Home

  • 45. Nu het donker wordt

    GEDACHTEN OVER DE DOOD

    In deze tijd van het jaar, waarin het steeds donkerder wordt, de blaadjes vallen en mensen op de radio naar de Hart en Ziellijst luisterden 1), wordt vaak stilgestaan bij de overledenen. Op 2 november was het Allerzielen, voor katholieken de dag om te bidden voor de zielen, het deel van een mens dat na de dood bij God kan doorleven. In dit stukje vandaag gaat het over het aardse gebeuren. Het fenomeen dood.

    Organismen

    Wij zijn allemaal, net als een plant, een schimmel en een dier, een levende, materiële entiteit die zich door middel van biologische processen, zoals een eigen stofwisseling, gedurende een bepaalde tijd in stand houdt.

    Het kenmerk van organismen is dat zij een reproductief karakter hebben. Uit het ene organische element wordt een volgende direct of indirect gemaakt. Een tweede kenmerk is dat zij een beperkte levensduur hebben. Misschien is dat ook ontstaan doordat organismen die zich én reproduceren én niet doodgaan elkaar uiteindelijk verstikken. Misschien is dat in het begin ook steeds gebeurd, maar bleven uiteindelijk die soorten over die net lang genoeg leefden om de reproductie in stand te houden, door wat wij waarschijnlijk wel een genetisch foutje zouden noemen.   

    Blijven leven: dat is niet de bedoeling 

    De dood, en daarmee het einde van een enkel exemplaar van een soort, is een absolute noodzaak. Ieder individu kan proberen het te rekken, maar uiteindelijk is dat niet de bedoeling!  

    Zien we niet nu al dat er een soort is die alles overwoekert, een soort waarvan er in een eeuw tijd vier maal zoveel op aarde rondlopen, waar nauwelijks genoeg voedsel voor is terwijl er nog zoveel bijkomen? En dat er weliswaar landen zijn met een daling van de bevolking, maar dat dat nog ruim gecompenseerd wordt door landen waar het omgekeerde het geval is, door culturele, religieuze of gezondheidsverschillen, of om politieke redenen 2) 3). En zien we niet dat al het oppervlak dat daarvoor geschikt is al wordt gebruikt voor de voedselinname en andere activiteiten van die soort? En dat er veel andere soorten zijn die daardoor zijn verdwenen? En dat er dan wetenschappers zijn die met een vrolijk gezicht beweren dat met een aantal medicijnen en protheses de mens wel 150 jaar kan worden? 4) Ik moet er niet aan denken (“Het kabinet is voornemens volgend jaar de pensioengerechtigde leeftijd naar 124 jaar en 10 maanden te brengen”). Of misschien is het juist heel goed om daaraan te denken. 

    Lekker belangrijk 

    Volgens sommige berekeningen zijn er in de loop van de geschiedenis al meer dan 100 miljard mensen overleden. Van al deze mensen herinneren de ouderen onder ons er misschien een honderdtal, over een beperkt aantal anderen is wel iets geschreven of ze hebben zelf iets achtergelaten, maar die hebben we persoonlijk niet gekend.  

    Jacques Klöters vroeg op zijn Facebookpagina wie er nog iets wist over zijn overgrootouders. Ik antwoordde: “Niets”. Ik kreeg een reactie van mijn nichtje: “Kom op, Jan, ze hadden in Amsterdam een broodwinkel Zeezicht in de Torensteeg. En in het pand om de hoek hadden ze Samurai als lodgers die daar hun po ledigden uit het raam.” Mijn achterkleinkinderen (overigens nog lang niet in zicht) zullen zich misschien ook maar een enkel anekdotisch feit over mij herinneren. Veel verder zal het niet gaan. Zo belangrijk kun je zijn.  

    Meer leven na de dood 

    Kortom, het einde van het lichaam en de persoon is onafwendbaar en het lichaam is dan aan de natuur voor verdere afhandeling en daar weten andere levende organismen hun weg wel in te vinden. Paul Kusters publiceerde in het Haarlems Dagblad een cartoon ter gelegenheid van de Dag van de Filosofie waarin de vrouw van een echtpaar op leeftijd tegen haar man zegt: “Zeg Henk, Wist je dat in jouw dode lichaam uiteindelijk straks meer leven zit, dan nu?”.

    Vanuit de mensheid als geheel, maar ook vanuit de gehele aarde bezien, is de dood een zegen. Stel je voor, die 100 miljard mensen hadden nu nog geleefd! Dan is het toch jammer dat dat besef niet is doorgedrongen tot de individuele wezens, zodat zij zich met hart, ziel en lichaam erop kunnen verheugen om bij te dragen aan dat wat toch een noodzakelijkheid, een goede zaak, mag heten.  

    Bang voor de dood 

    Het gebeurt me soms, als ik net in slaap ben gevallen, dat ik het idee heb in een diepe put te vallen en dan schrik ik als een gek wakker, met snelle ademhaling alsof ik te lang onder water heb gezeten. Ik denk dat het komt doordat ik soms een apneu heb en dat mijn lichaam er dan plotseling achter komt dat het toch tijd wordt dat er wat nieuwe adem binnenkomt. Het gebeurt daarbij dan ook wel dat de ademteug die dan volgt zoveel lucht tegelijk binnenhaalt dat mijn keel daarbij geïrriteerd raakt en het lijkt of ik ziek ben. Het is dan wel even schrikken. Maar om nou te zeggen dat ik bang voor de dood … 

    Ik word ook nu nog wel eens in paniek wakker met de gedachte: “Ik word al 55 jaar!” En dat terwijl ik al een jaar of twintig ouder ben. En dat dat toch wel heel erg is. Maar om nou te zeggen dat ik bang ben voor de dood … 

    Een paar weken geleden droomde ik dat er bij ons werd aangebeld. Ik deed de deur open, het was donker, maar een lichtgevende nevel kwam mijn kant op. Voor de deur stond een figuur waarvan ik alleen de contouren zag; de donkere vorm van een lange pij met een puntmuts met zijn rug naar me toe. Ik werd bang en wilde snel de deur dicht duwen met mijn voeten, maar hoe ik ook duwde, ik kreeg de deur niet helemaal dicht. Toen werd ik wakker met kippenvel van mijn grote tenen tot mijn kale kruin. Maar om nou te zeggen dat ik bang ben voor de dood … 

    Ik schrijf nu stukjes, vanuit een innerlijke drang. Ik heb daar een beeld van, van hoeveel het er moeten zijn en wanneer ze af moeten zijn. Ik heb daarbij een onrustig gevoel, vol ongeduld. Ik moet nog veel doen. Ook nog andere dingen. Het is nog niet af. Doodgaan past eenvoudigweg niet in mijn beeld. Maar om nou te zeggen dat ik bang ben voor de dood …  

    Ten slotte ter overdenking 

    In managementboeken wordt over bedrijven en instellingen gezegd dat ze moeten kijken wat hun toegevoegde waarde is voor de klant en dat ze wereldwijd moeten denken, maar lokaal handelen. Als we de mensheid zouden zien als een bedrijf dat diensten levert aan de rest van de aarde, wat zou dan het product zijn? En als we dan globaal denken en lokaal (zeg maar op individueel niveau) handelen hoe zou dat er dan uitzien en hoe zouden we dan met de dood omgaan? 

    O O O O O O O O O


    1)Inmiddels opgegaan in De Klassieke Top 400.

    2)De Turkse president Erdogan heeft zijn in Europa levende landgenoten opgeroepen meer kinderen te nemen om zo de invloed te vergroten. „Neem niet drie, maar vijf kinderen”, zei hij tijdens een campagnebijeenkomst in Eskisehir in het westen van Turkije. Meer kinderen is volgens Erdogan een antwoord op het onrecht dat Turken in Europa wordt aangedaan doordat landen als Nederland en Duitsland Turkse ministers geen campagne laten voeren voor een referendum in april. DeTelegraaf, 17 mrt. 2017

    3)In Nigeria, een land met ruim 220 miljoen inwoners, lag in 2022 het gemiddelde aantal kinderen per vrouw op 5,3 en de religieuze hoofdstromen aldaar, christelijk en mohammedaans, laten niet toe dat daar al te veel beperkingen op worden gelegd; abortus is daar verboden. Verwacht wordt dat de bevolking daar tot 2050 nog met 150 miljoen inwoners groeit. Bron: businessinsider.nl 6 feb 2023.

    4)De excentrieke Britse wetenschapper Aubrey de Grey gelooft zelfs dat mensen 1000 jaar oud kunnen worden en dat de eerste die dat bereikt nu al op aarde rondloopt.

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet ze door te sturen aan anderen.

    Op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten.

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 44. Heilig zijn

    OVER ZOEKERS EN HEILIGEN

    De grote omslag in mijn mid-life crisis was net begonnen toen ik een weekend ging bijwonen onder leiding van de Engelse Lauren Matthews, tai-chi lerares met spirituele kwaliteiten. Aan het begin van de sessie vroeg ze aan iedereen met welke verwachtingen ze naar de bijeenkomst waren gekomen en wat ze wilden bereiken. Toen ik aan de beurt was, zei ik iets van “I want to be holy”. Ze vroeg me wat ik daarmee bedoelde, maar wat ik daarop heb geantwoord weet ik niet meer. Maar de laatste paar jaar wordt mij wel steeds duidelijker wat ik daarmee bedoeld kan hebben. En dat vertel ik verderop in dit verhaal. Maar nu eerst de heiligen zelf.

    Allerheiligen

    Op 1 november, komende woensdag, is het Allerheiligen, een feestdag in de Rooms-katholieke kerk ter ere van alle heiligen en martelaren. Maar van enige feestelijkheid kan ik me niets herinneren. 1) Heiligen zijn volmaakt, zonder zonde. Maar je wordt in de RK-kerk niet zo maar heilige. De eerste voorwaarde is dat je bent overleden. Verder moet je natuurlijk een onberispelijk leven hebben geleid én er moeten twee wonderen zijn gebeurd die aan de kandidaat-heilige worden toegeschreven. En de Paus beslist. 

    De wonderen van Amsterdam en Santiago de Compostella

    In de loop van de eeuwen is er een hausse geweest in heiligenbenoemingen, maar dat was voordat die strenge regels werden ingesteld. Er was natuurlijk een lokaal belang om te kunnen roepen dat er een heilige in je stad heeft geleefd, wiens relikwieën (“overblijfselen van het lichaam van een heilige, of een voorwerp dat met een heilige in aanraking is geweest, waaraan wonderdadige kracht wordt toegekend”) kunnen worden vereerd door gelovigen die dan van heinde en verre de stad komen bezoeken, ten gunste van de plaatselijke middenstand en de kerk die daar vast ook wel veel aflaten heeft kunnen verkopen. Amsterdam heeft vanaf 1345 met het Mirakel van Amsterdam vele duizenden bedevaartgangers ontvangen en tot eind 20e eeuw liepen tienduizenden jaarlijks de nachtelijke Stille Omgang – ik heb dat met mijn vader en mijn broer ook een keer gedaan – dezelfde weg, onder meer door de Kalverstraat, die de heilige hostie op wonderbaarlijke wijze is gegaan in de nacht dat die door een gelovige uit het vuur was gehaald zonder dat hij zich daarbij heeft bezeerd.

    Santiago de Compostela was lange tijd de belangrijkste bedevaartplaats voor de gelovigen, toen de wegen naar Rome en Jeruzalem te gevaarlijk werden. In Santiago liggen resten van de apostel Jacobus de Meerdere die daar zijn beland na een tocht in een door engelen begeleid bootje van de kust van wat nu Israel heet tot aan Galicië in Noordwest Spanje, waar deze als zodanig werden herkend en erkend. Dat was nog eens wat anders dan twee keer de Kalverstraat. 

    Alle dagen heiligen

    De katholieke kerk heeft zo’n vijfduizend heiligen erkend. Heiligen kun je aanroepen en vragen om bescherming. Op school kende iedereen die iets kwijt was, bijvoorbeeld zijn sleutels of het mannetje dat bij hun speelgoedauto hoorde, wel het rijmpje: “Heilige Antonius, beste vrind maak dat ik mijn … weer vind’. We kennen beschermheiligen voor muziek, instrumentmakers en zangers (Sint Ceacilia), voor zeelieden en ook havensteden (Sint Nicolaas) zoals Amsterdam waar aan het toenmalige havenfront de Nicolaaskerk nog steeds staat. Ik had vroeger wel iets met Sint Franciscus; als kind stond ik in een onverwarmde kamer met een jas als een monnikspij om me heen hardop te lezen uit de “De harp van Sint Fransiscus” van de Belgische schrijver Felix Timmermans. Ik voelde mij toen een beetje een monnik, maar dat heeft geen vervolg gekregen. 

    Geen martelaar

    Bij Allerheiligen gaat het om heiligen én martelaren, maar er is niets dat mij ooit heeft aangetrokken tot martelaarschap. Eerlijk gezegd denk ik dat ik, in die eerste dagen van de grote omslag tijdens mijn midlife crises, eerder behoefte had aan het tegenovergestelde van lijden. Omdat die omslag met een scheiding erbij natuurlijk vol zat met pijnlijke momenten, herinneringen, ongemakkelijke situaties en letterlijk pijn in mijn buik. Maar ik kwam terecht in een circuit waar het om spiritualiteit ging, met mooie gedachten, warmte, afstand van de prestatiemaatschappij, het zoeken naar de waarheid, etc. En dan zijn er van die goeroes die vertellen dat je compleet gelukkig bent als je maar dit of dat doet of juist dit of dat niet meer doet. Nou, dat leek me toch wel wat. 

    Wat zoeken spirituele zoekers?

    Gabor Maté, een Hongaars-Canades arts, vraagt zich in een vIdeo 2) af of het bij het “spiritueel zoeken” voor de zoekers uiteindelijk gaat om het vinden van de waarheid of dat zij juist naar mogelijkheden zoeken om bepaalde stukken van zichzelf juist niet meer onder ogen te zien. Hij vermoedt dat er gezocht wordt naar wegen die er toe leiden dat zij iets niet meer hoeven te voelen: pijn, leegte, ongemakkelijkheid. Eigenlijk, zegt hij, ben je dan op weg om stukken van jezelf af te snijden. Als je pijn niet meer wilt voelen en wegen zoekt om dat te vermijden, dikke kans dat je ook je vreugde kwijt raakt. En, wat hij als arts vooral ziet: je verstoort daarmee het geheel dat je bent: een zenuwstelsel, het darmsysteem, het denken, het waarnemen, het sociale en het psychologische. Daar kun je niet zomaar een schakel uithalen. Hij wijst en passant ook op het gegeven dat veel van die goeroes die misschien spiritueel op een hoog niveau zitten, op andere gebieden achter zijn gebleven en, met mooie smoezen, hun handen de vrije loop laten en misbruik maken van de volgelingen die min of meer verslaafd zijn aan het leerlingschap bij een goeroe. 

    Emoties: wat moet ik ermee

    Dat is de titel van een verhelderend boekje van Marja Postema 3). Zij beschrijft daarin verschillende types in het omgaan met emoties. Misschien herken je zelf De Vermijder, De Humorist, De Verwijter en zo heeft ze er nog 14. Ik heb vooral de Spirituele Volgeling met interesse gelezen. “De spirituele volgeling veroordeelt de zogenaamde negatieve emoties boosheid, lust en jaloezie en wil niets te maken hebben met rivaliteit, strijd en macht.” Zij zegt het heel duidelijk: de mens is geen heilige en een goede sfeer houd je juist in stand door onaangenaamheden te communiceren. “Emoties kun je loslaten als je ze eerst hebt geaccepteerd in al hun volheid. Anders is het onthechten gewoon een ander woord voor onderdrukken.” 

    Interessant is dat ze vervolgens zegt dat meditatie juist een goed middel is om stil te staan bij de emotionele beroering in je lichaam, energie die door je heen beweegt, en deze ten volle te omarmen. 

    Ik denk dat ik nu weet wat ik bedoelde destijds. Het was eigenlijk een voortzetting van een soort ideaalbeeld dat ik twintig jaar daarvoor al had toen ik op vakantie ging naar Zwitserland. Hoog op een berg zitten en over het dal uitkijken met een joint 4). Niets voelen behalve een vage vrede. Die vluchtbehoefte heb ik niet meer. Ik wil de realiteit ervaren.

    Ik zal geen heilige zijn en er ook niet naar streven. 

    O O O O O O O O O O O

    1)Tot mijn verrassing las ik dat er in Winschoten al meer dan twee eeuwen een Allerheligenmarkt wordt gehouden, die volgens de website oostgrunn.nl “jaarlijks dertigduizend bezoekers naar het kloppend hart van Oost-Groningen lokt”; ze noemen het Adrillen en de markt wordt altijd op maandag gehouden, dit jaar dus op 6 november. 

    2)Youtube Spiritual seeking, Addiction and the Search for Truth, Dr. Gabor Maté, vanaf 2:38.

    3)Marja Postema. Emoties, wat moet ik ermee? 2013

    4) Ik heb één keer een joint gerookt, maar ik heb daarvan geen bijzondere sesnsaties kunnen opmerken. Afgezien van alcohol heb ik ook nooit andere “geestverruimende” middelen gebruikt.

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet ze door te sturen aan anderen.

    Op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten.

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 43. Wat is het stil, hè?

    OVER DE STILTE BINNEN EN BUITEN

    Volgende week zondag 29 oktober is het de Nationale Dag van de Stilte. Drie dagen later is het Allerheiligen en de dag daarna Allerzielen. Ik zal aan deze drie dagen aandacht besteden op deze zondag en de twee volgende. En dan begin ik dus met de stilte, omdat ik daar een groot liefhebber van ben (ook van keiharde rock trouwens, maar dit dus even terzijde). 

    In de natuur

    Als je lekker wandelt in de bossen of duinen zul je altijd wel geluiden horen van beesten, ritselende bladeren en de wind die door de bomen waait. Als ik met mijn geliefde op Landgoed Koningshof ben kunnen we soms ervaren dat de wind bijna nooit met één constante snelheid door de bomen gaat, maar dat windvlagen soms aan de ene kant beginnen en helemaal te volgen zijn naar de andere kant van het bos, waarbij je ook kunt horen dat het geluid dat de wind maakt verschilt afhankelijk van de boomsoorten en dat het dan geleidelijk overgaat in het geluid van de trein van Overveen naar Zandvoort.  

    Ik was een keer met een mede-hotelgast in de buurt van Chur in Zwitserland de bergen ingetrokken en we stonden op een gegeven moment 1000 meter boven een stuwmeer, met om ons heen een bergketen met gletsjers. Ik was er helemaal van onder de indruk, vooral door een ongekende stilte daarboven. Dat genieten werd onderbroken door zijn enthousiaste uitroep: “Weet je wat me nou leuk lijkt? Om hier met een motor over deze bergtoppen te scheuren!” De betovering van die stilte daarboven was ruw verbroken.

    Als het ergens mooi stil is, maakt de opmerking “Wat is het stil, hè?” al meer kapot dan je lief is.

    Van natuurgeluiden kun je van binnen stil worden. Op Youtube zijn heel veel natuurfilmpjes te vinden met heerlijke geluiden erbij 1) en Spotify heeft een playlist “Nature Sounds”, die na dik zes uur gewoon weer opnieuw begint. Toch is niet alle stilte in de natuur aangenaam: de stilte voor de storm of vlak voor een hele dikke onweersbui kan bij mij soms huiveringen bezorgen. 

    Huis-, tuin-, keuken- en mensgeluiden

    Wij horen best wel veel vogels in onze tuin, maar in het weekend worden ze toch wel overstemd door een leger van heggenscharen, bladblazers, grasmaaiers, luchtbed- en zwembadopblazers en hogedrukspuiten en er wordt ook altijd wel om ons heen geboord. Maar alles went, net zoals de geluiden in huis, zoals de afzuigkap, de koelkast, de luchtverversing (in elk nieuwbouwhuis permanent aan), de cv, het doorspoelen van de wc, etc. 

    Praten en schreeuwen waar of wanneer dat niet gepast is, dat levert de grootste ergernis op. We kennen daar natuurlijk allemaal wel voorbeelden van, thuis als je buren het te bont maken, op de camping in de nacht, die pratende mensen achter je in de bioscoop.  Maar het duidelijkst werd dat toen de 2-minuten-stilte op de Dam in Amsterdam in 2010 door één man werd verbroken. Miljoenen mensen hebben het ter plekke of via de televisie meegemaakt en heel Nederland kent van die paar seconden het begrip “Damschreeuwer”.

    Een bijzondere plek is ook de Stiltecoupé in de trein. Ik heb een groot aantal jaren dagelijks twee uur in de trein gezeten en koos altijd voor de Stilte-coupé. In het begin had ik er wel moeite mee om pratende medereizigers er op te wijzen dat ze geacht werden niet te spreken. Dan zat ik me te ergeren en was het noch buiten noch binnenin mij stil. Maar later durfde ik wat gemakkelijker te reageren en als dan twee meisjes kwebbelend hun plaats innamen, had ik ze al vóórdat de trein zich in beweging had gezet op het bordje “Stiltecoupé” gewezen en waren ze direct vertrokken.

    Muziek en stilte

    Componisten in allerlei genres spelen graag niet alleen met harder en zachter, sneller of trager, maar gebruiken regelmatig ook de stilte. Dat kan de uitkomst zijn van een verstillende passage waar niets anders dan stilte op volgt, dat is overgebracht in de hoofden van het publiek dat vanzelf ook het applaus nog even uitstelt. Maar ook kan het de uitbeelding zijn van de stilte voor de storm. Met ingehouden adem wacht iedereen op wat gaat komen, een spanning die geen ruimte laat voor gedachten, er is niets anders dan de tijd, totdat de ontlading komt. 

    Samen met medezanger en vriend Dick Kreuger heb ik afgelopen jaren ruim dertig concerten georganiseerd in de zaal van Gebouw Zang en Vriendschap in Haarlem die er speciaal op waren gericht om een situatie te creëren die tot een stille geest zou kunnen leiden bij de bezoekers. De concerten onder de noemer Musilenzio waren een afwisseling van verstillende muziek en periodes zonder muziek. Dat was niet voor iedereen een feest, want er waren ook bezoekers die onrustig werden van die stilte en de zaal zijn uitgelopen. Maar we hadden een trouw publiek waarvan velen zeiden: “We zijn gekomen voor de muziek, maar we komen terug voor de stiltes.” Een beeldimpressie 2) vind je hier, met muziek van Gregorio Allegri Miserere, die wij afspeelden op de Dag van de Stilte op 27 oktober 2019.

    Door de eeuwen heen is er gezongen op religieuze teksten, vaak met veel herhalingen. De bedoeling is door die teksten én de herhalingen dichter bij een religieuze ervaring te komen, doordat daarin bijvoorbeeld de dankbaarheid voor en de onderwerping aan de allerhoogste wordt bezongen. In de jaren 60 en 70 waren vaak groepen in oranje gewaden gestoken volgers van de Hare Krishna beweging op straat te zien en te horen, bijvoorbeeld in Amsterdam, als zijn hun “Hare Krishna, hare Rama” zongen. Chanten, het zingen van religieuze spreuken, mantra’s, wordt tegenwoordig ook veel beoefend in het westen, bijvoorbeeld in yoga- en meditatiegroepen. Ik kijk en luister heel graag naar deze: “Sa re sa sa” (Oneindigheid is overal. Creativiteit is overal) gezongen door Nirinjan Kaur 3).

    Het temmen van de geest

    De Grote Aandachttrekkerij (www.dewereldenvanjan.blog aflevering 39) maakte al duidelijk dat we moeite hebben onze aandacht te richten. En stilte in je hoofd is misschien wel het moeilijkste wat er is. 

    De geschiedkundige Yuval Noah Harari had zijn grote werken (Sapiens, HomoDeus en 21 Lessen voor de 21e eeuw) nog niet geschreven toen hij begon met het beoefenen van Vipassana, een meditatietechniek die uit weinig anders bestaat dan het volgen van je ademhaling. De eerste keer begon hij er met goede moed aan, maar toen merkte dat hij na tien seconden zijn aandacht al niet meer bij zijn ademhaling had. Toen dacht hij: “Hoe kan ik nou die hele grote geschiedenis van de mensheid bestuderen en daar nuttig dingen over bedenken als ik niet eens tien seconden met mijn aandacht bij mijn ademhaling kan blijven!” En hij besloot daarin te gaan oefenen en oefenen en hij heeft nu, zeer vele jaren later, drie majestueuze werken op zijn naam en hij is nog steeds twee uur per dag bezig met zijn meditatie-oefeningen. 

    Later zal ik nog schrijven over enkele andere wegen die mij geholpen hebben om wat meer rust in mijn hoofd te krijgen. Uiteindelijk is het vaak zo dat het buiten mooi stil is, maar dat ik dat niet kon of kan horen door het lawaai in mijn hoofd.

    1) Video met natuurgeluiden 

    2) Beelden uit de zaal van Gebouw Zang en Vriendschap; muziek: het Miserere van Gregorio Allegri, uitgevoerd door Tenebrae

    3) Nirinjan Kaur sings “Sa Re Sa Sa” Live at Sat Nam Fest East 2012

    Muziek begint op 3:45. 

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet ze door te sturen aan anderen.

    Op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten.

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 42. Waar of niet

    OVER HET WIJS MAKEN VAN DE KAT, JEZELF EN ANDEREN

    In de wereld van het denken zijn de dingen vaak niet wat ze lijken. Het is niet altijd zo eenvoudig als 1 + 1 = 2. Wij horen van alles zeggen om ons heen en wat gaan we daarvan voor waar aannemen? 

    En als we zelf iets zeggen, is dat dan wel de waarheid? Ik mag zelf graag een beetje overdrijven of een veronderstelling als feit presenteren. Mensen die mij goed kennen weten dat ook wel. 

    En dan is er ook nog eens de manier waarop we met elkaar discussiëren: worden dan wel de goede argumenten genoemd of zijn het schijnargumenten of afleidingsmanoeuvres, oftewel drogredenen? 

    Liegbeest

    “Je bent een liegbeest, een jokkebrok, van achter en van voren, maar ga er alsjeblieft mee door want het is zo grappig om te horen”. Dat is de tekst van een grappig liedje uit de Stratemakeropzee-show met Aart Staartjes, Wieteke van Dort en Joost Prinsen 1).  Daarin wordt luchtig gedaan over liegen; door een kind dat lekker aan het opscheppen is. Maar ik las dat volwassen mensen, wereldwijd gezien, gemiddeld twee keer per dag liegen. Misschien toch wel zorgelijk.

    Er zijn natuurlijk leugentjes om bestwil. Maar de vraag is dan wel altijd: bestwil voor wie? Als je appt: “ik ben onderweg” dan is de andere kant gerustgesteld; maar je moet dan wel snel je laatste biertje nog wegwerken, anders werkt het averechts. Ben je dan een liegbeest? 

    Ik heb eerder geschreven dat ik “midden in een galopperende kudde van wel 80 paarden” heb gestaan, terwijl het er misschien 67 waren. Maar om nou te zeggen dat ik een liegbeest ben….

    De Processie van Echternach

    Van de week vertelde ik mijn kinderen iets over de Processie van Echternach. Een religieuze optocht in Echternach die al eeuwen jaarlijks wordt gehouden, zei ik, waarbij ze in Echternach in het verleden vier stappen vooruit deden en drie achteruit. 

    Maar een paar weken daarvóór heb ik tegenover tafelgenoten met stelligheid betoogd dat die vier vooruit en drie achteruit helemaal nooit heeft bestaan als vaste manier van voortschrijden in Echternach, maar dat dat gewoon te maken had met een grote drukte, waarbij opstoppingen kunnen bestaan zoals op de snelweg, waarbij opeenvolgende rijen als een harmonica in elkaar schuiven, waarop de ongemakkelijkheid daarvan tot een reactie leidt en de achteropgekomen rijen gewoon weer werden teruggeduwd. Ik vertelde het alsof ik dat gewoon wist, maar het was maar een bedenksel ter plekke. Maar om nou te zeggen dat ik een liegbeest ben…..

    Drogredenen

    In het gesprek hieronder zeg ik van alles, maar weerleg ik toch de aantijging niet. Let maar op:

    Een vriend van mij zegt: “Je bent een liegbeest”. Dat kan ik sowieso niet hebben omdat ik er al niet tegen kan als ik mijn ongelijk moet bekennen. Als ik dan ook nog eens gelogen zou hebben volgens mijn vriend, dan komen hier mijn mogelijke antwoorden op de aantijging:  

    • Je bent zelf een jokkebrok (“jij-bakken”, zegt niets over mijn gedrag)
    • Niemand die ik verder ken vindt mij een liegbeest” (beroep op “wat iedereen vindt”, maar niet de waarheid hoeft te zijn)
    • Ik zeg je toch, ik ben geen liegbeest (gewoon herhalen)
    • Als ik een liegbeest was, zou ik dat zelf toch wel weten? (onjuiste conclusie, ik weet het misschien niet)
    • Liegbeesten zijn onbetrouwbaar, nou dat ben ik niet, dus… (cirkelredenering)
    • Jij wil zeker de waarheid niet horen, anders zou je mij geen liegbeest noemen” (op de man spelen)
    • Straks ga je iedereen een liegbeest noemen (onbewezen hellend vlak).

    Nog een bekende: de oma die 108 jaar is geworden en elke dag twee pakjes sigaretten heeft gerookt. Sommige mensen concluderen daaruit dat het met die kwalijke gevolgen van het roken wel meevalt. Dat wordt een overhaaste generalisatie genoemd, die ook wel gebruikt wordt nadat één pilletje een keer heel goed heeft gewerkt. 

    Dat zijn dan acht vormen van drogredenen, maar er zijn er veel meer: op de Wikipedia-pagina over drogredenen worden vijftig verschillende vormen van drogredenen opgesomd, er is dus keuze te over.

    In de politiek kom je drogredenen heel vaak tegen. De comedian Daniel Arends besprak enkele uitspraken van Geert Wilders in het programma Dit was het Nieuws 3) en hij laat goed zien wat daarin dan niet klopte. 

    Maar het gebeurt tegenwoordig op de hoogste niveaus dat er niet alleen met valse redeneringen wordt gewerkt, maar dat er gewoon glashard wordt gelogen (of was dat vroeger ook al zo?)

    Complottheorieën

    In Nederland gelooft 21% van de bevolking dat er een geheim genootschap is dat wereldwijd aan de touwtjes trekt en een soort stiekeme wereldregering vormt. Cees Zweistra heeft er een boek over geschreven 4). Hij bespreekt daarin de mensen die al eeuwen zondebokken (joden, zigeuners) aanwijzen, er zijn mensen die voor bestaande feiten een nieuwe oorzaak bedenken (Twin Towers, moord op Kennedy, de landing op maan bestond alleen maar in een fotostudio, etc.) en mensen met complete fantasieën over satanische groepen. Ik verwachtte dat dit soort verschijnselen sterk aan het opkomen was, maar een mondiaal onderzoek 5) heeft laten zien dat het complotdenken in de loop van de eeuwen praktisch gelijk is gebleven. Door de media nemen we daar nu wel sneller kennis van, maar dat lijkt geen groei te hebben gegeven in het aantal mensen dat ik complottheorieën gelooft. 

    Tenslotte nog een paar gedachten, feiten en overwegingen

    Autoriteiten bestaan eigenlijk niet meer. In de satirische Netflix-serie CUNK on Earth geeft Diana Morgen daar een voorbeeld van in een interview met een echte  professor: Anu Ohja OBE, directeur van de  UK National Space Acadamy. Hij vraagt aan haar: “Hoe kom je erbij dat de maan niet echt is?”  Zij antwoordt: “Hij is gewoon niet echt. Ik weet niet of U wel goed onderzoek heeft gedaan, maar mijn vriend Paul stuurde me een video die echt alles onderuit haalt. Kunt u bewijzen dat de maan echt bestaat? Nee he?” 

    De antivaxxers werden steeds meer groep. Het werd een soort verbond. En als je je bij de groep thuis voelt blijf je de overtuigingen van die groep trouw en is het moeilijk om je twijfels om te zetten in het afscheid nemen van de groep. 

    Afgaan op je intuïtie is alleen maar verantwoord als het gaat over zaken waar je kennis van hebt. De intuïtie is dan het onmiddellijk weten op basis van je ervaring zonder dat je zelf actief je geheugen hebt geraadpleegd. Denk maar aan artsen en voetballers.  

    Als je weinig informatie ergens over hebt, moet je er geen mening over geven. Als je er heel veel weet meestal ook niet want dan is het vaak te gecompliceerd. En…..

    Van denken word je moe 6)…

    Maar dat is geen reden om het te laten; kritisch op je eigen uitspraken, kritisch op die van anderen. 

    Van liegen krijg je stress en word je nog vermoeider. Mijn advies: Niet meer doen.

    O O O O O O O O O O O 

    1)Statemakeropzeeshow, mei 1973. YouTube, “Je   bent een liegbeest”

    2)Toch maar even wat research gepleegd. Op Wikipedia spreken ze over drie vooruit en twee achteruit (daar zat ik dus al fout) en, zegt Wikipedia, dat werd afgeschaft in1947 om chaos te voorkomen. Vanaf dat moment worden de deelnemers met elkaar verbonden met witte zakdoeken en springen zij in de maat van de processiemars naar voren, afwisselend op hun linker- en rechtervoet. En daarom noemen ze het ook wel een “Springprocessie”. Daarna zag ik een filmpje uit 1924, dat begint met de tekst  “Three steps forward – Three steps backward” (dat schiet dus helemaal niet op) en op het hele filmpje zie ik wel dansende, langzaam vooruit bewegende groepen, maar niemand loopt achteruit 2). En nu weet ik het niet meer. Ik weet wel dat je Wikipedia niet als autoriteit kunt beschouwen. 

    Op Youtube: Dancing Procession Of Echternach (1924). 

    3)   Op Youtube: Daniel Arends over Geert Wilders. Dit was het nieuws, september 2015

    4)   Cees Zweistra. Waarheidszoekers. 2021

    5)   Scientias.nl 1 augustus 2022, in gesprek met Adam Enders

    6)   Volkskrant 12 augustus 2022 verwijst naar Frans onderzoek. 

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet ze door te sturen aan anderen.

    Op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten.

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 41. De Tweede Helft

    OVER DE LEVENSLOOP VAN DE MENS, DEEL II

    Zo tegen je veertigste kom je op een belangrijk wisselspoor. Ga je door op de voet waar je tot dan toe mee bezig bent geweest of gaat het roer om? Hennie Vrienten was er vroeg bij. Op zijn 34e al zei hij in “ Is dit alles” 1) tegen zijn vrouw:  “ We komen niets te kort, we hebben alles: een kind, een huis, een auto en elkaar. Maar weet je lieve schat wat het geval is, ik zoek iets meer, ik weet alleen niet waar” 

    We praten dan over een mid-life crisis en ik heb het zelf wel eens over de overgang naar ”Part II” 

    Mid-life: resetten en resettelen

    Volgens Lievegoed en anderen heb je je vanaf je jeugd tot en met dit punt in je leven in de eerste plaats gericht op je relatie met buiten en vooral of je daarin nuttig bent geweest en bevonden. En zo rond je veertigste zie je al aankomen dat je krachten wat gaan verminderen en dat het sowieso niet altijd zo kan blijven doorgaan. 

    Bij mij ging er aan de midlifecrisis al het een en ander vooraf. Ik was altijd al geïnteresseerd in yoga, het onderbewustzijn (Jung), boeddhisme etc. Maar ik kon dat niet echt een concrete plaats geven in mijn leven. Ik was getrouwd en ik had de handen vol aan het werk. Maar er was een vuurtje, dat werd opgestookt door de verhalen van Bhagwan en de beweging er omheen. Ik was een keer op vakantie in Noord-Spanje en wandelde een heuvel op aan de rand van een stuwmeer waarop een verlaten dorpje lag. Toch liep daar een meisje, zij bleek deel uit te maken van een Bhagwan-gemeenschap die zich daar had gevestigd en zij keek mij zo liefdevol aan dat ik daardoor overweldigd werd en ik wist dat ik daar snel weg moest zijn. Ik was getrouwd en had mijn handen vol aan het werk. 

    Zoals ik er nu tegenaan kijk was er een wereld buiten waaraan ik mij verbonden had en een wereld binnen vol verlangens waaraan ik niet tegemoet kon komen. Ik zat als het ware gevangen in een zelfgekozen dwangbuis. 

    Toen ik 40 werd had ik, voor het eerst, maar ook voor het laatst, de pest in dat ik een bepaalde leeftijd had bereikt.

    Vanaf dat moment ging het snel. Thea en ik richtten ons allebei wat meer naar buiten. Zo ging ik een keer naar een weekend georganiseerd door een ex-Bhagwanner. Daar is verder niets onoorbaars gebeurd, maar er was daar wel een vrouw van wie ik dacht, daar moet ik verder kennis mee maken, zij kan mijn lerares zijn in mijn verdere persoonlijke ontwikkeling. Het duurde drie maanden voordat ik haar kon spreken, ik ging op een vrijdag naar haar toe en kwam op zondag pas weer thuis. Een paar dagen later ging ik naar een groepstherapeutische week en na afloop wist ik zeker: ik ga nu mijn eigen weg. En een paar dagen later zat ik in een caravan bij Duindigt en een maand daarna in een appartementje in het centrum van Den Haag.

    Mijn lerares leidde mij naar verschillende bijeenkomsten die werden geleid door een Engelse vrouw, Lauren Matthews, die een aantal jaren in Poona bij Bhagwan zeven dagen in de week tai-chi lessen had gegeven. Daarna was zij zelf groepen gaan begeleiden en in een zachte, warme sfeer leidde ze weekends en langere bijeenkomsten. De bewegingen van Tai-chi en stille meditaties deden mij goed en ik voelde mij daar helemaal thuis. 

    Bij één van die sessies heb ik mijn geliefde leren kennen die ik niet veel later, in mei 1990, met al haar spulletjes heb opgehaald uit Duitsland. Dat was precies twee jaar nadat ik bij Thea was weggegaan en markeert het einde van de periode van (nog niet rijpe) volwassenheid.  

    De derde 21 jaar: gezegend en bevrijd

    Mijn geliefde en ik kwamen op het spoor van Barry Long, een Australische spirituele leraar, die zich fel keerde tegen de Bhagwanbeweging en met name het “volgen van je emoties” en het sex hebben met een ander voor het eigen genot. Hij vond dat je het oeverloos denken moet stoppen (als er iets is dat moet worden uitgezocht ga je “kijken in je geheugen”), de stilte moet opzoeken en de rest komt dan vanzelf. Wij hebben veel lezingen van hem bijgewoond en daardoor de stilte wat meer leren kennen maar ook een aantal praktische “down-to-earth” benaderingen van het leven meegekregen. 

    Maar rustig liep het niet. In 1992 overleed mijn eerste echtgenote Thea (alvleesklierkanker) en toen kwam mijn oudste dochter, net 16 toen, bij ons wonen. Ondertussen was ik manager op uitvoerende eenheden van de Belastingdienst en dat leverde erg veel stress op, zeker bij mijn tweede plek waar ik na dik twee jaar moest constateren dat ik niets meer voor die afdeling kon betekenen. Ik werd ontheven van die functie en dat was drie maanden na het overlijden van mijn vader en twee maanden na de geboorte van onze tweeling. Nog een paar jaar later, ik was toen 52, kwam een soort bevrijding toen werd afgesproken dat ik geen leidinggevende positie meer zou innemen bij de Belastingdienst en ik heb daarna met veel plezier heel veel adviesklussen gedaan. 

    In de derde 21 jaar heb ik voor het grootste deel een vierdaagse werkweek gehad. Ik kon bij onze tweeling vaker thuis zijn dan bij mijn oudste dochter. Ik heb het vaderschap dan ook bewuster kunnen meemaken. Een zegen. 

    De vierde 21 jaar: ET onderweg naar huis

    Daar zit ik nu dus middenin. Het zou de fase zijn van het terugbetalen. Sinds mijn pensionering doe ik veel. Ik zing in een koor, ben ook bestuurslid met “muziek” als hoofdtaak, ik heb daarbuiten ook veel concerten georganiseerd zoals meer dan dertig concerten met “muziek en stilte” als thema en ik schrijf blogjes. Ik heb nooit het idee gehad dat ik daarmee aan het terugbetalen ben, ik doe het omdat ik het fijn vind. 

    Riekje Boswinkel ziet het leven als een reis van ET: je bent aan het dwalen (verdwaald) buiten, dan merk je dat je het daar ook wel naar je zin kunt hebben, je richt al je aandacht daarop, maar op een gegeven moment krijg je toch heimwee naar waar je vandaan komt. Ik ervaar dat ik steeds dichter bij mezelf kan zijn, in allerlei situaties en op veel momenten en dat is toch een soort thuis zijn. 

    O O O O O O O O O O

    1)Doe Maar. Is dit Alles. 1982

    2)Riekje Boswijk-Hummel. De reis van het gewaarzijn. 2018

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet ze door te sturen aan anderen.

    Op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten.

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 40. De Eerste Helft

    OVER DE LEVENSLOOP VAN DE MENS, DEEL I

    Vandaag wil ik wat vertellen over de levensloop.

    Ik weet niet waar het einde van mijn levenspad zich precies bevindt, maar ik moet wel een aardig eind op weg zijn. Zelfs als ik de leeftijd ga bereiken van de nu oudste man van Nederland heb ik er al bijna 3/4 op zitten. Er is wat literatuur over de levensloop van de mens en dan is natuurlijk de vraag: ga ik dat lezen met de vraag of het mij een beetje normaal is verlopen in mijn leven of ga ik kijken wat er nog vóór mij ligt. 

    Als het gaat over wat nog voor mij ligt ben ik gauw klaar. In één van die boeken 1) werd nog geen vier bladzijden besteed aan de levensfase ná je 56e (geen typefout). Er staat een grafiek in waarin de lijn van de vaardigheden onverbiddelijk in het niets ophoudt in je 80e levensjaar. Het was niet eens een stippellijn. In een ander werk 2) werd ruim aandacht besteed aan de ouderdom, maar dan vooral wat er dan allemaal achteruit gaat (en, moet ik erbij vertellen, ook een beetje hoe je die achteruitgang wat kunt afremmen). 

    Dan maar even wat terugblikken. Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, hanteerde stappen van zeven jaar om de levensloop van “de mens” te beschrijven. De eerste drie perioden van zeven jaar staan in het teken van de lichamelijk-psychische ontwikkeling, dan volgen drie perioden van zeven jaar voor de eigenlijke psychische ontwikkeling en dan komen er 21 jaren voor de geestelijke ontwikkeling. In daaropvolgende jaren kunnen die worden geconsolideerd, kunnen de vruchten worden geplukt en kunnen die aan de gemeenschap worden teruggegeven.

    De eerste 21 jaar: fantasie, grappen en muziek

    Ik kan me van mijn kleutertijd niet veel herinneren. Ik las dat kinderen zich na de eerste tandenwisseling wat meer terugtrekken in de eigen fantasie. Ik heb in die tijd lang een “mannetje” bij me gehad. Ik had een jeep-achtig autootje met een bestuurder. Maar die bestuurder was ik op een gegeven moment kwijt. Geen nood, in mijn fantasie was hij er gewoon. Mijn moeder vertelde later dat als we gingen wandelen ik soms achterbleef en dat ik dan zei dat we nog even op het mannetje moesten wachten. Ik heb in bed ook vaak de voorstelling gehad dat er vóór het raam een klein, rood vliegtuigje hing, waar ik dan gewoon in kon stappen door het open raam (drie hoog, maar geen probleem) en dan met steeds hogere snelheid overal heen kon vliegen.

    Ik had best sociale angsten, vooral bij formele situaties, maar tegelijk, en dat herken ik wel, had een psychologisch onderzoek gemeld: “vestigt graag de aandacht op zichzelf”. Ik denk dat ik tien jaar was toen we op school een keer een invalmeester hadden, die een grote neus had. Het was gewoonte dat een jarig kind niet alleen de eigen klas trakteerde maar ook bij alle meesters en juffen iets lekkers afleverde. Zo’n jarige kwam op die dag bij de invalmeester binnen, die toen blij verrast zei: “Nou, ik ben wel met mijn neus in de boter gevallen!” Toen riep ik door de klas: “Nou, daar heeft-ie een goede neus voor.” Luid gelach! Hoera, ik kon een grap maken.  

    Dat was trouwens bij ons thuis en vooral in de familie van mijn moeder heel erg belangrijk. Toen ik ook op een verjaardag in familiekring een keer iets leuks had opgemerkt (succes had!) kreeg ik voor het eerst het gevoel erbij te horen. Maar er zit een andere kant aan die grappenmakerij. De Hongaars-Canadese arts Gabor Maté schrijft 3) dat gevatheid een copingstijl kan zijn waarmee emotionele pijn wordt geblokkeerd en de acceptatie van anderen kan worden verkregen. Geestige opmerkingen werden in mijn familiekring oneindig veel vaker uitgesproken dan dat gevoelens werden gedeeld.   

    Volgens Lievegoed was ik in die eerste 21 jaar, de fase van kindsheid en jeugd, vragen aan het beantwoorden als: Wie ben ik? Wat wil ik? Wat kan ik?  Ik kan me niet herinneren dat ik dat bewust heb gedaan. Voor mijn studiekeuze was het afstrepen: wat wil ik niet studeren. En toen bleef alleen economie over, wat ik ook niet echt leuk vond.  Ondertussen ontdekte ik de muziek, vooral met de komst van The Beatles (en dat startte met From Me tot You, toen ik dat in april 1963 op radio Luxemburg op zondagavond 23:00 uur voor het eerst hoorde), stapte ik met plezier het studentenleven in en ging daar bedienen in de mensa (eetgelegenheid van de studentenvereniging), achter de bar staan en muziekavonden organiseren en meestal had ik wel een vriendinnetje.

    De tweede 21 jaar: settelen en werken

    De fase van volwassenheid trad bij mij in met het gaan samenwonen met Thea. Samen zijn, dat wou ik. Op de Prinsengracht in Amsterdam, op de zolderetage van een achterhuis. Met gauw een kater erbij. Een jaar later trouwden we. 

    Ik ging voor mijn studie een stage doen, samen met drie medestudenten. Daar heb ik ervaren hoe leuk het is om samen te werken aan een klus met een paar gezellige collega’s. Dat is eigenlijk altijd zo gebleven. Toen de militaire dienst klaar was en de opleiding bij de Belastingdienst ook, woonden Thea en ik in een oud huisje in Vreeland aan de Vecht, hadden we een tweede kater en werd mijn oudste dochter geboren. 

    Ik werd geplaatst op het ministerie. Toen ik daar twee jaar zat wilden ze bij de douane iets aan automatisering gaan doen (er was letterlijk niets) en vroegen of ik me daarmee bezig wilde houden. Mijn vader had mij vroeger eens gezegd: “Jij maakt nooit wat af”. Toen ik de eerste schetsen voor een douanesysteem had gemaakt vond ik het dan ook wel genoeg. Maar nee, er werd anders beslist: ik moest het ook maar gaan realiseren vonden ze. Ik werd uiteindelijk projectmanager en ik heb het afgemaakt. Tien jaar na die eerste schets draaide het systeem en dat heeft het 25 jaar volgehouden en er zijn denk ik wel meer dan 100 miljoen aangiften van douane-expediteurs zonder veel problemen doorheen gegaan. 

    Het waren stressvolle jaren, in het begin nog vaak last van die angst-momenten, maar dat sleet wel en ik heb mezelf daarvan genezen verklaard toen ik in Tokio voor 400 Japanners een verhaal over de Europese wetgeving en de Nederlandse douane had gehouden. 

    Ondertussen groeide er een afstand tussen Thea en mij en liep deze levensfase uit op een crisis die tot een echtscheiding leidde, maar die tevens de start was van een flinke verandering.

    Tot nu toe volgens het boekje, lijkt het wel.

    In de volgende blog vertel ik hoe ik de derde fase, de fase van rijpe volwassenheid of de geestelijke ontwikkeling, ben ingegaan en welke veranderingen er in die fase zijn opgetreden en vertel ik over “mijn ouderdom”. 

    O O O O O O O O O

    1)Bernard Lievegoed. De levensloop van de mens. 1984

    2)Pol Craynest. Psychologie van de levensloop. 2013

    3)Gabror Maté. Wanneer je lichaam nee zegt. 2020

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet anderen er op te wijzen: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 39. De Grote Aandachttrekkerij

    De laatste jaren worden we geconfronteerd met steeds meer doemscenario’s. We hebben natuurlijk de milieucrisis, er is toenemende ongelijkheid, waarbij het werken steeds minder beloond wordt ten gunste van een kleine groep welgestelden bij wie juist steeds meer geestelijke armoede wordt geconstateerd, er is het vluchtelingenvraagstuk, er is een oorlog die we nooit verwacht hadden en we hebben te maken met een steeds vollere wereld, terwijl steeds meer landen daartegenover geconfronteerd worden met een afnemende “reproductie”, want geen zin in meer dan één kind en afnemende kwaliteit van het mannelijk zaad.

    Een introductie die je misschien niet zou verwachten als het gaat om het onderwerp aandacht. Waarin ik het vooral wil hebben over het feit dat velen van ons – en daarbij geldt: hoe jonger hoe meer – het vermogen verliezen om langer dan enkele seconden de aandacht bij één onderwerp te houden. 

    Twee vragen

    Ik denk soms wel eens dat de belangrijkste vragen die ik mezelf steeds zou moeten stellen luiden:

    • Waar besteed ik nu aandacht aan?
    • Is dat wel mijn aandacht waard?

    Van de week zat ik naar een voetbalwedstrijd te kijken op TV en vroeg me na een tijdje af: waar kijk ik eigenlijk naar, waar let ik op. (Nee, het gaat niet om Ajax – Feijenoord). Ik heb van zo’n wedstrijd na afloop dan bijna niets onthouden, behalve dan dat enkele doelpunt of, als ik er op gespitst ben, een mooie actie van een nieuw talent. Heb ik dan alle aandacht aan die wedstrijd gegeven? Of heb ik ondertussen aan andere dingen zitten denken? Ook dat kan ik mij na afloop niet herinneren.

    Ik heb jarenlang dagelijks de ochtendkrant in de bus gehad. Mijn dag begon sinds mijn pensionering altijd met een kop koffie (filterkoffie met opgewarmde melk, tegenwoordig havermelk) en dan de krant uit de bus halen en na een uurtje of anderhalf aan het ontbijt, en dan weer koffie drinken en dan constateren dat de dag al drie uur bezig is en dat ik me al niet meer kan herinneren wat ik eigenlijk had gelezen. Nu heb ik alleen op de zaterdag de krant, maar gebeurt er op andere dagen eigenlijk precies hetzelfde doordat ik achtereenvolgens Buienradar, nu.nl, mail, Facebook en Instagram zit te bekijken. En dat niet alleen ’s ochtends, maar ook vaak nog in de middag en in de avond. Ondanks dat ik weet dat van bijna alles wat ik heb gezien niets bijblijft (behalve de 14-daagse weersvoorspelling maar daar heb je dan weer helemaal niets aan).

    Contentcreatie

    Vanaf de eerste blog op 8 januari ben ik eigenlijk heel vaak afgeleid omdat ik me bij veel van wat ik meemaak, waarneem, ervaar of bedenk meteen de vraag stel of en hoe dat te plaatsen is in mijn blogs. Het is een beetje vergelijkbaar met de situatie die ik eerder beschreef waarbij je iets moois of bijzonders meemaakt en dan meteen bedenkt of dat op Facebook of Instagram of TikTok kan worden geplaatst, of dat je gewoon alvast aan het formuleren bent wat je straks thuis gaat vertellen. Je bent dan niet aan het ervaren, maar aan het creëren van content.

    De Amerikaanse schrijver Johann Hari hoopte zijn boek over de verloren aandacht 1) af te sluiten met adviezen die hem hadden geholpen deze weer terug te krijgen. Maar hij moest bekennen dat dat niet was gelukt en dat het zelfs slechter met hem ging dan toen hij met het boek begon.

    Aandachttrekkerij

    De sociale media zijn enorme aandachtstrekkers met een zeer groot bereik, ook in Nederland 2). De belangrijkste media (gemiddeld meer dan 4 per persoon) worden door meer dan de helft van de gebruikers dagelijks gezien, waarbij jongeren van 15 tot 19 jaar bijna drie uur per dag en senioren anderhalf uur per dag “op Insta”, “op Facebook” e.d. zitten. 

    De grote jongens van de sociale media hebben misschien geen kwade bedoelingen; geen andere dan Albert Heijn, Toyota, Zara en Hoogovens: winst maken en wel zo veel mogelijk. Soms doen ze er zelfs een mooie boodschap bij: zo zou de “like”-knop (het duimpje omhoog) zijn bedacht in 2009 om ‘positivity and love’ te verspreiden. Maar de manier van werken van deze bedrijven grijpt niet alleen in positieve zin in in het sociale, maatschappelijke leven. De documentaire The Social Dilemma van Netflix 3) maakt het een en ander duidelijk:

    • Zij willen, begrijpelijkerwijs, de aandacht van gebruikers zo lang mogelijk vasthouden
    • Zij bieden met onduidelijke regels content aan die op de belangstelling van de gebruiker is afgestemd (gepersonaliseerd; iedereen krijgt wat anders)
    • Ze kijken daarbij niet naar de inhoud van wat ze aanbieden
    • Doordat de mens vooral benieuwd is naar bijzondere, opwindende informatie, verspreidt nepnieuws zich op de sociale media zes keer zo snel als ander nieuws 4)
    • Gelijkgestemden krijgen dezelfde soort informatie voorgeschoteld, omdat de gebruikers het liefst informatie krijgen die hun mening bevestigt; er ontstaat dus geen ruimte voor een tegengeluid in de groep gelijkgestemden, zij worden gevoed in hun “echo chambers” of sociale bubbels
    • Gevolg is dat maatschappelijke tegenstellingen worden versterkt. 

    Crisis

    Er wordt dus verhoudingsgewijs extra ruimte gegeven aan sterke verhalen, waanideeën en complottheorieen. En nog veel ergere dingen zoals informatie die bedoeld is om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. En mensen nemen niet meer de tijd om rustig na te denken en plussen en minnen naast elkaar te zetten. Je geeft een like of niet. Om veel meer dan één reden is het daarom dat we de verslaving aan de manipulaties van de sociale media een crisis kunnen noemen, die we mogen toevoegen aan het rijtje in de eerste alinea. Zeker als we zien dat wereldwijd onder de jeugd depressies, zelfverminkingen en suïcides vanaf 2011-2012 een enorme toename laten zien. De verslaving aan likes en het gemis als die achterwege blijven speelt daar zeker een rol in.

    “Ze” kennen mijn voorkeuren beter dan ik zelf

    Ik heb zelf een keer een filmpje bekeken waarin werd beweerd (“aangetoond”) dat de mens nooit een voet op de maan zou hebben gezet. Binnen een paar dagen kreeg ik er nog een paar; je zou bijna denken …. Op Facebook en TikTok staan van die korte filmpjes (“reels”). Neerstortende watermassa’s, lawines en hele berghellingen die het dal inschoven heb ik blijkbaar goed bekeken. Ik kreeg er steeds meer. Ik had er op een gegeven moment genoeg van en scrolde ze snel door. Nu krijg ik ze niet meer.

    Maar sinds kort krijg ik steeds oude korte opnames van onder andere David Bowie en Freddy Mercury te zien, die zijn voor mij nog lastiger om te weerstaan hebben ze ontdekt. Maar ik moet me dus afvragen, van mezelf, elke dag, elk uur en vaak nog vaker: waar besteed ik aandacht aan en is dat wel mijn aandacht waard en dus ook: wil ik eigenlijk dat negende filmpje van David Bowie nog wel zien?

    O O O O O O O O O O O 

    1. Johann Hari. De aandacht verloren. Oorspr. Stolen Focus. 2022
    2. Whatsapp 13 miljoen gebruikers, Facebook en Youtube elk 10, Instagram 8 en TikTok 4 miljoen gebruikers. Bron https://www.marketingfacts.nl/berichten/social-media-in-nederland-2023
    3. The Social Dilemma. Documentaire op Netflix. 2020. 
    4. Nepnieuws is van alle tijden en verspreidde zich altijd al “als een lopend vuurtje”; een kort overzicht van de geschiedenis van nepnieuws vind je op https://historiek.net/nepnieuws-is-van-alle-tijden/78499/

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet anderen er op te wijzen: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 38. Het Menu van de Dag

    OVER ETEN, PROEVEN EN SMAAK

    Het proeven, de smaakzin, is in de woorden van Iris Sommer 1) een eenvoudig, maar effectief zintuig. In principe bedoeld om van stoffen die je wil innemen vast te stellen of ze giftig of niet giftig zijn en of ze voedzaam zijn ja of nee. Een klein chemisch laboratorium waarin het voedsel wordt gekeurd voordat het wordt ingeslikt.  Maar het is meer dan een enkelvoudig technisch proces.

    Eten is meer dan proeven

    Als we eten gaan er ook geuren van het eten rechtstreeks naar de neus. Als onze neus is verstopt smaakt het eten daardoor dan ook minder. Maar er komen nog meer zintuigen bij kijken. Je merkt de vorm van het eten in je mond met je tastzin en je merkt of je hard moet kauwen of niet. Je mag volgens de etiquette niet te veel geluid maken met het eten, maar van Crispy Chips werd gezegd: “ze smaken zoals ze kraken” (en zelfs de verpakking van de chips moet geluid maken, anders zijn het geen goede chips) en het oog wil ook wat: het eten moet er ‘apetijtelijk’ uit zien. Met eten zijn alle zintuigen betrokken. 

    Gevaar

    Ik vond het een hele geruststelling te lezen dat bittere stoffen, met name door kinderen, niet zo worden gewaardeerd omdat in onze genen de informatie bewaard is gebleven dat veel giftige planten bitter smaken. En dus de weigering bitter voedsel te eten een natuurlijke reactie is. Mijn broer kon absoluut niet tegen andijvie en ik niet tegen Brussels lof vanwege die bittere smaak. Mijn ouders hadden dat natuurlijk moeten respecteren omdat mijn broer en ik daarmee aangaven te weten wat goed voor ons was. Maar nee, we werden gedwongen het toch te eten en door aan die bittere smaak te wennen, waren we eigenlijk steeds minder goed in staat onderscheidingen te maken die van levensbelang kunnen zijn. Tot mijn eigen verbazing eet ik nu graag spruitjes en is het bij de meeste mensen zo dat ze in de loop van hun leven steeds beter bitter kunnen verdragen en dat ook lekker vinden.  

    Te dik belegd

    Maar ik blijf toch een zoetekauw. Als kind werd ik thuis wel Jan Hagel genoemd. Er moest altijd eerst een boterham met kaas of vleeswaren gegeten worden en dan mocht de zoetigheid komen. Je mocht de hagelslag natuurlijk niet te dik er op doen, daarom had ik een schuifboterham bedacht. Hagelslag op de boterham, de boterham in vieren snijden en dan de hagelslag van het eerste stukje doorschuiven naar het tweede, ook het tweede stukje zonder hagelslag opeten en dan heb je bij het vierde stukje een fantastische berg hagelslag erop zitten. Mijn moeder had de voorafgaande acties niet gezien en zag op een gegeven moment alleen dat vierde stukje. Dat was natuurlijk veel te dik belegd en de boventallige hagelslag werd teruggedaan in de verpakking. De uitleg mocht niet baten. 

    Aandacht voor eten

    Blijft natuurlijk de vraag: hoe bewust eten we eigenlijk. Eten is de laatste jaren erg in de mode, kookboeken staan in de top-tien van de boekenverkoop, er zijn tv-programma’s en de top-koks zijn sterren. Naast lekker eten gaat het om gezond eten en dan nog de nodige aandacht voor diëten die voor een mooi gewicht zorgen. Je zou zeggen: natuurlijk leidt die aandacht tot extra bewust eten. Aan de andere kant: als je met een leuk gezelschap eerst uitgebreid aan de borrel bent geweest, chips en andere hartigheden daarbij hebt genuttigd en als ook tijdens de maaltijd de drank rijkelijk vloeit, dan vrees ik dat van het bewust proeven, noch van het uitgebalanceerde dieet, niet veel overblijft en is het vooral een sociaal gebeuren.  

    Mijn geliefde en ik krijgen drie keer per week een maaltijdpakket in huis, waardoor we frequent worden uitgenodigd om te proeven wat er nu weer voor iets bijzonders op het bord ligt. Maar wij krijgen niet genoeg van zuurkoolstamppot met een gebakken eitje en, vooral zomers, van een maaltijd met uitsluitend gekookte aardappelen en sperziebonen, overgoten met een boterjus met knoflook. 

    Intensieve voedselbelevingen

    Peter Winnen, succesvol in de Tour de France in de jaren ’80, had zijn intensieve voedselervaringen toen hij in de Tour tegen de klippen op moest eten, omdat wielrenners met veel calorieën hun intensieve energieverbruik, 6000 tot 8000 kilocalorieën op een dag waarop de tocht over afschuwelijk hoge cols wordt geleid, moeten compenseren. “Het vele eten voor zo’n bergetappe vond ik een crime. Daar heb ik echt een trauma aan overgehouden. Dan zat je ’s morgens om zes uur met je slaperige kop tegen een warme maaltijd aan te kijken. Vreten tot je misselijk bent.” Hij vertelde dat hij nog altijd niet echt kan genieten van eten.

    Mijn meest intense voedselbeleving was tijdens een meditatiecursus waarin de deelnemers 24 uur stilte in acht moesten nemen en elkaar niet mochten aankijken. Volledig teruggeworpen op mezelf ging de volledige aandacht naar het gebeuren in mijn mond zoals nooit tevoren. Ik ben de droge rijst en worteltjes (als ontbijt!) en het kauwproces nooit vergeten. 

    Deze week las ik het verhaal van een vrouw die walgde van de aanblik van een kakkerlak. Ze besefte opeens dat zij net als dat beestje deel uitmaakte van dezelfde levende materie. Maar doordat zij kon denken, had ze zich ver verheven gevoeld boven de wereld en had ze zich gevoeld of ze er geen deel van uitmaakte. Zij at de kakkerlak op en wat er toen gebeurde raakte haar diep. Het leek alsof zij voor het eerst smaak proefde en het smaakte naar niets. Door het proeven van de kakkerlak vermengde zij zich weer met de wereld, ze legde haar menselijkheid af en voelde zich daardoor niet onthand maar juist bevrijd. 

    Het is maar een verhaal, uit een roman 2), maar het laat voor mij wel zien dat eten, proeven en het ervaren van smaak je bewust kan maken van het grote geheel waar we deel van uitmaken. 

    Tot slot: het Menu van de Dag

    Er wordt geschat dat er wereldwijd meer dan 100 miljoen liefdesliedjes zijn opgenomen. Alle stadia van de liefde worden bezongen: een nieuwe liefde, blijvende liefde, toewijding en aanbidding, trouwen, twijfel, verleiding, ontrouw, etc. Het aantal liedjes dat over eten gaat zal een fractie daarvan zijn. Op een website zag ik er toch nog 300 genoemd, maar de meeste ervan kende ik niet. Bij mij kwam Pizza op van André van Duin en Koffie van Rita Corita, maar als eerste kwam toch Zuurkool met vette jus, gezongen door Sjef van Oekel (Chef van Oekel ?) in de TV-show Van Oekels Discohoek van de geniale Wim T. Schippers. Ik vermoed dat in niet veel andere liedjes over eten een zo uitgebreid menu wordt beschreven. Daarom hieronder 3) als toetje van deze blog het Menu van de Dag (misschien ook niet echt geschikt voor een vroege zondagochtend).

    O O O O O O O O O

    1) Iris Sommer. De zeven zintuigen. 2018

    2) In het zomernummer 2023 van Filosofie Magazine wordt een passage uit de roman De Passie volgens G.H. (1964) van Clarice Lispector (1920 – 1977) beschreven. Hier verkort weergegeven.

    3) Zuurkool met vette jus. 1974. Dolf Brouwers, video te vinden op Youtube

    Zuurkool met vette jus, Soep vooraf, ja dat is mijn menu,

    Kaantjes met bruine bonen, Flink veel ei, niet van dat gewone,

    Blokken kaas met mayonaise, Warme friet en ook saucijzen,

    Sperziebonen uit het vet, Pap van brood, zo is het maar net,

    Arme kip, zo van het spit, Flink veel aardappelen waar een korstje aan zit,

    Een lekker prakje met een kuiltje jus, Garstig spek, dat is wat ik lus,

    Gebakken milt versierd met een sprotje, Zure bommen uit een potje,

    Ossetong in hete brij, Gegarneerd met dampende prei,

    Zwanehals gevuld met druiven, Paardehoef om af te kluiven,

    Wat dacht u van een pudding met bessesap, En als toetje garnalenpap,

    Slappe thee en vruchtenijsjes, Lendelappen met vele radijsjes,

    Gebraden haan in druipend vet, Koffie toe en dan naar bed,

    Hutspot met warme croquetten, En een doekje om de mond te betten,

    Oude kaas in vele talen, Oude vis kan veel verhalen,

    Rode wijn en pruimedanten, Zeer veel drank en ook fazanten,

    Tonnen bier en stapels brood, Harde worst vol kokosnoot,

    Pittig sausje van weleer, Ach wat wil een mens nog meer,

    Kastanjes op de geitebrij

    Bron: https://muzikum.eu/nl/sjef-van-oekel/vette-jus-songtekst

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet anderen er op te wijzen: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

  • 37. Valt er nog wat te beleven?

    OVER HET ZOEKEN NAAR PRIKKELS

    Je zult het misschien zelf ook wel eens hebben ervaren: je was je gewoon niet bewust van de weg, je zat op de automatische piloot en was met je gedachten bij het werk waar je naar toe ging of je zat nog te denken aan die serie die je gisteravond op Netflix hebt bekeken. Als iemand je dan vraagt of je nog wat beleefd hebt onderweg, dan zul je daar negatief op antwoorden. 

    Ik kwam een keer na een presentatie in Klein Heiliglandstichting bij Nijmegen ’s avonds laat op de snelweg met een zicht van minder dan 50 meter en ik kende de weg niet. Er stonden auto’s stil langs de weg en ik wist niet hoe hard ik moest rijden. Als je erg langzaam rijdt ben je bang dat iemand je van achteren aanrijdt en als je te snel gaat andersom. Met al mijn aandacht, helemaal bewust van het rijden, zat ik achter het stuur. Op zo’n moment is er geen ruimte om met je gedachten ergens anders te zijn. Thuisgekomen in Scheveningen, waar ik toen woonde, zei ik “Zo’n lastige rit heb ik zelden beleefd.“    

    Vroom & Dreesmann in de as

    Mijn ouderlijk huis stond in de Bilderdijkstraat in Amsterdam op de hoek van de De Clercqstraat (voor het eerst in mijn leven realiseer ik me dat er in dit geval inderdaad twee ‘de’ ’s voor Clercqstraat moeten staan) en ik had mijn kamer aan de straatkant schuin tegenover Vroom & Dreesmann. Ik werd toen op een ochtend wakker gemaakt door mijn ouders die zeiden dat ze net op de radio hadden gehoord dat er ’s nachts een grote brand was geweest die dat filiaal in de as had gelegd. Zij sliepen zelf aan de achterzijde van de straat en hadden ook niets gehoord. Buiten stonden de brandweerwagens er nog, maar er was geen vuur en rook meer te zien. Ik had de brand niet beleefd. Eén van mijn open deuren is hierop van toepassing: “Wat je niet hebt meegemaakt heb je niet beleefd”.

    De beleveniseconomie 

    We maken heel wat mee in ons leven. Maar we noemen het pas een belevenis als het meer is dan alleen maar waarnemen van een feit. Het moet je ook iets gedaan hebben. Als bedrijven aan klanten een “belevenis”  bieden, meer dan een product of dienst, dan moet die belevenis “emotionele waarden en behoeften” aanspreken, zodat die “een authentieke herinnering”  kan creëren, volgens de Amerikaanse uitvinders van het begrip “experience economy”. 1)

    Pretparken

    Als er iets is dat bestaat bij de gratie van het verlangen naar intensieve belevenissen dan zijn het wel de kermissen en de attractieparken. Met allemaal apparaten die je de “ultieme belevenis” kunnen bezorgen. En ik moet zeggen dat ik daar best wel gevoelig voor ben.

    De botsautootjes waarin ik altijd probeer om juist géén botsing te krijgen door met zo hoog mogelijke snelheid de kris-kras door elkaar krioelende kluwen bewust botsende brokkenmakers te ontwijken.

    De ouderwetse superlange achtbaan van het Tivoli in Kopenhagen heb ik bezocht samen met vier collega’s met wie we een dienstbezoek aan de Deense Douane hadden gebracht. We waren nog in pak en één van ons had zijn reiskoffer al bij zich. En met vijf nette heren en één koffer gingen we dan zo’n karretje in. Het moet een raar gezicht zijn geweest, maar ook een raar gehoor, want tijdens de fantastische rit hebben we gegild zoals Nederlandse delegaties nog nooit tevoren hadden gedaan. 

    En dan de nieuwere achtbanen waarbij de Python op de Efteling natuurlijk de top was, omdat dat in Nederland de eerste was waar je ook nog twee keer in een spiraalvorm over de kop gaat. Met een teamuitje aan het eind van het seizoen was het park bijna leeg, dus we konden zo vaak we maar wilden. 

    Maar het mooist heb ik altijd de piratenboot Halve Maan op de Efteling gevonden. Samen met een collega zaten we op die herfstdag op de achterste bank en wij staken bij het zwaaien van de boot, die op het keerpunt in 90 graden-stand staat, dus boven alle passagiers uit of na de terugzwaai we juist helemaal onderaan, hopend dat er niemand boven ons misselijk zou worden. 2) Als je dan op dat hoogste punt bent, waarop je dus recht naar beneden kijkt naar al je medepassagiers, is er even een moment van gewichtloosheid. We hebben toen samen ontdekt en een keer of vijftien ervaren dat als je vlak voor dat hoogste punt je even van je stoel opricht en je voeten losmaakt van de grond, je echt even helemaal los hangt, een fractie van een seconde helemaal stil in de lucht, waarna je dan samen met de boot weer naar benden gaat die vanzelf je stoeltje weer onder je schuift. Een belangwekkende ontdekking en een heerlijke sensatie vonden wie dat.

    Nog later heb ik die schommeltocht met net zo’n boot gedaan, dat was in Hamburg. Ik had een bal bij me en op het hoogste punt liet ik die vóór mij los, waardoor die dan net als ik een moment helemaal stil hing en dan gelijk met mij weer daalde en vanzelf weer op mijn schoot terecht kwam. Fantastisch vond ik dat. 

    De verveling voorbij

    Ik hoor de laatste jaren mensen niet zo vaak meer zeggen dat ze zich vervelen. Vervelen is een signaal dat er behoefte is aan prikkels, prikkels die je bezighouden en waardoor je het gevoel hebt dat je leeft en beleeft. Misschien dat door de druk-druk-drukmaatschappij en de opvulling van lege plekken in die drukte door de sociale media er geen of minder plaats is voor verveling. 

    Op de website www.gezondheidsnet.nl 2) worden vijf redenen genoemd waarom vervelen af en toe juist heel goed is. We zetten die voortdurende prikkelstroom dan even uit en daarbij noemen ze als voorbeeld dat je tijdens het douchen of het grasmaaien juist op nieuwe ideeën kunt komen. Of tijdens een stukje wandelen. Toen ik hoofd was van een eenheid van de Belastingdienst was ik begonnen met wandelweekends op de route naar Santiago. Als ik op maandag op kantoor kwam zeiden de stafleden: “Je hebt toch niet gewandeld dit weekend, hè?” Want ik kwam na die wandelingen altijd wel met een paar ideeën op de proppen.

    Maar ik vrees dat nu dat soort activiteiten als wandelen en grasmaaien steeds vaker vergezeld gaat van signalen die uit de onvermijdelijke oortjes komen met muziek of de laatste lege gaatjesvuller: de podcast. 

    Beleven en verveling staan tegenover elkaar lijkt het. Ik denk dat het jammer is en dat we kansen laten liggen als we de hele dag volplempen met activiteiten, dingen die we moeten beleven, we moeten bijblijven, alles volgen en met iedereen in contact blijven, omdat we bang zijn anders iets te missen (FOMO: Fear Of Missing Out), etc., etc. 

    We hebben het helemaal voor elkaar. Doordat we zo veel kunnen beleven hoeven we ons nooit te vervelen. En dat doen we dan ook niet. Maar af en toe niets doen, voor je uitstaren, klusjes doen die geen aandacht vragen, wandelen zonder stappenteller, zonnen zonder oortjes of boek, is zo heerlijk en nuttig. En dan eens per jaar je helemaal overgeven aan, ik noem maar wat, de kermis of het attractiepark.

    O O O O O O O O O O

    1) B. Joseph Pine, James H. Gilmore.The Experience Economy. 1999

    2)Te vinden op Youtube: zoek “Onride Halve Maan Efteling”

    3) http://www.gezondheidsnet.nl. Waarom (af en toe) vervelen gezond is. 25 mei 2020

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet anderen er op te wijzen: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com

     

  • 36. Succes !!!

    OVER RESULTATEN EN DE WEG DAAR NAAR TOE

    Ik ben na mijn studie bij de Belastingdienst gaan werken omdat een vriendje van me zei dat je dan niet in militaire dienst hoefde. Er was een regeling tussen Financiën en Defensie. Ik werd aangenomen, maar moest wel nog een interne opleiding volgen; ik had namelijk nog geen verstand van belastingen. Na een jaar was de opleiding afgelopen en kon ik benoemd worden tot adjunct-inspecteur van ’s Rijksbelastingen. Maar die regeling met Defensie was er niet meer en ik moest toch eerst nog een jaar in militaire dienst. En dat was juist wat ik met die baan bij de Belastingdienst wou voorkomen. Ik zeg dus wel eens dat mijn loopbaan toen eigenlijk al mislukt was, want het beoogde resultaat bij de start ervan heb ik niet bereikt.

    Resultaat

    Succes heeft te maken met de afloop, de uitkomst of het resultaat van iets. Je begint iets en succes ligt dan aan het einde. Misschien is succes dan wel waar je het voor doet. Je plannetje is gelukt, je hebt je doelstelling gehaald. En je krijgt applaus. Als je iets goed gedaan hebt krijg je applaus; van je papa en mama bijvoorbeeld. Ik heb voor mijn kinderen een diploma billen vegen gemaakt, uitgereikt nadat aangetoond was dat ouderlijke hulp niet meer nodig was. Ze kregen later ook een diploma veter strikken (iets wat mij nooit gelukt zou zijn, ik kan het nog steeds niet op de voorgeschreven wijze). En zo gaat het je hele leven door.

    Heel vroeger zag het er anders uit. In de Bhagavad Gita van vijf eeuwen voor Christus, onderdeel van de Hindoeïstische leer, wordt geleerd dat het helemaal niet gaat om het resultaat. Prins Arjuna vroeg zich af, voorafgaand aan een te verwachten strijd, of hij die als legeraanvoerder wel zou aangaan, daarmee misschien veel van zijn soldaten de dood injagend. Vol droefheid en medeleven met zijn medestrijders, vraagt hij advies aan Krishna. Zijn antwoord: “Wat is dat voor schandalig gedrag. Sta op, en vecht. Het gaat om het handelen. Vecht zonder wens, maar handel. Je bent geroepen om een leger te leiden. Wie zijn handelen laat leiden doordat hij bang is, bijvoorbeeld om zijn familie of vrienden pijn te doen, heeft zich niet bevrijd.” 1) Je zou ook kunnen zeggen: laat je handelen leiden door de situatie en niet door je emoties. 

    Succes: een geliefd product

    Het woord succes wordt ongelooflijk vaak genoemd. Als je op bol.com bij de afdeling boeken ‘succes’ intoetst als zoekterm zeggen ze 93.895 artikelen te hebben die in de titel of omschrijving dat woord bevatten. Een groot aantal boeken zit in de “How to..” sfeer, met name uit Amerika. Met titels als “The Magic of Big Thinking” (waarin je jezelf als net afgestuurde tekort doet als je niet gaat proberen om op je 25e al miljonair te zijn), “How to become supranatural” (Joe Dispenza belooft je succes en overvloed), maar ook in Nederland kunnen ze er wat van “Fuck it, you can have it all’ (voor 100 euro krijg je er van Wouter Kleinsman ook een werkboek bij en daarna verder alles wat je maar wil). Enzovoorts, enzovoorts. Ik denk daarbij ook wel eens heel praktisch: zou die overvloed die wordt beloofd niet ten koste gaan van anderen? En als iedereen op deze aarde door deze boeken miljonair is geworden, gaat het met het klimaat dan niet juist slechter? Of zijn die miljoenen door inflatie dan niets meer waard? 

    Levensdoel

    Mijn eerste associatie bij het woord succes was: de Succes Agenda. “De opwinding die je voelt als je die lege pagina’s ziet en weet dat ze binnenkort gevuld zullen zijn met alles wat je hoopt te doen en te bereiken in de komende 12 maanden” schrijven ze op hun website. Ik krijg de indruk dat het hebben van succes in het leven toch wel het allerbelangrijkste lijkt te zijn wat er is. Een doel op zich lijkt het wel. Alsof het in de plaats komt van, zoals ik vroeger geleerd heb, “God dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig zijn”, of van “gewoon een goed mens zijn” of “gewoon lekker bezig zijn”. Succes als levensdoel is aan een succesvolle opmars bezig. 

    Toen ik bij de Belastingdienst solliciteerde had ik in het gesprek met de selectiecommissie verteld dat ik een systeem had bedacht waarmee ik de voetbaltoto-formulieren invulde. En natuurlijk moest ik toen de vraag beantwoorden of ik er al eens wat mee had gewonnen of het dus een succesvol systeem was. En inderdaad, ik had een keer 265 gulden gewonnen. Maar, vertelde ik erbij, dat was niet omdat mijn systeem zo goed was, integendeel: de kans dat ik die prijs op die dag zou winnen was zelfs kleiner dan wanneer ik helemaal geen systeem gebruikt zou hebben. Het toeval had zijn werk weer eens gedaan. Ik werd toch aangenomen, maar ik heb na die toevallig verdiende 265 gulden ook niet meer meegedaan.

    Nu we het toch over evaluaties hebben alvast een kleine vooruitblik op het onderwerp denkfouten en valse redeneringen: het is altijd de vraag of een resultaat, een succes, een gevolg is van het handelen van degene die het succes claimt of dat er andere factoren in het spel zijn. Dat weten we natuurlijk allemaal al heel lang, getuige de uitdrukking: “Succes kent vele vaders, maar tegenslag is meestal wees.”  Als een club kampioen wordt zullen er vast wel een paar tegelijk roepen dat het succes aan hun te danken is. Maar na de degradatie is er niemand die zegt dat het allemaal zijn of haar schuld is.

    Lopen

    Ik wil tenslotte nog wat vertellen over een wandeling die ex-collega en vriend E. en ik hebben gemaakt. We spraken af: we gaan naar Santiago de Compostela. We begonnen in Pieterburen en eindigden vlak vóor (ik) respectievelijk vlak over (E.) de Pyreneeën. Voor mij was dat een fantastische tocht, we hebben heerlijk, maar soms ook pijnlijk of uitgeput of oververhit of doornat gelopen, grote verhalen gedeeld en discussies gevoerd, lekker gegeten en gedronken en genoten van het land. We hebben soms een stukje overgeslagen, we hebben gelift, een autobus genomen of achterop een boerenkar meegereden. En dat was wat wij wilden. Het laatste deel in Spanje lopen zagen we niet meer zitten en we hebben zonder enige spijt een punt achter dit avontuur gezet. Ik denk helemaal niet in termen van succes als het gaat om deze tocht. Ik heb er gewoon van genoten. Ik heb het niet als prestatie gezien, er was geen ander doel dan lekker lopen. 

    Het was typisch een geval van: het gaat niet om de bestemming maar om het lopen.

    O O O O O O O O O O

    1. Basistekst van de Bhagavad Gita is te vinden op https://vedabase.io/nl/library/bg/2/

    Illustratie: Johan Leo Koet

    Vind je deze berichten leuk, aarzel dan niet anderen er op te wijzen: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten

    Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle eerder verschenen berichten

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com