BDE’s, zo wordt door de betrokkenen gerapporteerd, zie je je eigen lichaam vanuit een heel andere positie, je gaat door een tunnel, ziet licht aan het einde en komt daar soms je overleden familieleden of zelfs Jezus of Mohammed (afhankelijk van je geloof) tegen. Pim van Lommel 2) concludeert  uit deze getuigenissen dat het bewustzijn buiten de hersenen zetelt. Anderen, zoals Dick Swaab 3), stellen dat er voor al deze verschijnselen wetenschappelijke verklaringen zijn. De bijzondere waarnemingen worden volgens Swaab veroorzaakt doordat er enerzijds nog steeds hersenactiviteit bestaat (in de laatste fase zelfs met enkele grote pieken terwijl het hart dan soms al stilstaat) en anderzijds doordat de verminderde bloedtoevoer leidt tot minder of verkeerd functioneren van de zintuigen.  Dick Swaab heeft zelf twee keer een BDE ervaren. Bij één van die gelegenheden zag hij beneden zich zijn vrouw, maar hij hoorde haar vlak bij zijn oor. 

    Er is niemand echt teruggekomen uit het hiernamaals, alle mensen met een BDE-ervaring zeiden dat ze vlak voor het point of no return werden teruggehaald. Maar als het gaat om iets meemaken, iets beleven, is zo’n BDE niet iets om tegen op te zien: de meeste mensen die het hebben ervaren vonden het heel mooi en kwamen vrediger en rustiger terug dan ze erheen waren gegaan en bleven dat ook.  Ik ben benieuwd. Ik zou me er bijna op gaan verheugen. 

    O O O O O O O O O O

     

    1).De drie websites die ik heb bekeken waren: droominfo.nl , lichaamengeest.be en dreamyobsession.com .

    2).Pim van Lommel. Eindeloos bewustzijn. 2007

    3).Dick Swaab. Wij zijn ons brein. Van Baarmoeder tot Alzheimer. 2010

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet anderen er op te wijzen: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 31. Lachen om home-videos

    Over spiegelen en inleven   

    Je ligt in de wieg, je ligt lekker te pruttelen, geluidjes te maken, je trappelt een beetje met je beentjes en stopt wat in je mond, bijvoorbeeld je handjes. Af en toe komt er een gezicht in de richting van je hoofd en als je lacht doet die ander dat na. Dat heb je al snel in de gaten en je neemt dat ook zelf over. Het grote imiteren, de na-aperij, dat een belangrijke factor vormt in het leven, is dan begonnen. Het imiteren gaat nog beter vanaf het moment dat je jezelf herkent in de spiegel; dat geldt voor apen en voor mensen. Op een leeftijd van 2 jaar kunnen kinderen zich al in de spiegel herkennen. En hiermee wordt ook de basis gelegd voor het onderscheid tussen het ik en de ander.   

    Het spiegelende brein 

    In een mooi boek over spiegelneuronen 1) vertelt  Marco Iacoboni hoe collega-onderzoekers in het Italiaanse Parma erachter kwamen dat er iets als spiegelneuronen bestonden. Zoals vaker het geval in de geschiedenis was het ook hier het toeval dat de wetenschap heeft geholpen. Er werd hersenonderzoek gedaan bij apen waarbij onderzocht werd welke hersengebieden actief werden bij bepaalde activiteiten van de apen. Zo lichtten bepaalde cellen duidelijk op als een aap naar eten greep.   

    Eén van de onderzoekers gebruikte een keer zijn lunch in de nabijheid van een aap die nog op de meetapparatuur was aangesloten. De aap zat onbeweeglijk, maar de apparatuur gaf aan dat er grote activiteit was in het hersengebied dat de motorische aansturing regelt van het grijpen.  De aap had dus gezien dat de onderzoeker met zijn handen zijn eten oppakte en het lichaam van de aap reageerde daarop alsof hij zelf ook eten oppakte. Conclusie was dat er neuronen moeten zijn die visuele signalen opvangen maar tegelijkertijd ook motorische processen aansturen: spiegelneuronen dus.  Dus: zien eten doet eten, of het lichaam doet alsof.   

    Inleven door imiteren 

    Het gebeurt me wel eens, bijvoorbeeld als ik aan de bar sta te praten, dat ik opeens merk dat ik in precies dezelfde houding sta als mijn gesprekspartner. En je zult misschien ook wel eens gemerkt hebben dat als je een droevig verhaal vertelt, de ander dan ook vaak een droevige uitdrukking op zijn of haar gezicht krijgt. Dat is een bekend fenomeen. Mensen spiegelen elkaar in houding en gezichtsuitdrukking en daarmee komen ze beiden in dezelfde gevoelssfeer.  

    Edgar Allen Poe wist dat al, want in zijn De Gestolen Brief uit 1844 zegt de hoofdpersoon C. August Dupin: “Als ik wil achterhalen hoe wijs, of hoe dom, of hoe goed, of hoe slecht iemand is, plooi ik mijn gelaatsuitdrukking zo nauwkeurig mogelijk in overeenstemming met de zijne en wacht dan af om te zien welke gedachten en gevoelens opkomen in mijn hoofd en dan is het alsof ik als het ware aansluit bij of beantwoord aan die uitdrukking.”  

    Emoties overbrengen 

    Sommige mensen weten heel goed dat emoties kunnen worden overgebracht, dus eigenlijk letterlijk overgaan op een ander. Dat geldt voor musici en voor cheerleaders, maar ook voor sprekers. Volksmenners als Hitler en Mussolini deden op een uitermate emotionele toon hun verhaal, daarbij ervoor zorgend  dat er eerst een angstgevoel wordt opgeroepen, waarna de woede wordt opgestookt die energie genereert om volksmassa’s in beweging te brengen.

    Overigens worden ook nu in elke cursus spreekvaardigheid de drie elementen van een goede rede besproken die Socrates al benoemde: het wekken van vertrouwen in de spreker en wat hij te berde brengt (Ethos), een verhaal dat logisch in elkaar zit (Logos) én het oproepen van emoties die uiteindelijk mensen beroeren of in beweging brengen. En elke succesvolle politicus en manager maakt er, al dan niet bewust, gebruik van. Churchill, Marten Luther King en Nelson Mandela worden vaak genoemd als behorend tot de beste sprekers ooit. In de Nederlandse politiek is Geert Wilders iemand die deze techniek goed beheerst.   

    Lachen om home videos 

    Ik krijg soms een zogenaamd grappig filmpje toegestuurd in de sfeer van Lachen om Home Videos, maar vaak moet ik niet lachen. Telkens als iemand in het water springt dat echter van een dikke laag ijs blijkt te zijn voorzien,  

    of als de klusser bij een kleine dakreparatie met dakgoot en al naar beneden valt,  

    of als argeloze toeschouwers golfballen en golfsticks tegen hun hoofd aan krijgen,  

    of de berijder van de spiksplinternieuwe motor op zijn eerste ritje de motor niet onder controle krijgt en afgeworpen wordt als van een ongetemd paard,  

    of als de tak hoog in de boom die iemand aan het doorzagen is uiteindelijk ook de tak blijkt te zijn waar hij zelf op staat,   

    of als vader met dochtertje voorop met hun slee van de helling afglijden en een steeds hogere snelheid krijgen en zij de enige boom die op die besneeuwde helling staat niet weten te ontwijken,  

    dan krijg ik pijn in mijn kruis; zelfs als ik dit nu zo opschrijf.

    Signaal 

    De emotie van de een wordt gevoeld door de ander. Met het spiegelen is de basis gelegd voor inleving en dat draagt bij aan het goed functioneren van groepen. Emoties hebben dus een functie voor degene die iets overkomt, maar het is ook een signaal en heeft daarmee dus ook een sociale functie.

    De slachtoffers die de hoofdrol spelen in de “grappige” home-videos hebben er echter niets aan dat miljoenen mensen de filmpjes zien en een signaal krijgen, we kunnen hun absoluut niet meer helpen. En ik krijg er dus pijntjes van. Ik heb besloten er niet meer naar te kijken.

    NB. Gisteren zag ik – toch – een paar fragmenten uit de uitzending 50 Jaar Te land, ter Zee en in de Lucht. Daar zaten natuurlijk ook een aantal situaties in waarbij mensen zich lelijk bezeerd moeten hebben. De commentatoren waren het er over eens dat een belangrijke succesfactor voor deze uitzending leedvermaak was. Ik vermoed dat veel kijkers dat leed, zoals ik, fysiek wel ervaren kunnen hebben, maar dat dat werd gecompenseerd door het plezier. Leedvermaak treedt volgens de wetenschap op als men het leed van de betrokkene rechtvaardig vindt, maar ook als de kijker zichzelf door die situatie beter gaat voelen dan het slachtoffer op TV, waarbij dan mee kan spelen dat het in deze TV-uitzending een zelf gewild slachtofferschap is.

    O O O O O O O

    1) Marco Iacoboni. Het spiegelende brein.

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet anderen er op te wijzen: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 30  Oma, wat heeft u een grote neus!

    OVER HET WAARNEMEN EN PRODUCEREN VAN GEUREN

    De titel zegt het al: vandaag weer iets over ons waarnemen. Om maar meteen te beginnen met het wegnemen van een misverstand: de kwaliteit van het ruiken is niet afhankelijk van de uiterlijke omvang van het reuk-apparaat. We moeten onze kinderen meteen er op wijzen dat als een wolf, of iets of iemand anders met een grote neus, zegt dat hij met die grote neus beter kan ruiken, er gerede twijfel kan bestaan over de goede bedoelingen van de spreker. 

    Professor Iris Sommer, psychiater, schrijver en hoogleraar psychiatrie in Groningen, begint haar laatste boek over zintuigen 1) met de neus. De neus is volgens haar het oudste zintuig en heeft van oorsprong vooral als doel het vaststellen of iets eetbaar is, maar heeft ook al heel lang een rol bij de voortplanting.  Het is een zintuig waarvan je een groot deel van de dag niets merkt; pas als er een brandgeur is (onmiddellijke actie), onaangename geurtjes zijn (die moeten zo snel mogelijk bestreden worden) of als er iemand met een sterk parfum of deodorant langsloopt dringt de geur tot je door.

    Wat niet op Funda staat

    Geuren spelen soms een grotere rol dan je denkt. Achteraf bedenk ik dat we zonder mijn neus waarschijnlijk nog in Diemen zouden wonen. Mijn geliefde en ik woonden daar in een huurhuis en hebben toen in die buurt een huis gekocht dat nog in aanbouw was. Een jaar later, nog vóór de oplevering van de nieuwe woning, kwam de Amsterdamse ring A10 gereed en de aansluiting op de A1. De nieuwe verkeersstromen gingen vlakbij ons langs, vanuit ons huis zagen we de auto’s rijden op de Zeeburgerbrug.  En we roken ze. Zeker als het wat mistig was en ik ’s ochtends op de fiets op weg ging naar mijn werk realiseerde ik me dat dat voor mij toch misschien niet de beste pek was om te wonen.      

    Ik kreeg een andere werkplek en één van de collega’s tipte mij voor een woning vlak achter de duinen. Mijn geliefde ging er meteen naar kijken en de volgende dag gingen wij samen. We stopten in een groene wijk (‘lommerrijk’ stond er in de advertentie van de makelaar), ik deed de deur van de auto open en de geur van de dennen en de duinen kwam meteen in mijn neus. Ik zei: “Als het huis ook nog wat is wil ik hier wonen.” We werden door de eigenaresse hartelijk ontvangen, het was er lekker warm, de houtkachel was aan en het rook naar koffie. We waren meteen verkocht en we wonen er nu met veel plezier al bijna dertig jaar.  

    Ik rook .. en dacht meteen ..

    Het vreemde van geuren is dat ze sterke associaties kunnen oproepen. In je geheugen zijn bij allerlei gebeurtenissen en situaties ook de bijbehorende geuren opgeslagen. Die komen misschien niet zo gemakkelijk naar voren als je aan die gebeurtenissen en situaties terugdenkt, maar omgekeerd kunnen bepaalde geuren die je ruikt je wel onmiddellijk terugleiden naar je plekken uit het verleden.    

    Corona

    Er zijn ook veel mensen die, zonder dat ze er aan denken, geuren ruiken die er niet zijn: zij leiden aan fantosmie of geurhallucinaties. In een onderzoek van het Amerikaanse National Institute on Deafness and Other Communication Disorders antwoordde 6,5% van de ondervraagden dat zij het ‘phantom odor perception’ ervoeren.  En dat was vóór corona. Tijdens corona hebben mensen last gehad van vieze geuren die er eigenlijk niet waren, waardoor de waarschuwende kant van de geurfunctie naar voren kwam, maar nog niet naar behoren werkte, terwijl de mensen die daar last van hadden aangename geuren (nog) niet konden ruiken.  

     De kunst van het ruiken

    Eén van de suggesties van de schrijver Rob Walker 2) is het maken van een geurwandeling waarbij je dan alles vastlegt op een geurkaart van je omgeving. Je hoeft niet eens de winkels binnen te gaan, op straat al ruik je de grote diversiteit aan geuren: de bakker, de Etos of Kruidvat, de garage of fietsenreparateur, boekhandel (let daarbij op het verschil tussen de gewone boekhandel en tweede-handsboekwinkel), bloemenwinkel, de kaasboetiek, je zult gauw merken dat elk zijn eigen duidelijk herkenbare geur heeft.   

    De meest indringende en storende geurervaringen die ik heb meegemaakt waren een esoterische new age winkel die decennia-lang blauw stond van de wierook en de geurtjes-winkel Lush, waar ik zelfs aan de overkant van de straat nog kokhalsneigingen van kreeg. Lush maakt die spullen zonder dierproeven, maar dat komt misschien omdat de dieren van de geur al doodgingen voordat ze ermee ingesmeerd zouden worden.  

    En dan loop je buiten in de frisse lucht te wandelen en dan komen er twee sportende personen langs in een wolk van deo’s; ook dat vind ik luchtvervuiling.    

    En dan wordt vaak gezegd dat de neus van de mens weinig voorstelt. De Volkskrant berichtte op 27 augustus vorig jaar echter dat er een “aanzwellende onderzoeksgolf is die anders concludeert”. Waar honden een specifieke geur uitstekend kunnen ruiken (de hash-hond) lijkt de mens in staat verschillen tussen miljarden verschillende samengestelde geuren te kunnen onderscheiden . Denk maar aan de genuanceerde en uitgebreide terminologie die de wijnkenners over ons heenstrooien.

    Geroken worden

    Met geurtjes geven we zelf ook signalen af. Iris Sommer beschrijft verschillende soorten zweet, waaruit conclusies zijn te trekken. Intensief sporten zorgt voor een andere geur zweet (die zij wel lekker vindt) dan kantoorwerken of de geur die in een volle trein kan hangen en die, zo heeft ze ervaren, ruikt weer anders dan angstzweet. En testosteron zorgt voor de productie van androstenol in het zweet van mannen, en dat kan, zolang het vers is, aantrekkingskracht hebben op vrouwen. En als je iemand ontmoet kijk je hem in de ogen om daaruit af te lezen of hij of zij betrouwbaar is, maar misschien gebruik je bij die scan ook je neus; iemand die liegt kan bijvoorbeeld angstzweet uitscheiden. 

    Wat mis je toch veel als je iemand alleen maar via internet ontmoet! En daarom is het jammer dat vooral jonge mensen het liefst hun eigen lichaamsgeuren verstoppen met allerlei spuitjes en smeersels. De geuren zijn boodschappers en door die te camoufleren, nemen we weer een beetje verder afstand van waarvoor het lichaam doet wat het doet. 

    O O O O O O O O O O

    1. Iris Sommer. De Zeven Zintuigen, over waarnemen en onwaarnemen. 2020
    2. Rob Walker. De kunst van het waarnemen ; 131 manieren voor meer creativiteit, inspiratie en verwondering in het dagelijks leven. 2019. 

     

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet anderen er op te wijzen: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 29. Wees nou eindelijk eens jezelf

    OVER DRIE BASISBEHOEFTEN

    We zijn ze al eerder tegengekomen: allerlei figuren of stemmen die je iets vertellen in je hoofd 1). Je wordt toegesproken vanuit de commentaarpositie, er is een rechter en een zorgzame moeder en dan een kind in jezelf. Maar als tegen je wordt gezegd: “Wees nou eindelijk eens jezelf!”, waar hebben ze het dan over? 

    De dichter Sylvia Hubers, voormalig stadsdichter van Haarlem, heeft ook problemen met die vraag 2). Zij zegt:

    Als ik wist wie ik was kon ik mezelf zijn 

    ze zeggen steeds dat je jezelf moet zijn alleen maar jezelf maar wat als je niet weet wie je bent 

    wie je bent zeggen ze er niet bij 

    zoek het effe lekker zelf uit dat zeggen ze als ze zeggen dat je jezelf moet zijn zonder erbij te zeggen wie je bent 

    nou weet jij wie je bent 

    ik durf te wedden dat zij zelf ook niet weten wie ze zijn

    dat zij dat ook niet weten en dan tegen de anderen gaan zeggen dat zij zichzelf moeten zijn maar dat ze dat net zo goed konden zeggen tegen zichzelf 

    zeg ik dan maar tegen mezelf ook al weet ik dan niet tegen wie ik het heb.

    Gevangen

    Stacy Seedorf, een rapper, was in de jaren ’90 in korte tijd beroemd geworden, hij had een hit gescoord onder de naam Twenty 4 Seven, trad over de hele wereld op en hij was in een half jaar miljonair. Toen het een paar jaar later met de muziek niet meer ging, wist hij niet meer wat hij was, hij was alleen maar de artiest geweest. Geld werd toen zijn houvast, maar toen hij dat via de drugshandel probeerde te krijgen en dat mislukte, belandde hij voor drie jaar in de gevangenis. 

    In het televisieprogramma Boeddha in de polder zei Joris Linssen, toen Stacy dit verteld had, “Toen raakte je dus je vrijheid kwijt”. Stacy antwoordde: “Dat zou je zeggen, maar ik was eigenlijk al lang niet meer vrij. Ik zat mega vast in mijn mentale gevangenis; verslaafd aan geld en status. Ik wist niet meer waar ik mijn geluk vandaan moest halen. Vroeger kon ik alles met niks, maar toen kon ik niks meer met alles. En toen ik in de gevangenis zat kwam ik mezelf tegen, want verder had ik niks. En ik heb mij in de gevangenis mentaal bevrijd. En toen ik weer buiten kwam zag ik veel mensen die vast zitten; in gemoedstoestanden, verwachtingen, overtuigingen, niet wetend waar hun passie is. En nu ben ik mensen aan het helpen daaruit los te komen.“ 3)

    Zomaar een verhaal van iemand die zich verbonden had aan zaken die hem steeds verder verwijderden van de vrolijke, spontane, energieke jongen die graag met muziek en dans met iedereen contact maakte. Hij was zichzelf kwijtgeraakt. Dat veel mensen op zoek zijn naar zichzelf betekent volgens de arts/schrijver Gabor Maté dat we vervreemd zijn van onszelf. Overigens niet alleen van onszelf; hij haalt niemand minder dan Marx aan die in zijn tijd al heeft geconstateerd dat de mens ook van de natuur, van andere mensen en van het werk is vervreemd. Ik denk dat veel mensen dat zullen herkennen.

    Basisbehoeften

    Volgens Frank Koerselman, emeritus hoogleraar psychiatrie, hebben we allemaal drie basisbehoeften: geborgenheid/veiligheid, autonomie/zelfontplooiing en een goede plek in sociaal opzicht. 4) Zijn centrale stelling is dat die drie conflicterend zijn. Hoe meer je je eigen weg gaat in je leven, hoe meer je uit de geborgenheid weggaat. En je eigen weg staat soms die van anderen in de weg en dan is er strijd. Het is dus steeds zoeken naar je koers, wat al begint met de ontdekkingsdrift van kinderen waar de beschermende ouders grenzen stellen. En in de peuterklas ligt natuurlijk al speelgoed dat door meerdere kinderen wordt begeerd en is het belangrijk dat je door de juf wordt gezien. 

    Een bevriende kunstenaar maakt kunst, waarbij wat hij daarmee wil overbrengen het enige is dat telt. Of er veel mensen naar komen kijken/luisteren lijkt hem niet veel te kunnen schelen. Hij heeft een keer een groot project voorbereid waarbij verschillende artiesten, dansers en musici, waaronder een heel koor, alles al voor elkaar hadden om mee te doen. Maar er trad bij hem een verschuiving op van de betekenis die het geheel voor hem had en ergens klopten verbindende teksten tussen verschillende onderdelen niet meer. Hij zag geen kans om het op tijd aan te passen en heeft toen het hele gebeuren afgeblazen, tot verdriet van en ook ergernis bij de beoogde deelnemers. In die beslissing was hij helemaal zichzelf, zo ervoer ik dat. Het was de keuze voor zijn autonomie en zijn bedoeling. 

    Die drie basisbehoeften krijgen natuurlijk in de loop van je leven een ander gezicht. En we willen allemaal dingen tegelijk. Een goede baan waar je gewaardeerd wordt, een prettig en beschermend huis, een goed huwelijk, sportief bezig zijn, een vriendenkring om je heen, mantelzorger zijn en kinderen hebben, die natuurlijk ook van alles moeten en willen, en quality time met het hele gezin. En dat allemaal managen kost zoveel aandacht, al die ballen in de lucht houden, dat je inderdaad wel eens vergeet na te gaan wat je eigenlijk diep van binnen wil. En als je dat wil nagaan is het een kwestie van voelen.

    Het voelt goed of niet

    Willem van Hanegem werd destijds geïnterviewd net nadat hij een baan als trainer had geaccepteerd. Op de vraag waarom hij daarvoor gekozen had antwoordde hij zoiets als: “Ik heb een tijdje rondgekeken en het voelde goed”. Hij is iemand die helemaal uitstraalt dat je tegen hem niet hoeft te zeggen: “je moet eens jezelf zijn”. 

    Maar dat “Het voelt goed” hoor je tegenwoordig wel erg vaak. En dan vraag ik me soms af wat het dan is dat wordt gevoeld. Is het de innerlijke drive om te doen wat je helemaal past? Of is het de ambitie, de wens om te scoren, om succes en aanzien te hebben, gestreeld te worden, applaus te krijgen, veel geld te verdienen?  Misschien dat ik dat daar nog eens op terugkom, bijvoorbeeld als ik over succes of over stilte ga schrijven.

    O O O O O O O O O

    1) Zie op dewereldenvanjan.blog: 9. Het is druk boven

    2) Uit de bundel Wat als we niet waren betoverd. Prometheus 2018, Sylvia Hubers: Tegen wie ik het heb

    3) Uit de tv-serie Boeddha in de Polder van 21 december 2022, terug te zien op npostart.nl 

    4) Frank Koerselman. Wie we zijn: tussen verstand en verlangen. Prometheus 2016.

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Aanmelden voor (gratis) wekelijkse toezending: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog; daarop vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Bericht niet ontvangen? Check je spambox

    Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com

    Reacties zijn welkom; reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden

  • 28. Vandaag zal hij komen oordelen

    OVER RELIGIES 

    In het denken en het gevoelsleven van veel mensen op deze aardbol speelt religie een belangrijke rol. In het maatschappelijke, culturele en sociale leven hebben religies al eeuwen een vooraanstaande plaats. 

    Ik kom uit een rooms-katholieke familie. We waren niet overdreven streng denk ik, maar wel duidelijk katholiek. Mijn opa aan vaders kant was actief in het kerkkoor (hij was secretaris!) en mijn opa aan mijn moeders kant zat in het kerkbestuur van de parochie (hij was accountant, zal dus wel penningmeester geweest zijn). In mijn schooltijd, als peuter en kleuter bij de nonnen, op de lagere school bij de Broeders van Saint-Louis en op de middelbare school bij de jezuïeten, werd het geloof er toch wel goed ingebracht. Met kerkgang, bidden, biechten en veel verhalen. Verhalen over heiligen, engelen, de zondeval, duivels die altijd om een hoekje meekeken of ze je konden verleiden, waardoor je een zwarte ziel zou krijgen, en een privé-engel die dat dan weer moet zien te voorkomen. “Iedere mens heeft zulk een engel; het is zijn engelbewaarder” stond er in de catechismus.

    Vandaag

    Op de Lagere School kregen we al gauw ingestampt wat we moesten geloven. In de eerste klas, ik denk dat ik nauwelijks zeven jaar was, moesten we de Twaalf Artikelen van het Geloof en de Vijf Geboden van de Heilige Kerk heel vaak opzeggen. Ik begreep er niet zoveel van, één God in drie personen (ik zag ze samen op een wolkje zitten), maar ik verstond het ook niet goed, heb ik achteraf moeten vaststellen. “Ik geloof in (..) Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer, (..) die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader, vandaar zal Hij komen oordelen de levenden en de doden“. Ik had verstaan dat hij vandaag zou komen om te oordelen. Elke dag keek ik dan door het raam, waardoor je de hoofden kon zien van volwassenen die door de gang liepen, om te kijken of Jezus er al aan kwam. Niet leuk, want ik dacht dat oordelen betekende dat hij bij iedereen zijn oor in tweeën zou scheuren. 

    Ik ben ook nog een paar keer misdienaar geweest. Een klasgenootje van mij, ik weet zijn naam niet meer, deed dat ook en had een oefensetje met kelk, misboek en een belletje. Geen miswijn. Zo hebben we samen de mis doorgenomen. Bijzonderheid is wel dat hij op een gegeven moment de laatste was in de klas die nog in Sinterklaas geloofde. Wij probeerden hem nog duidelijk te maken dat het anders was, maar hij wist zeker dat zijn vader ’s avonds de deur opendeed en dat Zware Piet dan binnenkwam om zijn schoen te vullen. Er moet daarna toch een barstje zijn gekomen in zijn idee dat je alles maar moet aannemen wat je ouders je vertellen.

    Toeval

    Bij mij kwamen de barstjes snel toen ik eenmaal op de middelbare school was. Na mijn zestiende hield het bezoek aan de kerk op. Ik kon er ook niet meer warm voor lopen. Ik constateerde op een gegeven moment dat verreweg de meeste mensen die een geloof aanhangen hetzelfde geloven als wat hun ouders geloofden. En dat zou dus uiteindelijk betekenen dat het toeval van waar je bent geboren bepaalt welke waarheid je aanneemt. En dat jij en ik, als we in Pakistan waren geboren, net zo overtuigd zouden zijn van de waarheid van de Islam als in India van het Hindoeïstische geloof. En dat idee haalde bij mij toch veel weg van dat absolute dat in de meeste religies te vinden is.  

    Vragen moeten beantwoord worden

    Er wordt wel gesteld dat religies een antwoord zijn op vragen die op een andere manier niet beantwoord konden worden. Over donder en bliksem, over ziektes en over waarom we hier eigenlijk zijn, over leven en (vooral) dood. Alles wat niet verklaard kon worden, moest dan dus het werk van een hogere macht zijn. 

    Het kan zijn dat mensen ’s avonds elkaar spannende verhalen gingen vertellen over die hogere machten en dat sommige verhalen van generatie op generatie verteld bleven worden en dat dat op een gegeven moment werd vastgelegd in geschreven teksten die dan steeds meer werden verspreid, geautoriseerd door machthebbers, als waarheid werden aangenomen, een waarheid die dan ook wel naar de hand werd gezet van die machthebbers. En dat werden dan de grote religies. 

    Almachtig en eeuwig leven

    De basis van veel religies, zoals het christendom en de islam, is het bestaan van één entiteit die alles geschapen heeft, inclusief mensen met vanzelfsprekende beperktheden, een macht die ook normgevend is, op individueel niveau alle feiten constateert en als aanklager en rechtspreker fungeert. Die alles in zijn macht heeft en toch van alles laat gebeuren. Ik kan me dat niet voorstellen. En dat is al zo vanaf mijn zestiende denk ik.

    En de meeste religies gaan uit van een leven na de dood. Dat is het mooiste dat de religies beloven. Want als je hier goed leeft (én in de betreffende God gelooft) word je daarna eeuwig gelukkig. En ook dat is iets dat ik niet geloof. Ik vermoed dat ik na mijn dood als Jan nergens meer ben en ik heb dan dus niets meer te vertellen. Daarom ga ik ook nu zeker niet vertellen wat er op mijn begrafenis moet gebeuren. Ik zou daarbij mijn hand overspelen, want ik zal nooit weten of het zo zou worden uitgevoerd.

    Speciaal gevoel

    De plaats die religie in mijn leven inneemt is veranderd sinds mijn pubertijd. De waarheden van de kerk zijn niet meer mijn waarheden. 2) Toch hou ik van kerkgebouwen, de vaak enorme ruimten waar ik meteen na binnenkomst wil gaan zitten om de rust om mij heen en het gevoel van geborgenheid te ervaren. En ik zing (ook) religieuze muziek met ons koor, die mij vaak ontroert met hun “hemelse klanken”. Zij geven mij een speciaal gevoel, misschien zoals vroeger. Een soort niet nader te omschrijven “religieus gevoel” is dan dichtbij. En dan moet ik zeggen dat het toch wel leeg zou zijn als we helemaal geen kerken en kerkhistorie meer hadden en dan ben ik dankbaar voor al het moois dat we daar nu nog van kunnen ervaren. 

    1) Het grootste deel van de wereldbevolking (85%) zegt een religie aan te hangen, waarvan het christendom (30 procent van de wereldbevolking), de islam (24 procent), het hindoeïsme (15 procent) en het boeddhisme (6%) de grootste zijn. (Bron: website Amnesty International)

    2) Het percentage Nederlanders in de categorie “Geen kerkelijke gezindte” is tussen 1975 en 2022 gestegen van 27 naar 57%. (Bron: CBS)

    O O O O O O O O O

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Aanmelden voor (gratis) wekelijkse toezending: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog; daarop vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Bericht niet ontvangen? Check je spambox

    Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com

    Reacties zijn welkom; reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden

  • 27. Wat ons toevalt

    OVER HET ACCEPTEREN VAN HET LOT

    Ik was 11 jaar en ging met de twee hoogste klassen van de lagere school voor drie dagen naar Oudenbosch, de hoofdvestiging van de Broeders van Oudenbosch oftewel de Broeders van Saint Louis. Het was een schoolreisje met uitstapjes, kerkdiensten en Vlag Veroveren, één van de vele spellen van vroeger waar ik niets van begreep. Op de heenreis stopten we in Den Haag en daar gingen we kijken naar de tentoonstelling 40 Jaar KLM. Bij de ingang stonden een paar mannen en ik werd uit de lange rij gepikt en moest met ze mee. Het bleek dat ik de 10.000e bezoeker was van die tentoonstelling. En daarom kreeg ik twee retourtjes per vliegtuig van Amsterdam naar Brussel. Ik was wel wat in de war, want ik zei per ongeluk dat ik 12 jaar was en zo kwam het ook in de krant. En in de dagen daarna bleven mijn klasgenootjes maar tegen me zeggen dat ik toch wel een geluksvogel was, waarna ze weer met elkaar gingen spelen. 

    Van de reis, die ik uiteindelijk met mijn moeder én mijn vader heb gemaakt, met twee overnachtingen in Brussel, kan ik mij niet zo veel herinneren. De start van het vliegtuig, de Sint-Goedelekathedraal en een uitsmijter waar peper op zat. Die peper was ik niet gewend en dat moment komt nog altijd terug, telkens als ik een uitsmijter eet. 

    Toeval bestaat ..

    Bij de feiten van het leven spelen toeval en de wetten van de statistiek een grote rol. Zo wordt de toekomst van een pasgeboren baby in belangrijke mate bepaald door waar het toevallig is geboren, welke genen het heeft meegekregen, of het in de baarmoeder prettig was of niet, met welke vrienden hij of zij omgaat, of er nog kruiwagens in de buurt zijn, wat en waar je geleerd hebt, wie je toevallig tegenkomt om een huwelijk mee te sluiten, etc.. Wetenschappers vinden dat niet zo raar: de meesten beschouwen de hele evolutie als een aaneenschakeling van toevalligheden. 

    .. of niet ?

    Er zijn ook mensen die zeggen: “toeval bestaat niet”. Neem bijvoorbeeld het volgende verhaal, dat een paar maanden geleden in de krant stond. Twee jonge verliefden die in een Aziatisch land woonden mochten niet met elkaar trouwen en besloten elkaar daarom maar niet meer te zien. Dertig jaar later kwamen ze elkaar uiteindelijk weer tegen bij het boodschappen doen op de markt in Nijmegen, waar ze al een paar jaar allebei bleken te wonen, en ze konden uiteindelijk trouwen. In zo’n situatie wordt dan gezegd: Ze waren voor elkaar bestemd en dat ze elkaar weer hebben ontmoet is geen toeval; het moest zo zijn. Dat denk ik dan ook even als ik zoiets lees. 

    Maar dit verhaal gaat juist de wereld in omdat het zo bijzonder is, omdat de kans dat je elkaar op deze manier weer terugvindt misschien wel minder dan 1 op een miljoen is. En dat er dus op elke hereniging die op deze manier tot stand komt wel 999.999 gevallen zijn van geliefden die nooit herenigd zullen zijn. Dit stel had de hoofdprijs.

    De hoofdprijs: hij kan zomaar vallen

    Als we het over toeval hebben en over kans en statistiek denk je al snel aan een loterij. De kans op een grote prijs is verbonden met de hoop en de droom van de deelnemer. Er zijn veel mensen dol op de kans om de hoofdprijs van de Staatsloterij te winnen. Het filmpje waarin mensen zich lopen te verkneukelen op de komende trekking probeert de voorpret te stimuleren. 

    Maar we hebben het ook vaak over een stervenskans, waarbij we meestal hopen dat we daarbij niet direct in de prijzen vallen (terwijl de kans op een dodelijk hartinfarct aanzienlijk groter is dan het winnen van de hoofdprijs in de Staatsloterij). 

    We worden niet allemaal 81,3 jaar 1

    Als je weet dat de natuur het niet zo heeft uit kunnen kienen dat we allemaal precies even oud worden, weet je ook dat er mensen zijn die eerder overlijden dan gemiddeld; de anderen overlijden later. Vinden we dat normaal? Ik dacht het wel, het zou toch wel heel vreemd zijn als gelijk bij het inschrijven in het geboorteregister meteen het overlijdensregister zou kunnen worden ingevuld en dat je die datum dan meteen op het geboortekaartje kunt zetten. En het moet ook een raar idee zijn om tevoren te weten wanneer je precies dood zult gaan; misschien zullen velen er dan voor kiezen om zelf een eerder moment te bepalen. Ook al hebben we het een en ander in de hand om bij te dragen aan een eerder of later overlijden, de rest is toeval.

    Vooral als mensen jong overlijden hebben we moeite om dat te accepteren. We zeggen dan vaak: hij of zij is helaas te vroeg overleden. Als een geliefd iemand uit ons leven stapt, jong en onverwacht, dan doet dat ons verdriet. Dat is de emotie die bij de mens hoort. We weten dat het kan gebeuren maar we hadden er geen rekening mee gehouden. En we hadden hem of haar nog graag gegund zijn of haar plannen af te maken en hadden dat graag nog meegemaakt. We denken graag in termen van continuïteit, dat het leven straks gewoon een voortzetting is van de afgelopen jaren. Maar je zult nooit weten hoe zo’n leven zou zijn gelopen als het niet door de dood tot een einde was gekomen. 

    De harde realiteit van het lot

    Het valt niet mee om het lot te accepteren. We hebben de neiging om uitkomsten van de wetten van het toeval die ons niet bevallen soms oneerlijk te vinden. Maar dat roepen we natuurlijk niet wanneer ons zomaar iets moois toevalt. 

    Het toeval kent geen rechtvaardigheid of onrechtvaardigheid, het heeft geen wil en doet zijn werk zonder aanziens des persoons. En de uitkomst is de realiteit waartegen je je niet kunt verzetten. Ons rest slechts acceptatie. 

    [1] Bron: CBS.nl; cijfers levensverwachting van kinderen die in 2021 zijn geboren.

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Aanmelden voor (gratis) wekelijkse toezending: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog; daarop vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Bericht niet ontvangen? Check je spambox

    Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com

    Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden

  • 26. Halverwege, tussen slapen en waken

    OVER WAAR, MET WIE EN WAT IK BEN

    Vandaag zitten we in de 26e week van de reis door De Werelden van Jan … en alleman. Je zou zeggen: halverwege, dus een mooi moment om te kijken waar we ondertussen overal zijn geweest, wat we hebben gezien en ervaren en misschien is het ook een goed moment om wat vooruit te kijken. 

    Ik beloofde op de reis belevenissen, observaties, wetenschappelijke inzichten en open deuren. Uit de reacties van de lezers blijkt vaak herkenning en ik hoorde ook termen als eye-openers, inspirerend, informatie die “echt binnenkwam”. Maar ook: “niet veel nieuws, maar ik lees het wel iedere week”.  Inmiddels gaat de blog wekelijks naar meer dan 160 lezers en kwam de enige afmelding van iemand die de Nederlandse taal niet machtig was. Dank voor jullie aandacht en reacties.

    Uitzoomen

    26 Weken, dat is ook maar een getal. Het is niet een moment waarop vanzelfsprekend een inzicht ontstaat over wat we allemaal hebben meegemaakt op de reis en hoe we dat in een mooi overzicht zouden kunnen zetten. Ik kijk wel eens op Google Earth en als ik dan een stukje uitzoom ben ik alweer kwijt waar ik vandaan kwam. Zo is het met deze reis ook tot nu toe. En ondertussen kom ik nieuwe plekjes tegen die ik eerst goed wil bekijken voordat er een, mogelijk geabstraheerd, overall beeld ontstaat. Als het ooit zo ver zal komen.

    Zo wil ik vandaag graag nog wat kwijt over bewustzijn van je omgeving en van je zelf. En dan is er eigenlijk geen rustdag, de reis gaat gewoon door.

    Waar ben ik? 

    Ik word wel eens wakker met de vraag: waar ben ik? Als het vroeg in de nacht is probeer ik te bedenken waar de deur van de slaapkamer op uitkomt en dan denk ik: het is de deur naar de huiskamer. Niet die van mijn eigen huis, maar van mijn ouderlijk huis in de Bilderdijkstraat in Amsterdam. Als ik vanuit de zogenaamde ‘jongenskamer’ naar de WC moest, moest ik eerst door de huiskamer. Ik herinner me nog goed het geribbelde en daardoor ondoorzichtige raampje in die deur. Het duurt dan even voordat ik me realiseer dat ik naast mijn geliefde lig, vijftig jaar nadat ik uit de Bilderdijkstraat ben vertrokken om met mijn latere eerste echtgenote te gaan samenwonen. 

    Met wie ben ik? 

    Midden in de nacht is er ook nog steeds even tijd nodig om me te realiseren hoe mijn sociale omgeving er op dat moment er uit ziet. Zo schoot ik onlangs wakker met de gedachte: “ Shit, mijn broer Ton is nog niet thuis”. En dat terwijl het al meer dan vijftig jaar geleden is dat we onder één dak woonden; vanaf mijn 16e was ik sowieso al niet in de positie om te ervaren of hij ’s avonds of ’s nachts was thuisgekomen omdat hij toen de zolderkamer ging bewonen en ik hem niet zag of hoorde. 

    Wat ben ik?

    Misschien heb je ook wel dat soort ervaringen in de halfslaap. Er lopen dan allemaal feiten door elkaar heen, er worden onverwachte verbanden gelegd en het besef van tijd is niet aanwezig. Maar de volgende ervaring heb ik maar één keer meegemaakt en die vond ik wel heel bijzonder.

    Het is me een keer overkomen, een jaar of dertig geleden, dat ik ’s ochtends wakker werd en niet wist wat ik was. Dat duurde niet lang, want spoedig daarna had ik het gevoel alsof ik vanuit iets heel kleins, een klein insect of een slakje, geleidelijk in een menselijk lichaam schoof. 

    Gelukkig komt de vraag wat ik ben overdag niet zo vaak in me op en inmiddels heb ik ook een verklaring voor dit verschijnsel gelezen: Damasio stelt in Ik voel dus ik ben *) dat het zelfbeeld steeds opnieuw moet worden gecreëerd en dat het ’s nachts buiten de droomfases niet beschikbaar is. Als je dan vanuit een droomloze slaapperiode wakker wordt, is er in eerste instantie nog even geen zelfbeeld beschikbaar. Je hebt blijkbaar een actief korte termijn geheugen nodig om te weten wat en wie je bent. De rest van de dag is dat er wel aldoor en het wordt steeds opnieuw samengesteld. 

    En dan komen we op deze dag toch weer een interessant feit tegen: het beeld van en over jezelf verdwijnt als sneeuw voor de zon zodra je gaat slapen. Pas als je iets (hoe klein dan ook) herinnert na het wakker worden, gaan je hersens aan de gang om opnieuw een zelfbeeld samen te stellen, dat er best weer wat anders uit kan zien dan het beeld van gisteren; misschien door je dromen of door de wetenschap dat je die dag iets engs moet doen waardoor je de dag begint met een veel minder positief zelfbeeld dan waarmee je bent gaan slapen. 

    Het vervolg

    Er zal nog veel te ontdekken zijn op onze reis. Zoals het er nu naar uitziet zijn er nog wat interessante items uit onze denkwereld: wat geloven we en hopen we en het zal ook gaan over drogredenen en succes.  Over het gevoelsleven: de rol van schuld en schaamte, geluk en liefde. En we “kijken” nog wat verder naar het waarnemen en naar jezelf zijn. En naar wat verder ter tafel komt. En bij leven en welzijn maken we dit jaar de 52 weken op reis vol.

    Ik verheug me op het komende half jaar en ben benieuwd wat we tegenkomen; ook voor mij vaak een verrassing.

    Als je nog een onderwerp hebt dat op onze reis niet mag ontbreken, aarzel niet dat te melden in een reactie of een mailbericht.

    Aarzel ook niet om anderen te wijzen op de mogelijkheid van een (gratis!) abonnement op de blogs van dewereldenvanjan.blog (op die website hoef je alleen maar je mailadres op te geven, meer niet).

    Reacties via de website of rechtstreeks aan mij zijn sowieso welkom.

    O O O O O O O O O

    *) Antonio Damasio. Ik voel dus ik ben. Oorspr. The Feeling of What Happens. 1999

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Aanmelden voor (gratis) wekelijkse toezending: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog; daarop vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Bericht niet ontvangen? Check je spambox

    Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com

    Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden