-
25. Een blik op het kijken

We kijken op verschillende manieren, op de automatische piloot of heel gericht. We kunnen onze kijkervaring verrijken door te zoeken naar plekken en situaties die ons uit dagelijkse routines halen en dat is ook goed voor onze hersens.
Toen mijn geliefde en ik met ons paard Lucky een paar jaar geleden in het bos gingen wandelen, gebeurde het een keer dat zij (Lucky) plotseling stil stond en aandachtig keek naar een plek twintig meter rechts van haar. Na een paar tellen zagen we waar ze naar keek: er lag een rood plastic zakje op het gras dat zachtjes bewoog in de wind. Daarvóór liep ze gewoon door, schijnbaar geen aandacht voor wat dan ook. Ze kende de weg, was vertrouwd met langsrijdende fietsers en auto’s en ze keek als regel niet op of om.
Wat tot dan toe tot haar kwam via haar ogen, was allemaal bekend en niet bedreigend. Er was bij haar een voortdurende check of wat ze tegenkwam paste in het haar reeds bekende beeld. En opeens zag ze iets dat daar niet in paste en ze moest dat bestuderen. Lucky liep pas verder toen haar duidelijk was geworden dat het rode plastic zakje haar niet zou schaden.
En zo werkt het bij ons ook: we zien vaak alleen maar wat ons opvalt dat anders is dan wat wij verwacht hadden. Gelukkig staan onze beide ogen met elkaar in verbinding. Want Lucky ging op de terugweg wéér op de rem staan, omdat zij toen iets aan haar linkerzijde zag. Het was hetzelfde zakje, maar dat het zakje door haar een half uur eerder als vertrouwd was beoordeeld wist haar andere hersenhelft niet.
Doelgericht
Vaak kijken we niet op ‘stand by’ maar richten we ons op zaken die op dat moment voor ons relevant zijn. Neem maar weer eens een voetbalstadion, dan zul je misschien ervaren dat de mensen die daar zijn heel verschillend kunnen kijken. Zo zullen de pure voetballiefhebbers vooral kijken naar de ontwikkeling van het spel, de posities, de tactiek en de tentoongespreide techniek. De fans zullen vooral naar hun eigen team kijken en met hun ogen de bal in het doel van de tegenstander willen duwen. De scheidsrechter, de trainer, de grasmeester en de fotograaf, zij letten allemaal op iets anders. En de moeder en de vader van de debuterende aanvaller zien natuurlijk vooral de bijdragen van hun eigen kind en houden hun ogen daarbij ook gericht op die stevige verdediger van de tegenpartij omdat die hun zoon al na twee minuten bijna onderuit had geschopt.
Als je in een onverwachte of nieuwe situatie komt ben je extra alert. Ik denk dat er twee dingen zijn waar we onbewust altijd op letten: is er iets te vrezen of is er iets te halen. Wij zijn heel goed in staat om snel te scannen op deze punten. Let maar eens op hoe je een ruimte binnenkomt, bijvoorbeeld je komt op visite of je komt een vergaderruimte in. Binnen een fractie van een seconde heb je in de gaten wie er zijn, of er mensen zijn die je in een bepaald opzicht liever mijdt of dat er een vreugdestroompje door je heen gaat omdat je iemand ziet waar je blij van wordt. Of je komt op een markt en laat je blik gaan over wat er allemaal te koop is. Als je vrijgezel bent is de kans groot dat de aanwezigheid van een potentiële partner het eerste is waar je op let. Je richt je aandacht, je blik, op zaken die voor jou relevant zijn.
Weer eens wat anders
Als je aandacht op ‘stand by’ stand staat, gaat die aandacht bijna altijd naar waar de associatietrein je heen voert. Maar je kunt je ook laten verrassen. Rob Walker heeft een boekje geschreven over de kunst van het waarnemen en beschrijft 131 mogelijke alternatieven *). Je kunt je bijvoorbeeld voornemen om op een wandeling alleen maar oog te hebben voor de kleuren onderweg of je kunt kijken hoeveel bewakingscamera’s er zijn. Om uit de sleur te komen van je dagelijkse route. Alleen al over manieren van kijken heeft hij in zijn boekje zestig pagina’s met ideeën.
Vroeger, in mijn kindertijd, was zondagmiddag altijd wandeltijd. Met mijn vader en mijn broer hebben we een keer een wandeling door Amsterdam gemaakt waarbij we op elke straathoek door het lot lieten bepalen of we linksaf, rechtsaf of rechtdoor zouden gaan. Op die manier kwamen we in straten en buurten waar we anders nooit gekomen zouden zijn. Ik heb ook wel eens de nachtelijke terugreis uit Frankrijk laten leiden door de stand van de secondewijzer bij binnenkomst van een bepaald stadje (Saint-Flour). Dat bleek achteraf niet handig: duizenden bochten, benzinetank bijna leeg, uitgestorven dorpen en onweer. Het moet een prachtig landschap geweest zijn, maar we hebben er niets van gezien. Ik ben er niet bewuster door gaan kijken, maar wel erg moe van geworden.
Mijn vriend E. reed vaak met de auto door het Noord-Franse land en keek dan vaak in welke mate de weg een afscheiding vormt tussen twee types landschap. Bij een weg langs de kust is dat natuurlijk duidelijk, maar hij ziet dat ook heel vaak rijdend in het golvende binnenland.
Vragen
Begin dit jaar moest ik een paar keer per week naar een bepaalde plek in de stad en ben er steeds met een andere route heen gewandeld. Op een gegeven moment ben ik in alle huizen gaan kijken wat ik daar zag. Ik heb toen vastgesteld dat in een bepaalde straat in slechts 7 van de 86 woningen waar ik langsliep de eettafel aan de raamzijde stond, bij de andere stond die achterin de kamer en ik heb er toen lang over nagedacht waarom dat zo was (dichter bij de keuken?). En ik zag in totaal drie kookeilanden met bij elk van die drie een vrouw aan het werk. Dat riep natuurlijk ook weer allemaal vragen op. De Nederlandse Professor Scherder, neuropsycholoog, zou er tevreden mee zijn geweest: in beweging zijn en tegelijkertijd de menselijke nieuwsgierigheid ruimte geven, dat geeft extra voeding aan de geest.
Over een paar weken nog meer over kijken, bijvoorbeeld het kijken om het visuele genot.
O O O O O O O O O O OO
*) Rob Walker. De kunst van het waarnemen; 131 manieren voor meer creativiteit, inspiratie en verwondering in het dagelijks leven. 2019.
Illustratie: Johan Leo Koet
Aanmelden voor (gratis) wekelijkse toezending: op de website http://www.dewereldenvanjan.blog; daarop vind je ook alle eerder verschenen berichten
Bericht niet ontvangen? Check je spambox
Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com
Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden
-
24. Staat de grijze bak al buiten?

OVER COMMUNICATIE
In een besloten Facegroep van ons koor had ik eens een video van Nightwish geplaatst. (Dit is de laatste blog waarin ik de naam noem van deze Finse symphonic-metal group met onze eigen Floor Jansen als frontvrouw). Er kwamen een aantal positieve en enkele negatieve reacties. Eén koorgenoot (ik noem hem even Jan2) schreef: “Aan de muzikale opvoeding kan nog wel wat gebeuren dus.”
Ik heb daarop gereageerd met “Muzikale opvoeding mag er nooit toe leiden dat je van bepaalde muziek niet meer kunt genieten, maar wel dat je je openstelt voor genres waarmee je wat minder bekend bent.”Ik dacht dus dat Jan2 bedoelde dat er aan mijn muzikale opvoeding iets ontbrak en ik reageerde verdedigend. Maar dat was, tot mijn grote schaamte, dus helemaal niet wat hij bedoelde blijkens zijn vervolgopmerking: “Ik bedoel van meer kanten uit, dus we laten ons verrassen. Laat maar komen.”
Communiceren is altijd lastig, vooral met een ander.
Vier oren
Communiceren is lastig want je kunt elkaar soms niet goed verstaan. Soms door taalproblemen, maar vaker omdat er maar met een half woord wordt gesproken en dan moet je maar raden wat daarmee wordt bedoeld. Of je hoort een verhaal maar half omdat je zelf al een antwoord aan het bedenken bent. Of je hoort maar de helft omdat je toch al denkt te weten wat die ander gaat zeggen, etc.
Maar één van de lastigste dingen in de communicatie is dat we vier oren hebben. Degene die een vraag stelt kan daar in de theorie van de Duitse psycholoog F. Schulz von Thun vier min of meer verschillende boodschappen mee willen geven. *) En als je een vraag hoort kun je er op vier verschillende manieren naar luisteren. Laten we maar eens kijken naar de dag dat de vuilnis wordt opgehaald. Je hoort dan op de vrijdagochtend vragen: “Staat de grijze bak al buiten?”.
Het zakelijke of inhoudelijke aspect. Als je toevallig al had gezien dat die nog in de schuur staat, kun je de vraag beantwoorden: “Nee!” Een zakelijke vraag zakelijk beantwoord. Je hebt alleen gekeken naar wat er feitelijk wordt gezegd. Dat is de meest simpele vorm.
Het appellerende aspect. Maar ga je dan na dat antwoord rustig door met je koffie? Of zou het kunnen zijn dat die vraag ook nog een onuitgesproken deel bevatte, namelijk: “En als ie nog niet buiten staat, wil je hem dan even buiten zetten?” Als je dat deel er al meteen bij denkt heb je de vraag gezien als een appèl. Je hebt gekeken naar wat misschien het waarom was van de vraag, wat wilde de vraagsteller ermee bereiken? Het zakelijk oor maakte plaats voor het appèl-oor. Je gaat er van uit dat er een beroep op je wordt gedaan.
Het expressieve aspect. Je kunt in die communicatie ook nog luisteren naar wat die vraag zegt over de vraagsteller. Met het expressie-oor luister je vooral naar hoe die gesteld wordt. Is er ongeduld in de stem? Wordt er een grote zucht bij geslaakt? Of een kreun die iets zou kunnen betekenen als: ik kan het echt niet zelf.
Het relationele aspect. Tenslotte kun je met het relationele oor luisteren. Wat zegt de vraag over hoe de vraagsteller zich opstelt in de relatie met jou. “Hoor ik nu weer een verwijt in die stem, die zegt dat ik iets vergeten ben of te weinig betrokken ben bij het huishouden? Ziet hij of zij niet dat ik zo veel doe in het huishouden?
En ondertussen weet je niet wat de vraagsteller nu eigenlijk wil zeggen. Totdat je er over gaat praten met elkaar.
Wat je vaak kunt merken is dat je de interpretatie van wat iemand zegt en welk oor je daarvoor gebruikt laat bepalen door het beeld dat je van die persoon hebt. En dat dat beeld best wel eens niet kan kloppen. Later zal ik wat vertellen over mijn ervaringen met Byron Katie; zij heeft maar vier vragen, die je kunt stellen over de beelden die je hebt over die ander. En over jezelf. De eerste vraag luidt: “Is het waar ….?” **)
Geweldloos
In de zestiger jaren van de vorige eeuw ontstond de beweging van Geweldloze Communicatie. In grote maatschappelijke conflicten tot en met oorlogssituaties zijn successen geboekt door partijen daarmee bij elkaar te brengen. Centraal in de aanpak stond de bereidheid te luisteren naar de behoeften van de andere partij om vervolgens te komen tot een onderlinge relatie gericht op het vervullen van de wederzijdse behoeften.
De Française Natalie Achard werd met haar aanpak volgens de Geweldloze Communicatie binnengehaald bij clubs als Greenpeace en Amnesty toen die organisaties constateerden dat ze soms al tientallen jaren hetzelfde verhaal vertellen zonder dat er iets veranderde. Zij liet zien in haar recente boek ***) dat het met de vinger wijzen, verwijten maken en de ander alleen maar vertellen wat die moet doen geen effect heeft en dat uitgaan van de wederzijdse behoefte partijen bij elkaar kan brengen en dat die aanpak uit de jaren ’60 nog steeds effectief kan zijn.
Twee dagen nadat ik dit had opgeschreven schreef ik in een whatsapp groep als reactie op een bericht: “Dat is natuurlijk een heel slecht verhaal!” Het werd snel duidelijk dat deze reactie de discussie niet verder bracht. Theorie en praktijk liggen bij mij nogal eens een stukje uit elkaar.
Martin Luther King verpakte de behoefte van alle demonstranten destijds in een droom in een ongeëvenaard krachtige speech, alleen met microfoon. En zonder Powerpoint! Een mooie analyse van de Belg Arnout van den Bossche kan ik je aanraden, je vindt hem op YouTube ****).
Op veel plekken zijn we ver verwijderd van begrip voor wederzijdse behoeften. En komen mensen niet dichterbij elkaar. Daar komt bij dat van iedereen ook een mening wordt verwacht. Als Rachel Hazes weer eens ruzie heeft met Roxanne wordt er op de roddelsites meteen een enquete ingegooid: “Wie heeft er gelijk: Rachel of Roxanne ?”. Een antwoord als: “Hoe kan ik dat nou weten?” kan niet gegeven worden.
En dan hebben we ook te maken met simplificaties, leugens, drogredenen en het complotdenken, waarbij mensen de vrijheid nemen om op basis van een enkele waarneming of veronderstelling of “een filmpje op internet” te komen tot in beton gegoten en luid verkondigde waarheden. Ik ga daar natuurlijk keiharde standpunten over innemen.
O O O O O O O O O O O
*) Friedrich Schulz von Thun. Mit einander reden. 1981
**) Byron Katie. Vier vragen die je leven veranderen. 2014 (Oorspronkelijk: Loving what is. 2002)
***) Nathalie Achard. Geweldloze communicatie praktisch toepassen. 2021 (Oorspronkelijk: La communication Non-Violante à l’usage de ceux qui veulent changer le monde. 2020)
****) Arnout van den Bossche over communiceren met Powerpoint
Illustratie: Johan Leo Koet
Eerdere berichten zijn te vinden op http://www.dewereldenvanjan.blog
Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com
Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden
-
23. Uit liefde voor de zang

OVER MUZIKALE KLANKEN
Donderdag werd ik wakker, zo om een uur of vijf, en schrok, want ik hoorde een hard ritmische geluid, buiten op het balkon, veronderstelde ik. Ik dacht daar zit een groot beest, misschien zelfs wel in de kamer. Even later was ik gerustgesteld want het was een vogel, die in alle vroegte zijn stembanden aan het opwarmen was en op het punt stond luid en duidelijk de ochtend te verkondigen. Een beetje een kraai-achtig geluid. Maar ook dat bleek een onjuist ‘beeld’. Mijn neus was half verstopt en het was het geluid van mijn eigen ademhaling dat in mijn dromende hoofd tot vreemde taferelen leidde!
Maar goed, het duurde dus even voordat ik me realiseerde dat ik die dag met het Koninklijk Haarlems Mannenkoor Zang en Vriendschap zou vertrekken voor de vierdaagse concertreis “Uit Liefde voor de Zang”. We hebben al fijne optredens achter de rug in de Abdijkerk van Rolduc, in Aken en, samen met het Gulpense Mannenkoor St. Ceacilia, in Maastricht. En vandaag gaan we zingen in Luik. Daarom vandaag extra aandacht voor muzikale klanken.
Volgens de Canadese wetenschapper Ed Hagen is muziek/zang ontstaan om daarmee je territorium kenbaar te maken, maar ook is het voor ouders een middel om aan hun kleine kind duidelijk te maken dat het aandacht krijgt. Ik denk dat deze beide redenen voor ons koor dezer dagen niet van toepassing zijn; we willen de zuidelijke Nederlanden niet bezetten en onze kinderen en kleinkinderen zijn denk ik thuisgebleven.
In den beginne was er…
Tweehonderd jaar daarvoor schreef de soefimeester Inayat Khan: “Bij de aanvang der menselijke schepping bestond er nog geen taal, zoals wij die kennen, enkel muziek. De mens uitte in den beginne zijn gedachten en gevoelens door lage en hoge, korte en aangehouden geluiden. De diepte van zijn toon toonde zijn sterkte en kracht; en de hoogte liefde en wijsheid.“ *)
Wij zullen waarschijnlijk nooit weten wanneer het zingen precies is begonnen. Wel zijn we al heel lang bekend met geschriften waarin ook verzen zijn vastgelegd met een aanduiding van de melodie.
Ons repertoire laat wel duidelijk zien dat zang een belangrijke rol heeft gespeeld in religieuze/spirituele rituelen. En daarnaast wordt muziek gemaakt om onze oren te strelen, ons tot ontroering, opwinding of trance te brengen, aan te zetten tot dansen of juist naar de stilte te geleiden. En het creëert sowieso een onderlinge verbinding. Muziek is niet weg te denken uit de maatschappij, muziek omgeeft de mensheid in alle werelddelen, elke dag.
Een spannend verhaal
Zoals er bijvoorbeeld bij de schilderkunst allerlei aspecten zijn waar je op kunt letten, is dat met luisteren naar muziek ook zo. Je kunt je richten op de melodie of op de harmonieën die je hoort, de stem van de zanger of zangeres, je kunt proberen na te gaan welke instrumenten er allemaal zijn, welke maatsoort, etc.
Muziekprofessionals, waaronder onze dirigent, zullen letten of de noten kloppen (waarschijnlijk hoeven ze daar niet op te letten, maar horen ze een oneffenheid onmiddellijk en zullen het dan nog erg moeilijk vinden te genieten van de rest van dat stuk muziek) en of het wel klinkt als een “spannend verhaal”.
In de dance-muziek op de grote festivals gaat het erom dat je als bezoeker voortdurend in beweging wordt gebracht en dj’s als Hardwell en Tiesto zorgen ervoor dat er met veel beats en een eenvoudige muzieklijn elke minuut naar een climax wordt toegewerkt, waarop kan worden gejuicht en gesprongen.
In de winkelcentra is er de ‘behang-muziek’ (‘muzak’) die alleen maar tot doel heeft de klanten in een gemoedelijke, koopzuchtige stemming te brengen en die in de standby modus niet bewust doordringt. Als de muziek te hard staat en ik ga per ongeluk meezingen, dan meld ik dat daarna altijd even bij de klantenservice, want dat is niet de bedoeling.
The Good, The Bad and The Ugly
Muziek kan je ook tot beelden brengen. Als je je ogen dicht doet en muziek opzet kun je je een leeg scherm in je hoofd voorstellen waarop een film wordt geprojecteerd. En een grote kans dat zich, misschien afhankelijk van het soort muziek, daar allerlei scenes worden geprojecteerd. Op een mindfulness avond die ik mee heb gemaakt werd aan de deelnemers gevraagd hun ogen te sluiten, het filmdoek mentaal voor zich te zien en klaar te gaan zitten voor de voorstelling. Er werd een stuk van Ennio Morricone opgezet. Iedereen had daar meteen beelden bij: galopperende paarden bereden door cowboys, loensende misdadigers, saloons en galgen. Allemaal opgeroepen door de tonen van strijkers, blazers en andere muzikanten. Bij een stuk van Ray Lynch (The Oh Of Pleasure), elektronische new age muziek, maakten de aanwezigen een heerlijke duik in de zee en zweefden diep in de oceaan, of ze waren vredig aan het wandelen in de woestijn.
Verrassing
We kunnen aandachtig luisteren, maar is dat ook wat het grootste luistergenot oplevert? Mijn ervaring is dat ik de mooiste klankbeleving ervaar als ik verrast word. Op momenten dat ik daar niet op voorbereid ben komen klanken binnen die mij raken. De klanken van Paolo Conte met Max kwamen mij uit de huiskamer aanwaaien toen ik in Scheveningen in de keuken bezig was (ik heb diezelfde middag de LP gekocht), de stem van Rufus Wainwright met Going To A Town trof mij terwijl ik aan het ontbijt de krant zat te lezen en The Rolling Stones ving ik op toen ik als 16-jarige op de ligwei lag van een zwembad aan het Vierwoudstedenmeer (It’s All Over Now). En zelden gebeurt het dat ik die ervaring kan herhalen door hetzelfde muziekstuk nog eens te beluisteren. Vreemd genoeg gebeurt dat me wel steeds als ik de stem van Floor Jansen hoor in de live-uitvoering van Ghost Love Score in 2013. **) Haar stem en het epische, bombastische instrumentale geluid van de band Nightwish bezorgt mij nu al een paar jaar bijna elke dag kippenvel op mijn linker bovenbeen bij een bepaalde passage (na 2:20 min).
Vandaag zullen we, net als eerder deze week, als koorzangers goed op de dirigent moeten letten, maar ook goed moeten luisteren. Luisteren naar elkaar en naar de begeleiding en dan zorgen dat je met elkaar die prachtige klanken kunt produceren die de componist bedoeld had. Want alleen door te luisteren naar elkaar ontstaat er gezamenlijkheid, doen we dingen samen, als eenheid, en krijg je dat voor elkaar.
O O O O O O O O O
*) Inayat Kahn. De Mystiek van het Geluid. (oorspr. The Mysticism of Sound). 1973
**) NB Niet voor iedereen geschikt op de zondagochtend. Youtube Nightwish Ghost Love Score
Foto: samengesteld uit afbeeldingen van pexels.com en bewerkt door Johan Leo Koet
Eerdere berichten zijn te vinden op http://www.dewereldenvanjan.blog
Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com
Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden.
-
22. Er gebeurt veel, maar het voelt goed

OVER DE KRACHT VAN HET VOELEN
Mijn geliefde en ik hebben elkaar leren kennen in een alternatief circuit voor persoonlijke ontwikkeling. Als we dan iemand uit dat circuit een tijdje niet hadden gezien en we vroegen dan bij het weerzien hoe het met hem of haar ging, dan was vaak het antwoord: “Er gebeurt veel, maar het voelt goed”.
Voor mij was het wel een soort kennismaking met mijn gevoelsleven. Een kennismaking die nog steeds voortduurt, ook met deze reis. Ik heb ook lange tijd niet met emoties overweg gekund, ik vond dat ze maar in de weg zaten. Ik denk dat ik daarin niet alleen stond, de psycholoog Marja Postma gaf niet voor niets aan haar boekje over emoties de titel “Emoties wat moet ik er mee?” *)
Inmiddels is mij wij wel veel duidelijk geworden. Onder andere dat emoties in de eerste plaats een fysieke reactie zijn op een zich voordoende situatie, bijvoorbeeld een gevaarlijk uitziende man met dito hond die je op je lekkere wandelingetje opeens tegemoetkomt. Maar ook dat emoties er over de hele wereld zijn en dat emoties vaak ook direct aan het gezicht zijn af te lezen. Paul Ekman **) heeft foto’s laten zien aan mensen over de hele wereld en die konden dan aangeven of de gezichtsuitdrukking van die persoon op de foto boosheid, walging, angst, vreugde, bedroefdheid of verrassing aangaf. Dat werd in veel gevallen goed gedaan, maar de score hing toch wel af van de cultuur waartoe de deelnemer behoorde.
De universele “smilies” en andere “emoticons” laten nog duidelijker de essentie van de bij emoties behorende gezichtsuitdrukkingen zien en worden over de hele wereld gebruikt, hoewel wetenschappers een duidelijk neurologisch onderscheid tussen de zes basisemoties nog niet hebben kunnen vaststellen.
Nuttige fysieke reacties
Het is niet alleen het gezicht dat verandert bij de verschillende emoties. Zo stroomt bij woede het bloed naar de handen, wat het gemakkelijk maakt een wapen te grijpen of uit te halen naar een tegenstander; de hartslag versnelt en een toevloed van hormonen, zoals adrenaline, genereert een stoot energie die sterk genoeg is om krachtdadig op te treden. Bij angst stroomt het bloed naar de grote skeletspieren, zoals in de benen, wat vluchten makkelijker maakt. Tegelijk staat je lichaam stokstijf stil, al is het maar een moment, misschien om tijd te winnen zodat we kunnen nagaan of schuilen of vluchten niet een betere reactie is.
En alles heeft nut: het optrekken van de wenkbrauwen bij verbazing vergroot ons blikveld en zorgt er voor dat er meer licht valt op het netvlies. Dit geeft meer informatie over de onverwachte gebeurtenis en maakt het gemakkelijker om uit te vinden wat er precies gaande is en om het meest geschikte plan van handeling op te stellen. En Darwin beschreef al dat de gezichtsuitdrukking die bij walging hoort is ontstaan door een poging de neusgaten af te sluiten.
Identificatie
Wat mij opvalt is hoe we over de emoties spreken. We kunnen dingen zien, horen en bijvoorbeeld met onze handen voelen, waarnemen. We kunnen dus spreken over een waarnemer enerzijds en iets dat waargenomen wordt anderzijds.
Maar als het over de zes genoemde emoties gaat, zeggen we: “Ik ben boos”, “ik ben bang”, “Ik ben verdrietig”. Daarin is er dus een 1-op-1-relatie tussen de emotie en jezelf, een identificatie. Deze identificatie speelt een belangrijke rol als het gaat over emotionele intelligentie; ik kom daar later op terug.
In theorie is een emotie ook weer snel voorbij: je lichaam heeft zich voorbereid op een onverwachte situatie en kan nu handelen of je kunt constateren dat handelen niet nodig is.
Maar we weten dat het anders kan lopen. Dreigingen kunnen een permanent karakter krijgen, herinneringen zetten zich vast, situaties worden ontlopen en verdriet kan zich ingraven. Inmiddels is duidelijk uit tal van onderzoeken dat met name het in die situaties niet willen of kunnen voelen uiteindelijk fatale gevolgen kan hebben: de destructieve kracht van het negeren van het gevoel. Het niet willen voelen is het ontkennen van iets van jezelf, een deel van je identiteit.
Een leven van voelen
Het voelen van emoties en het voelen van fysieke sensaties ligt dicht bij elkaar. Samen kunnen ze een beeld geven van een leven, misschien meer zeggend dan een cv met opleidingen en werkzaamheden.
Een voorbeeld:
- ik voel de warme aanraking van mijn moeder
- ik voel alles wat ik in mijn handen neem
- ik voel dat ik heb geplast heb in mijn broek
- ik voel de klappen die mijn klasgenoot mij geeft
- ik voel de ijzeren leuning door mijn handen glijden van de 26 treden tellende stoep van Bilderdijkstraat 46 in Amsterdam (tel maar na)
- Ik voel hoe mijn voeten neerkomen als ik van de zevende trede de straat op spring
- ik voel het prikken van het hooi in een hooiberg
- ik voel de prik en daarna de vreemde werking van de verdoving bij de tandarts
- ik voel me onhandig bij het voetballen op het schoolplein
- ik voel me buitengesloten van groepjes in de klas
- ik voel het bloed naar mijn hoofd stijgen als ik iets verkeerd heb gedaan
- ik voel het bloed weer uit mijn hoofd wegtrekken
- ik voel me duizelig worden
- ik voel me trots als er gelachen wordt om een grapje van me
- ik heb het angstige gevoel dat ik ga flauwvallen
- ik voel genotvolle seksuele aanraking
- ik voel de zon op mijn hoofd
- ik voel hoe lekker zacht de kat is als ik hem aai
- Ik voel me sterk als ik bij het slechtste weer toch ga joggen
- ik voel mij opgesloten in mijn hoofd
- ik voel me lekker na het tweede borreltje
- ik voel ongeduld als ik het tweede borreltje niet snel genoeg na het eerste kan krijgen
- ik voel een verlangen naar ik weet niet wat
- ik voel pijn in mijn buik nog maanden na de scheiding
- ik voel het voorhoofd van mijn geliefde tegen mijn voorhoofd en heb het gevoel dat ik eeuwig zo zou kunnen blijven staan
- ik voel het warme zeewater om me heen in een mooie baai op Mallorca
- ik voel me klein, ook al ben ik dan de baas
- ik voel me machtig als het loopt als een trein op het werk
- ik voel boosheid als er niet naar me wordt geluisterd
- ik voel me machteloos als ik geen ijzer met handen kan breken
- ik voel opluchting als ik geen baas meer hoef te spelen
– ik voel overgave aan de liefde
- ik voel ontroering
- ik voel me vredig
O O O O O O O O
*) Marja Postma. Emoties wat moet ik ermee? Leer jezelf en anderen beter begrijpen. 2012
**) Paul Ekman. Emotions Revealed. 2007
Illustratie: Johan Leo Koet
Eerdere berichten zijn te vinden op www.dewereldenvanjan.blog
Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com
Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden.
-
21. Het Grote Geheel (deel II)

OVER DE MENSHEID
Het Grote Geheel omvat de zon, de aarde en de sterrenhemel die we kunnen zien en alles wat daarbuiten ligt tot en met de verste ster en het gaat ook tot in het kleinste onderdeel van een atoom en alles wat er verder is, maar waar we geen kennis van hebben. Eerder hadden we het over die verre verten en de nieuwsgierigheid van veel mensen om alles daarover te weten te komen.
Vandaag blijven we dichter bij huis. En gaat het over de mensheid waar ieder van ons deel van uit maakt.
Hoe het zo gekomen is met de mensheid *)
De evolutie heeft de mens voortgebracht. Of God heeft de mens geschapen en hem daarbij de opdracht meegegeven: “Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.” (Bijbel, Genesis 1 :28).
Hoe dan ook, aanvankelijk leefden de mensen in kleine groepen als jager/verzamelaar, met als enig ander levend gezelschap de hond. Als het nodig was gingen ze naar een andere plek, als het eten op was of als er gevaar dreigde.
Dat werd anders na de agrarische revolutie, waarin de mens grond ging bewerken en daar dan uiteraard moest blijven om de vruchten van zijn arbeid te kunnen plukken. En er werden muren omheen gezet om vijanden buiten te kunnen sluiten. Eetgewoonten veranderden, het werd eenzijdiger, en ook de inspanningen die de groepsleden moesten leveren om uiteindelijk dat voedsel te kunnen oogsten en verwerken was minder gevarieerd dan bij de jagers/verzamelaars. De gemeenschappen werden groter.
Heel veel Rupsjes Nooitgenoeg
In de laatste paar duizend jaar hebben de mensen veel nieuwe vaardigheden ontwikkeld. Het voorstellingsvermogen, de denkkracht en het organisatievermogen, de samenwerkingsgerichtheid binnen groepen en de nieuwsgierige aard van de mens hebben via de industriële revolutie en de komst van de informatie- en communicatietechnologie geleid tot een gigantische productie-potentie voor alle rupsjes-nooitgenoeg, die ten volle wordt benut.
Ondertussen zoekt de mens steeds verder, “om uitdagingen aan te gaan en om kansen te zoeken en te grijpen”. De indianen kunnen er over meepraten **).
Vanuit de overige levensvormen gezien vormt de mensheid nu een kwaadaardig virus met een reproductie-factor boven de 1 en een toenemende schade per geval. Pas wanneer de reproductiefactor daalt onder de 1 (misschien deze eeuw al) én de schadelijke effecten per eenheid kunnen worden ingedamd (dat kan nog wel even duren) zijn we op de goede weg.
We overzien de gevolgen van ons handelen niet
Misschien zie je ze wel eens, die hele kleine hondjes, schattig en even lief als grote honden. Ik las deze week dat grote honden de aarde belasten met een ecologische voetafdruk die meer dan de helft kan zijn van die van een mens.
Wij hebben in 2010 Spiky in ons huis opgenomen, een “tussenmaatje hond” zo noemde de hondentrainer het; ik kan me niet herinneren dat we een moment hebben nagedacht over de milieugevolgen daarvan.
Ik zat nog even door te denken. Ik zag dat ook kleine honden net zo intelligent kunnen zijn als grote. Ik dacht dat levert perspectieven voor de mensheid! Met een beetje geduld kunnen we gewoon steeds kleinere mensen gaan ontwikkelen; wij zijn veel te groot geworden. Als je lengte, breedte en diepte halveert heb je maar 1/8 gewicht nodig. Als we dan ook steeds lekkerder vegetarisch gaan eten (ik heb sinds een jaar geen koemelk meer in de koffie, maar havermelk en het is nu inmiddels zo dat ik warme koemelk uitgesproken vies ben gaan vinden!), geen vlees dus, dan scheelt dat zeker nog eens de helft aan landbouwgrond (en -gif) en is het gebruik van landbouwgrond afgenomen tot 1/16. En allerlei andere dingen, zoals ruimte voor bebouwing, energie voor vervoer, etc. nemen overeenkomstig af.
We zouden ons als mensheid dan kunnen terugtrekken op één continent en de andere vijf teruggeven aan de natuur.
Maar het is niet aan mij om grote (in dit geval onhaalbare) plannen te bedenken. Het heeft ook geen zin om je druk te maken of bang te worden of je humeur erdoor te laten beïnvloeden. De bijdrage aan een minder verspillende en vervuilende mensheid zal door ieder geleverd moeten worden onder het motto “alle kleine beetjes helpen” en “action purifies” of zoals destijds in de instructies stond voor de ambtenaren van Financiën die naar een vergadering in het buitenland gingen: “handelen naar bevind van zaken”.
De mensen om ons heen
Als je aan iemand vraagt wat zijn leven het meest beïnvloedt dan zullen de meeste mensen toch zeggen: de mensen om me heen. Wij leven nu met zo’n 8 miljard mensen op deze aarde maar we hebben natuurlijk vooral van doen met de, zeg maar, 504 mensen die iedereen (gemiddeld) kent. Waaronder je eventuele levenspartner, gezin, familie en vrienden tot en met die leuke collega van de andere afdeling met wie je altijd een praatje maakt bij het koffie- en het kopieerapparaat.
Als het gaat om de relatie met mensen om je heen is het contrast met de jager/verzamelaar bijzonder groot. Had de mens destijds eigenlijk maar met één groep te maken, tegenwoordig kunnen het er op een bepaald moment wel zeven of meer zijn: het gezin, de familie, het werk, vrienden- en vriendinnenclubjes, buurtgenoten, religieus verband, politieke partij, sportclub of een koor.
Elke groep kent zijn eigen codes en spelregels en met al die groepen en individuen ben je 24 uur per dag verbonden. Verbonden willen zijn met je groep, daarin geaccepteerd en gewaardeerd te voelen, dat lijkt wel het belangrijkste in deze tijd.
En dan wordt ook nog verwacht dat je overal over kunt meepraten en vooral dat je een eigen mening hebt.
En dan gaat, zoals door de eeuwen heen, het leven met zijn onvoorspelbare momenten van ongelukken, ziekte en dood ook nog gewoon door.
Hoe wij reageren op die sociale druk, op problemen waar we als individu niet veel aan kunnen doen, welke effecten dat heeft op ons, hoe wij communiceren en waar we toch nog plezier aan kunnen beleven: zat onderwerpen nog om bij stil te staan op onze verdere reis door de drie werelden.
O O O O O O O O O
*) Yuval Noah Harari. Sapiens. 2018. Ik heb dat boek over de geschiedenis van de mensheid in één keer uitgelezen. Mijn oudste dochter ook en zij zei: “Ik wou dat ik vroeger zo geschiedenisles had gekregen”.
**) Extraatje. Boodschap voor de maangeesten.
Rond de eerste maanreis van de Apollo ging het volgende verhaal. De Amerikaanse astronauten oefenden in een vulkanische streek vlakbij bij een Indianen Reservaat. Tijdens één van de oefeningen werd Neil Armstrong aangesproken door een bewoner van het reservaat. Die vertelde hem dat de indianen geloven dat er op de maan heilige geesten wonen en hij vroeg aan Armstrong of hij een boodschap wilde doorgeven aan één van die geesten als hij die zou tegenkomen. Dat wilde Neil wel doen.
De indiaan vertelde hem in zijn eigen taal wat hij moest zeggen, Armstrong zei het een aantal keren na totdat hij het uit zijn hoofd kende. Hij vroeg nog wat voor boodschap dat was, maar dat mocht de indiaan niet vertellen, het was een geheime boodschap.
De hele wereld heeft gezien dat er geen gesprek heeft plaatsgevonden van de geesten op de maan met Neil Armstrong. Maar terug op aarde was Armstrong wel nieuwsgierig naar welke boodschap hij dan had moeten overbrengen. Hij vond uiteindelijk een tolk en vertelde hem wat hij had moeten zeggen. De tolk begon ontzettend te lachen. Hij zei: “It means, don’t trust a word these people are telling you. They’re here to steal your land.”
Bron: Gaia.com, September 12, 2019
Foto: samengesteld uit afbeeldingen van pexels.com door Johan Leo Koet
Eerdere berichten zijn te vinden op www.dewereldenvanjan.blog
Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com
Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden.
-
20. Creating Memories

OVER HET PLANNEN VAN JE HERINNERINGEN
Toen ik mijn eerste afspraakje had met Thea, mijn eerste echtgenote, vertelde ze over een reis die ze een paar maanden daarvóór had gemaakt. Het was een dubbele vertelling: enerzijds wat zij beleefd had onderweg naar Boekarest, op weg naar de Roemeense vakantieliefde van de zomer daarvoor, maar tegelijkertijd vertelde ze over haar ouders die op de radio hadden gehoord dat er op die route een treinongeluk in Hongarije had plaatsgevonden *) en die zaten natuurlijk vreselijk in de rats. Ik heb haar niet gehoord over hoe het met haar vakantieliefde was, de herinneringen die ze mij vertelde gingen over een reis met hindernissen en wat de ouders thuis hadden beleefd.
Tegenwoordig hoor je vaak de uitdrukking herinneringen maken. En dan gaat het er blijkbaar niet om wat je daar en dan beleeft, maar wat voor herinneringen je daar dan later aan zult hebben. Een grote touroperator heeft op zijn website “Sunweb believes that the real richness of life is all about moments and creating memories.” Je hebt natuurlijk altijd je camera bij je zodat je die bijzondere gebeurtenissen mooi kunt vastleggen en niet mist waar het uiteindelijk om gaat: die herinneringen. Voor later dus.
En wat zijn dan zoal die bijzondere gebeurtenissen op je vakantie?
Gerard Cox zong er in 1973 al over:
We speelden golf en jeu de boules
We zonken zalig in een stoel
We dreven met een vlot op de rivier.
Er is niet veel veranderd. Daar zijn misschien de grote avontuur-vakanties bijgekomen, verre reizen naar onbekende landen om daar “kennis te maken met de cultuur” (en ’s avonds met andere Nederlanders naar de disco, geleid door weer een andere Nederlander). Maar die zitten niet in het pakket van Sunweb.
Als ik met mijn geliefde voor het derde achtereenvolgende jaar naar Mallorca ga, ben ik blij dat alles er nog is zoals het was in het jaar ervoor. Ik geniet daar van de warmte, die mij direct liefdevol omhult en dwingt tot een rustiger tempo. Ik word daar ontspannen van. Een appartement met een stoeltje op een balkon met schaduw, een paar boeken mee, op blote voeten naar het strandje wandelen, dat er nog steeds mooi bij ligt in een diepe baai, waar het zeewater in september een zodanige temperatuur heeft bereikt dat ik er rustig een kwartiertje in kan blijven. En ’s avonds samen lekker eten in dat vegetarische restaurantje. Wij hoeven verder niets meer.
Veel meer kan ik er niet over vertellen; ik zit niet vol herinneringen.
Toen mijn ouders nog leefden en de digitale wereld nog niet bestond was het eerste wat ik deed als ik met vrouw en kinderen thuis was gekomen van een vakantie: mijn ouders bellen over hoe het was op de vakantie. ”De reis was lang, er waren files, maar we hadden een mooi plekje op de camping. En hoe was het bij jullie?” Hoogtepunten waren misschien al op een ansichtkaart gezet of in een enkel telefoontje genoemd. Als ik nu van vakantie terugkom heb ik nog steeds het idee dat ik even naar mijn vader en moeder moet bellen, maar, geconstateerd hebbende dat ze er niet meer zijn, wordt het gewone leven direct weer opgepakt.
De echte ‘memories’ die komen pas als er tegenslag is, de tent in de lucht is gevlogen en in een boom blijven hangen, je paspoort gestolen, de auto total loss is gereden, de vakantie “totaal” verregend is of als je in een buitenlands ziekenhuis terecht komt. Als je mensen opgewonden over hun vakantie hoort vertellen gaat dat bijna altijd over wat er niet goed ging. Zo werkt het geheugen nu eenmaal: mislukkingen moet je goed onthouden want daar kun je van leren. (“Bij die camping zullen ze me nooit meer zien!”) Het is voor Sunweb denk ik beter als ze er voor zorgen dat er niet te veel herinneringen worden gecreëerd. Gewoon ervoor zorgen dat de mensen zorgeloos kunnen genieten, geen verrassingen, voldoen aan de plaatjes uit de folder, de plaatjes die de mensen al in hun hoofd hebben.
In 1989 sprak ik, met een borreltje in de hand, met mijn bevriende collega E. af dat we een grote wandeling gingen maken: Wat dacht je van Santiago de Compostela? Nou, goed idee; waar starten we? Zullen we eerst het Pieterpad doen? OK! Het was in twee minuten bedacht en beklonken. Maar toen we daaraan begonnen dachten we er geen moment aan dat je dat zou kunnen doen om daar later herinneringen aan te hebben, laat staan dat we de uitdrukking ‘herinneringen maken’ (inmiddels aangeduid als ‘jeukuitdrukking’) zouden gebruiken. Ik heb best wel wat herinneringen aan deze tocht, die ons uiteindelijk tot de Pyreneeën voerde, maar het ging ons beiden om niets anders dan het ene been voor het andere zetten en lekker lopen.
Over het verschil tussen het beleven op het moment en het terugblikken achteraf heeft Daniel Kahneman **) ook interessante dingen gezegd. Hij constateert dat hoe we iets beleven, bijvoorbeeld een vakantiereis, heel anders kan zijn dan hoe je er op terugkijkt. Het kan bijvoorbeeld drie weken regenen en vlak voor de vakantie heeft je vriendin het uitgemaakt. Je zit dus drie weken te sjagrijnen. Op de laatste dag staat ze plotseling voor je neus en zegt dat ze jou toch wil hebben. Er volgt een heerlijke 24 uur en een gelukzalige terugreis. En als je, ook na tientallen jaren, daarop terugkijkt (ja, ze leefden nog lang en gelukkig), dan is dat misschien wel de mooiste vakantie van je leven.
Kahneman heeft het dan over een ervarings-ik en een geheugen-ik. Je zou daar nog een ik aan kunnen toevoegen: je plannende, dromende ik, die al die plannen zit te maken voor reizen in de toekomst, zodat je in de nog verdere toekomst fijne (!) nieuwe herinneringen kan hebben. Maar het echte leven kan natuurlijk alleen maar geleid worden door de ervarings-ik. De rest is fantasie of geschiedenis.
O O O O O O O O O
*) 22 december 1968: treinongeluk in Mende, Hongarije, met 46 doden
**) Daniel Kahneman. Ons feilbare denken (Deel V: Twee Zelven). 2011
-
19. Diana Ross en haar amygdala

OVER TERUGKERENDE NARE GEDACHTEN
Bij het tot stand komen van emotionele reacties speelt de amygdala een belangrijke rol. Vandaag richten we de schijnwerper op de amygdala van Diana Ross. De amygdala, ik schreef er al eerder iets over, is de sluis waarin alle signalen die bij ons binnenkomen in een quick scan worden beoordeeld op de vraag of er sprake is van mogelijke gevaren of juist kansen. De neurowetenschapper Daniel Goleman*) noemde het: “de emotionele getuigenbank van de hersenen, een vergaarbak voor al onze momenten van triomf en mislukking, hoop en angst, verontwaardiging en frustratie.” De reactie van de amygdala is er al voordat we er erg in hebben; reageert voordat wij ons zelf bewust zijn van de prikkel die zij beoordeelt.
De amygdala is dus wel snel, maar afgezien van het feit dat zij grof te werk gaat mist ze een belangrijk stuk informatie: zij weet namelijk niet of die signalen door de zintuigen binnen zijn gebracht of dat ze afkomstig zijn uit het denkproces.
Reflections
Zo kon het zijn dat Diana Ross, samen met The Supremes, in de jaren ’60 nog dagelijks moest terugdenken aan de man die haar jaren daarvoor had verlaten:
Through the mirror of my mind, time after time
I see reflections of you and me
Reflections of the way life used to be
Reflections of the love you took from me
(..)
Everywhere I turn seems like everything I see
Reflects the love that used to be
In you I put all my hope and trust
Right before my eyes my world has turned to dust
After all the nights I set alone and wept
Just a handful of promises are all that’s left of loving you
En zo ging dat nog vijf coupletten door. Ik zou zeggen: zo kan ie wel weer. Doe maar gauw jullie volgende liedje. Maar toch eerst nog even: waarom ging Diana Ross steeds over die oude vlam denken? **)
De sleutelzin is:“ Everywhere I turn seems like everything I see reflects the love that used to be”.
Kortom, er zijn via de zintuigen in de realiteit van nu allerlei signalen die associaties opleveren aan momenten uit het verleden.
En zo ging dat vijf coupletten door. Ik dacht: zo kan ie wel weer. Doe maar gauw jullie volgende liedje. Maar toch eerst nog even: waarom werd Diana Ross steeds opnieuw bedroefd over die oude vlam?
Zij loopt langs dat terras waar ze vaak samen wat hebben gedronken, en via de zintuigen in de realiteit van nu, leveren de hersenen beelden op uit die tijd en het onaangename einde aan de relatie. Die beelden bereiken ook de amygdala die dus niet goed weet dat die associatieve beelden uit het verleden afkomstig zijn. En de amygdala zorgt er weer voor dat de standaardreactie tot stand wordt alsof Diana op dat moment in de steek wordt gelaten. Er vinden veranderingen plaats in spieren, organen en het electro-chemische circuit en die veranderingen bereiken de gevoelswereld van Diana Ross. En behalve droefenis, boosheid en teleurstelling zullen er ook andere gedachten en gevoelens op kunnen komen, waarin Diana misschien (niet voor de eerste keer) gaat twijfelen of ze wel goed genoeg is, of ze het misschien gewoon niet verdient en vraagt ze zich af of ze ooit wel een trouwe ware zal tegenkomen, waarna ze zichzelf ook weer erg zielig gaat vinden. En daar verandert zo’n gouden plaat helemaal niets aan. En zo komt ze nooit los van haar verleden.
De kaartenbak
De koppeling van het denken en emoties is volgens de wetenschap één van de belangrijkste, zo niet de belangrijkste factor van hoe de mens in het leven zit en het leven ervaart. De psycholoog en publicist René Diekstra vergelijkt de menselijke geest met een kaartenbak ***). Als voorbeeld gebruikt hij iemand die een condoleancebezoek aflegt. Dan komt vanzelf de kaart met het label ‘dood’ naar voren en daarop staat hoe je je gedraagt als je iemand condoleert, maar ook staat daarop je eigen geschiedenis met de dood (van je ouders, geliefden) met de daarbij horende emoties. Als je dus iemand op een begrafenis ziet huilen, hoeft dat dus niet altijd medeleven te betekenen met de nabestaande die op dat moment wordt gecondoleerd.
Ik heb een paar keer in Parijs het verkeersplein rond de Arc de Triomph moeten ronden. Geen haar op mijn hoofd die er toen aan dacht om aan iets leuks of vervelends over vroeger te gaan bedenken; auto’s komen van alle kanten en hoe het met de voorrangsregels zit had ik ook niet helder en als die er zouden zijn geweest, zouden de Parijzenaren die wel links hebben laten liggen. Dus alle aandacht voor dat verkeer. Een moeilijke sudoku oplossen lukt me ook niet als ik ondertussen vakantieplannen zit te maken. Als ik niet bewust met iets bezig ben, met iets dat aandacht vraagt omdat het anders fout gaat, zijn er altijd gedachten die zich in meerdere of mindere mate aan mij opdringen. En ik heb begrepen dat dat wereldwijd voor de meeste mensen geldt. En elk van die gedachten kan een emotie oproepen en dat kan betrekking hebben op iets dat een kwartier daarvoor is gebeurd of vijfenvijftig jaar geleden. En de opgeroepen emotie leidt weer tot een gedachte, etc., etc. En bij Diana Ross ging de kaart met het label “liefde en trouw” niet meer terug in de bak.
Emotionele intelligentie
De mate waarin je in staat bent de feiten en de gevoelens te onderscheiden, je gedachtenwereld te onderscheiden van de “echte” wereld en je niet (alleen) laat leiden door je emoties wordt “emotionele intelligentie” genoemd. Later meer daarover. Diana Ross gaf zich, badend in zelfbeklag, in ‘Reflections’ helemaal over aan haar emoties en blijkbaar werd dat door velen gewaardeerd: een nr. 2 notering in de hitlijsten van de VS en VK, en ook in het “nuchtere” NL toch nr. 3. Zou dat ook iets zeggen over de emotionele intelligentie van de kopers van deze plaat?
O O O O O O O O
*) Daniel Goleman. Emotionele Intelligentie. 1996
**) Reflections. Diana Ross and the Supremes. 1967.
De eerlijkheid gebiedt mij een kleine aanvulling te maken op het bovenstaande, een correctie zelfs: het was niet Diana Ross die dit persoonlijk heeft meegemaakt. Het moet één van de heren Holland-Dozier-Holland zijn geweest, het trio dat in de jaren ’60 en ’70 een indrukwekkende hoeveelheid muziek heeft geschreven en geproduceerd, die voor de bekendheid van onder andere Diana Ross en The Supremes, Marvin Gaye, Jr. Walker and the All Stars en The Four Tops hebben gezorgd. Ze hadden vast wel het een en ander aan levenservaring. Als je de titels van hun liedjes in een logische volgorde legt kom je uiteindelijk uit bij de laatste titel, die hun oeuvre goed samenvat: “What Goes Up Must Go Down”. En je begint weer opnieuw.
***) René Diekstra. Ik kan denken/voelen wat ik wil. 1999
Fotobewerking: Johan Leo Koet (foto’s onder meer van Pexels.com)
Eerdere berichten zijn te vinden op www.dewereldenvanjan.blog
Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com
Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden.
-
18. Eigen aard is goud waard

OVER INDIVIDUALTEIT
Ik was laatst in gesprek met twee vrienden en één van hun constateerde dat het er steeds meer op lijkt dat individualiteit de norm van de samenleving is. Maar dat je tegelijkertijd een grote eenvormigheid ziet. Hij noemde jassen die vooral zwart zijn en als je op Funda de huizen inkijkt zie je overal kookeilanden, strakke inrichting, slanke meubelen, zwarte of grijze kozijnen en witgestucte muren (bestaat het beroep behanger eigenlijk nog?). En toen vroegen wij ons af: hoe individueel zijn we eigenlijk?Individualiteit wordt wel verbonden met het hebben van een eigen aard, het beschikken over eigenheid. Het wordt ook wel verbonden met het begrip “persoonlijkheid”. En dat wordt dan als het ware afgezet tegen mensen die dat niet hebben, tegen mensen die zich niet onderscheiden door het hebben van een eigen aard of eigenheid en geen “persoonlijkheid” zijn. Het lijkt een maatschappelijke norm, die wordt losgelaten op zaken die zichtbaar zijn voor anderen, uitingen en gedragingen die merkbaar afwijken van die van anderen.
Verwante begrippen als “authentiek zijn” en “jezelf zijn” lijken meer uit te gaan van het individu zelf. Maar vandaag kijk ik vooral naar het zichtbare handelen.
Individualiteit in het Drie-lagen-model
Eerder kwamen we al een model tegen van hoe het brein van de mens in elkaar zit. Het reptielenbrein zorgt voor alle automatische functies zoals temperatuurregulatie, bewegingsfuncties en primaire reacties op gevaar- of genotsituaties. Daar zit weinig individualiteit in.
In het zoogdierenbrein zitten de functies die het mogelijk maken als groep/kudde te functioneren, waarbij het vooral de emoties lijken te zijn die ervoor zorgen dat de individuele leden van de groep zich conform de groepsregels gedragen. Verschillend gedrag kan daar al wat meer zichtbaar zijn. Kijk maar naar dit indrukwekkende filmpje (“Battle at Kruger”), waarin je kunt je zien hoe een kudde buffels en een groep leeuwen met elkaar strijden, met een bijrol voor krokodillen, en wat mij daarin vooral opviel was dat de kuddes deels als geheel opereren, maar je ziet ook duidelijke voorbeelden van individuele acties.
(Battle at Kruger)
Er worden binnen de kudde buffels verschillende rollen gespeeld; die zijn niet aangewezen, opgelegd of aangenomen na rijp beraad en overleg, maar die zitten al in het individuele dier opgesloten en als de situatie zich aandient handelt het daarnaar.
Wij kunnen plannen, ons eigen handelen overzien en overdenken en wij willen weten hoe alles in elkaar zit (bijvoorbeeld hoe dat nu zit met individualiteit). En wij zijn in staat om primaire reacties uit de twee “lagere” breinen (meestal) te dempen. Waar het mensenbrein mee bezig is, hoe we communiceren, wat we bedenken aan dingen en verhalen, daar kan grote variëteit in zitten.
In gevaarsituaties zie je bij mensen hetzelfde als bij de buffels: bij gevaar lopen de meesten weg, maar er zijn er ook altijd die dan het gevaar direct tegemoet gaan en weer anderen die de tijd even nemen om de zaak te overzien. Dat alles is geen individuele keuze op dat moment maar zit in de aard van het beestje.
Paniek: vluchten of vechten
Er is geen goed of slecht aan verschillende handelwijzen als zich een calamiteit aandient. Als er brand uitbreekt in de Bijenkorf is het erg onhandig als iedereen zich in de richting van de brandhaard begeeft om te helpen de brand onder controle te krijgen; beter snel naar buiten om de brandweer gelegenheid te geven zijn werk te doen en ervan uit gaan dat winkelpersoneel 112 belt. En meestal werkt dat ook zo.
Als iedereen in zijn stoel blijft zitten wanneer er een terrorist aanstalten maakt om in een vliegtuig de explosieven die hij in zijn onderbroek had verstopt te ontsteken, dan ga je allemaal je ondergang tegemoet; gelukkig zijn er dan mensen zoals Jasper Schuringa die zonder aarzelen op zo’n klungelende man afstormt en zijn wapens onschadelijk maakt (vlucht NW 253 van Schiphol naar Detroit op 25 december 2009). Misschien was Jasper de enige die goed zicht had op de situatie in dat eerste superkorte moment waarop iedereen die met zo’n plotselinge dreiging wordt geconfronteerd een korte „freeze“ heeft, waarin er een alertheid is en het lichaam zich voorbereidt op actie zoals vechten of vluchten; maar dat vluchten kon al niet meer dus vechten bleef over.
Mensen handelen dan naar hun individualiteit, in relatie tot enerzijds wat ze weten dat ze kunnen en anderzijds waartoe ze gedreven zijn vanuit hun wezen. En de meeste mensen zullen het bluswerk aan de brandweer overlaten en slechts een enkeling zal opstaan om zich op een terrorist te storten.
Teamrollen
In organisaties wordt vaak gekeken of de teams goed zijn samengesteld. En dan niet alleen of mensen de gewenste opleidingsniveau’s hebben gehaald en of het lekker divers genoeg is, maar ook wat voor verschillende „types“ je in een team nodig hebt om er alles uit te halen wat er in zit.
Er zijn inmiddels zo’n 26 verschillende modellen voor teamrollen. Volgens het Enneagram *), een persoonlijkheidsmodel dat zich met bewust of onbewust gedrag bezighoudt, was ik een jaar of 20 geleden een „waarnemer“, maar als ik hem nu invul ben ik een „avonturier“. Om mij heen hoor ik ook wel eens het begrip „ongeleid projectiel“ noemen en dan vraag ik me af of ze het misschien over mij hebben (het is overigens goed om één avonturier in je team te hebben, maar meestal is een tweede te veel). Ik deed daarnet ook nog een test met het Belbin-model en het laatste wat ik zou moeten doen in een team is volgens die test voorzitter zijn en daar ben ik het van harte mee eens.
Kuddegedrag in het dagelijks leven
We kennen allemaal wel voorbeelden van het menselijk gedrag waaruit het tegendeel van individualiteit blijkt:
- Massale vakantiegang
- Voetbalsupporters (met als onderscheiden groepen: de thuissupporters en de supporters in het uitvak)
- Een tussenjaar voordat je een vervolgstudie gaat doen (naar Thailand en Australië)
- Festivals
- Uitzinnig enthousiasme voor een chauffeur (de heer M.V. geboren in België en woonachtig in Monte Carlo)
- Vrienden van Amstel
- Gaten in spijkerbroeken (in tegenstelling tot gaten in een regenjas)
- Ikea op 2e paasdag
- Na je dertigste toch maar een gezinnetje stichten
- Allemaal op Instagram en Tik-Tok (Facebook is alleen nog maar voor de oudjes)
- Etc.
Als je dit lijstje ziet, kun je misschien denken: is er nog wel individualiteit?
De laatste paar dagen zit er in onze tuin een merel te fluiten, zoals ik nog nooit heb gehoord. Met prachtige loopjes, die soms zo leuk zijn dat mijn geliefde en ik elkaar aankijken en om die muzikale originaliteiten moeten lachen. Inderdaad: elke vogel zingt zoals hij is gebekt. Soms lijkt het erg veel op het gezang van andere vogels, maar er valt nog genoeg te beleven.
O O O O O O O O O
*) Het enneagram is een negenpuntig figuur dat op basis van de klassieke getallenleer door de filosoof, mysticus en spiritueel leraar Gurdjieff een eeuw geleden is ontwikkeld; in de jaren ’60 zijn aan de verschillende punten persoonskenmerken toegevoegd. Het was in de jaren ’80 en ’90 zeer populair en wordt nog steeds gebruikt, maar in de professionele psychologie nauwelijks. Maar doe ter kennismaking gerust een gratis testje op enneagramwijzer.nl.
Foto: samenstelling uit afbeeldingen van pexels.com door Johan Leo Koet ,
Eerdere berichten zijn te vinden op www.dewereldenvanjan.blog
Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com
Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden.
-
17. Een heel apart gevoel van binnen

WAARNEMEN VAN WAT ER IN JE LICHAAM GEBEURT
Op onze reis zijn we de vijf zintuigen van Aristoteles (zien, horen, voelen, ruiken en proeven) tegengekomen die zorgen voor het waarnemen van wat buiten ons (lichaam) ligt. Het ging ook kort over het (ook vandaag nog) met enige geheimzinnigheid omgeven vomeronasaal orgaan. Vandaag gaat het over van alles wat je van binnen kunt ervaren.
Als het over zintuigen gaat lijken de waarnemingen van sensaties binnen ons lichaam een beetje minder interessant en krijgen minder aandacht dan wat en hoe we informatie over de buitenwereld vergaren. Toch zijn ze van groot belang en wordt er elke dag over gesproken. En gezongen.Ik krijg een heel apart gevoel van binnen
Als jij me aankijkt lieve schat
Wat moet ik zonder jou beginnen?
Hoor je ’t bonzen van mijn hart?
Ik krijg een heel apart gevoel van binnen
Al raak ik jou maar even aan
Dan wordt ’t warm en koud van binnen(songtekst: Corry Konings)
Ik ben een koukleum en als het dan over de zintuigen binnen gaat, denk ik in de eerste plaats aan de temperatuurzin. Met de temperatuurzin ervaren we of we het warm of koud hebben. Maar ook als we er niets van merken hebben we een interne thermostaat die registreert wat de warmte van het lichaam is, of dat niet te warm of te koud is en geeft dan zo nodig signalen af aan andere onderdelen van het lichaam die dan de kachel wat hoger zetten of ervoor zorgen dat er wat afkoeling plaatsvindt.
Daarnaast hebben we zintuigen die waarnemen hoe we ons in de ruimte bevinden en bewegen. De evenwichtszin zorgt er daarbij voor dat we rechtop kunnen blijven staan, lopen of zitten. De proprioceptie zorgt ervoor dat we bijvoorbeeld weten waar onze handen zich bevinden. Als je je handen op je rug hebt, hoef je je niet bewust af te vragen waar die zijn als je die nodig hebt om ze te laten wapperen. Je weet het en je intentie om ze aan het werk te zetten is genoeg om ze uit de mouwen te laten steken. In je hersens zit namelijk een soort Google Maps die je vertelt waar signalen vandaan komen en heen moeten gaan. Wanneer er in je hersens dan iets niet goed gaat, kan het gebeuren waarvoor Toon Hermans destijds naar de dokter ging: “Dokter, als ik hier (wijzend op zijn oor) druk, doet het daar (wijzend op zijn teen) pijn”.
De meeste van die zintuigen zul je ook wel bij alle zoogdieren terug kunnen vinden. Albert Soesman, bij leven huisarts en docent o.a. op het gebied van antroposofie en menskunde, heeft zintuigen benoemd *) die specifiek op de mens gericht lijken te zijn, bijvoorbeeld:
– “spraak-zin” waarmee je de klanken die door de mensen worden voortgebracht kunt ervaren als taal
– “ voorstellingszin” waarmee je aan de hand van die taalklanken de betekenis ervan kunt ervaren, beelden kunt vormen en een voorstelling kunt maken van wat wordt bedoeld
– “levenszin”, waarmee je waarnemingen doet over je constitutie; hoe voel je je: lusteloos, energiek, moe, prettig, pijn; het is ook een waarschuwingssysteem dat antwoord geeft op de vragen die de huisarts je ook zal stellen als je op het spreekuur komt.
In de praktijk werken al die zintuigen niet op hun eentje. Stel je had alleen je visuele vermogen. Als je dan naar de koelkast loopt neemt die koelkast een steeds groter deel in beslag van je netvlies. Je zou dan kunnen denken dat die koelkast steeds groter wordt (“zou het flesje bier ook zijn gegroeid”?). Maar het brein corrigeert dat omdat het door de propriocepsis weet dat we in beweging zijn en misschien de tastzin die registreert dat je je voeten steeds van de grond zet en weer terug. En natuurlijk ook omdat je ruimtelijk denkt en je al weet dat de koelkast een vaste afmeting heeft. En zo zijn er tal van samenwerkingen van de zintuigen die zorgen voor een steeds geactualiseerd en betekenisvol beeld.
Hoogleraar psychiatrie Jan Dirk Blom van de Universiteit Leiden constateert dat we nog veel meer zintuigen hebben. Hij komt op vijftien stuks. “En met alle vijftien kunnen we hallucineren”, zegt hij in een college dat ook op de website van de Universiteit van Nederland is te vinden *). Hij behandelt psychiatrische patiënten en door wat zij vertelden over hun ervaringen constateerde hij dat hij aan de vijf klassieke zintuigen van Aristoteles niet genoeg had. Zo had hij er patiënten bij die hallucinaties hadden op gebieden die we hierboven nog niet tegenkwamen:
– tijdsgevoel: “de tijd loopt terug” (we kennen allemaal wel dat sommige uren moeilijker voorbij gaan dan andere; het lijkt soms lang te duren voordat de dag voorbij is, maar “de laatste tien jaar zijn omgevlogen” zeg je dan achteraf. ) **)
– kynestetische waarnemingen: “ik vlieg” (toen ik met mijn ogen dicht over een weiland rende had ik ook het gevoel los te komen van de grond)
– het kunnen voelen van een aanwezigheid: “een man met een baard rechtsboven mij” (80 % van de mensen ervaart wel eens dat er iemand in de ruimte is zonder dat die is waargenomen door zicht, tastzin, ruiken, proeven of horen)
– waarneming van “vormen”of objecten in het lichaam: “ik voel een schroef in mijn buik draaien” (zelf heb ik soms “een brok” in mij keel).
Blom constateerde dat bij alle vijftien zintuigen die hij benoemde er situaties kunnen zijn dat de hersens signalen afgeven, zonder dat daar een daadwerkelijke, voor derden ook zichtbare, zintuiglijke impuls achter zit of dat zij een signaal anders ‘vertalen’. Zelf heb ik altijd het idee, als ik mijn ogen dicht doe, dat mijn linkerknie 20 cm verder van mij verwijderd zit dan mijn rechterknie. Gelukkig kan ik daarna zien dat dat niet het geval is. Mijn propriocepsis doet het dus blijkbaar niet helemaal goed, de verder van mij gelegen knie is een “proprioceptief hallucinatietje”.
De ervaringen van Jan Dirk Blom maken duidelijk dat wat wij in ons bewustzijn voorgeschoteld krijgen niet altijd hoeft te zijn wat we denken dat het is. Een bekend voorbeeld is de fantoompijn die mensen kunnen ervaren wanneer bijvoorbeeld een been is geamputeerd. De hersenen ontvangen geen signalen meer van dat been, maar verwachten die eigenlijk wel en dat leidt tot activiteit die als pijn in dat been wordt ervaren.
Er gebeurt van alles in ons lichaam. Verreweg het meeste wordt niet opgemerkt. Ook al omdat we nu eenmaal sterk gericht zijn op wat zich buiten ons afspeelt. Corry Konings beschrijft de lichamelijke sensaties die horen bij een plezierige verliefdheid, die zij blijkbaar niet eerder zo beleefd heeft. Snelle beslissingen en oordelen worden niet alleen door het associatieve brein gedaan, maar soms ook door intuïtie. Daarover, over het zesde zintuig en over hoe het zit met algoritmes die ons leven sturen, een volgende keer. Dat dat dan heel interessant kan worden is voor mij zo klaar als een klontje.Met onze vele zintuigen (ik ben de tel inmiddels kwijt, er is al iemand die schreef dat wij 32 zintuigen hebben) krijgen we informatie uit veel bronnen over de omgeving en over onszelf. Wat wij ervaren is wat ons brein ervan maakt. En wat we er gewild of ongewild van mee krijgen.
O O O O O O O O O O O
*) Albert Soesman. De Twaalf Zintuigen, Poorten van de ziel. 1987
**) https://www.universiteitvannederland.nl/college/hoe-kun-je-met-maar-liefst-vijftien-verschillende-zintuigen-hallucineren (college van ongeveer 15 minuten)
***) Douwe Draaisma schreef er over in zijn in 2001 verschenen boek “Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt”.
Foto: Johan Leo Koet
Eerdere berichten zijn te vinden op www.dewereldenvanjan.blog
Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com
Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden.
-
16. Niet zo klaar als een klontje

OVER WAT JE NIET WILT WETEN OVER HET DENKEN
Dit wordt helemaal geen leuk bericht. Want wij varen vaak blind op veronderstellingen die in een ommezien worden aangemerkt als waarheden, op conclusies die we voetstoots hebben getrokken met onvoldoende basis en op meningen die we spoorslags zien als feiten. En dat willen we eigenlijk niet weten.
In de Van Dale kom je allerlei woorden tegen die wat nuances aanbrengen in het denken: bedenken, overdenken, beschouwen, bespiegelen, nadenken. Maar het belangrijkste onderscheid vind je er niet in terug: het snelle, associatieve denken enerzijds en het aandacht vragende, controlerende denken anderzijds, door de Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman aangeduid met Systeem I- respectievelijk Systeem II-denken. *)
Doordat we niet altijd de moeite nemen om even goed na te denken, baseren we ons denken en handelen het grootste deel van de tijd op ons associatieve geheugen, dat wel snel is maar niet nauwkeurig. En veel systematische fouten maakt. Ik noem een paar van die systematische fouten die Kahneman heeft geconstateerd:
- Op de vraag: Denkt u dat Jan-Kees gelijk heeft? antwoorden meer mensen dat Jan-Kees gelijk heeft dan op de vraag Denkt u dat Jan-Kees ongelijk heeft? (Mensen geven het liefst een bevestigend antwoord).
- Als je een beperkte hoeveelheid informatie hebt, ben je eerder geneigd om daarop je mening en handelen te baseren dan dat je gaat kijken of er niet meer informatie is te verkrijgen. **) Dit fenomeen is trouwens ook een element in de vorming van complottheorieën. “What you see is all there is”. Kijk maar eens naar dit filmpje:
- Veel vergissingen worden gemaakt als het om schatten gaat. Als er bij voorbeeld veel mensen in je omgeving gaan scheiden, denk je al gauw dat dat een landelijke trend is (“Beschikbaarheidsregel”).
- Een gemakkelijke, humorvolle tekst, waarin de kernbegrippen een paar keer zijn vermeld, wordt eerder voor waar aangenomen dan wanneer deze factoren niet aanwezig zijn (“cognitief gemak”).
INTERMEZZO
Ik denk overigens dat ik tot nu toe te weinig humor in dit stukje heb gestopt om betrouwbaar over te komen. Kijken of ik het nog goed kan maken.
Laten we het even over voetbal hebben en de wetten van het toeval. Twee voetbalteams spelen tegen elkaar, zeg Feijenoord tegen Ajax. De uitslag is 3 -1 (10 december 2000). Na afloop van de wedstrijd is de waardering van Ajax flink gezakt en van Feijenoord flink gestegen. Terwijl zo’n wedstrijd van toevalligheden aan elkaar hangt:
een blessure,
’s nachts vader geworden,
wind mee,
trainer sjagrijnig (minnares maakt het uit en echtgenote wil scheiden),
de bal drie keer tegen de paal,
zijwind,
een te strak broekje dat de hele tijd jeukt,
voorhoofd tegen de paal,
wind tegen,
de speler die de cornervlag omtrapt krijgt hem teruggezwiept in zijn kruis,
nek gebroken door verkeerd terechtkomen bij de koprol na het gemaakte doelpunt,
dat doelpunt wordt ook nog eens afgekeurd,
de speaker zegt de naam van de invaller verkeerd,
lucifers worden op het veld gegooid,
graspollen zitten in de weg van een doelpunt en
de bal is rond.
De wetten van het toeval zijn van toepassing, ook op een voetbalwedstrijd. Als je een keer een wedstrijd verliest of twee achter elkaar, dan zegt dat nog niet dat je dan slechter bent geworden
Wij zijn te optimistisch over het eigen kunnen. Ik wou hier Pippi Langkous citeren die gezegd zou hebben: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”, maar iemand die dat heeft uitgezocht zegt dat ze dat nooit heeft gezegd. Daarom nog maar twee feitjes. Allereerst: in een groep mensen zal meer dan de helft zeggen dat ze bij de 50% beste autobestuurders zitten en dat terwijl er waarschijnlijk ook mensen zijn die feitelijk bij de betere helft behoren, maar zich te laag hebben ingeschat. En tweede: starters in de VS denken dat de succeskans in hun branche 60% is, terwijl die in werkelijkheid 37% is; hun eigen succeskans schatten ze in op 70%.
Dat brengt mij op De Eerste (inmiddels ingetrokken) Wet van Koet. Die luidt als volgt: “Als je iets de eerste keer beter hebt gedaan dan de tweede keer zit er geen vooruitgang in en kun je er maar beter mee ophouden.” Ik heb die wet geformuleerd toen ik aan de Rivièra op een surfplank heb gestaan en het daarop ook af en toe wel meer dan 23 seconden kon volhouden, maar de tweede keer lag ik er bijna de hele tijd naast in het water. Toen dacht ik: dat schiet niet op en ik heb het verder opgegeven. Vele jaren later heb ik het nog een keer geprobeerd, op een rustig meertje in Midden-Frankrijk samen met mijn oudste dochter, en dat ging wonderwel heel fijn.
Ik moest De Eerste Wet van Koet intrekken. Toch zit ie nog wel in mijn achterhoofd. Op een feestavond van ons koor had ik, gezien de reacties, met een bepaalde komische act enig succes. Maar het optreden dat ik een jaar later deed was een flop. Nooit meer gedaan daarna. Ook in mijn loopbaan ging het de eerste keer als manager van een belastingkantoor beter dan de tweede keer en heb ik dat daarna ook nooit meer gedaan, maar dat was niet alleen mijn keuze.
Dit is dus een pleidooi om niet te snel te oordelen en je mening klaar te hebben, ook niet over jezelf, om niet op basis van twee ervaringen conclusies voor het leven te trekken en om niet onmiddellijk te zeggen dat het allemaal gewoon zo klaar is als een klontje.
Ik zeg er wel bij: dat kost dus inspanning. Als je gaat nadenken of toch nog eens beter naar iets gaat kijken, dan vraagt dat op dat moment al je aandacht. Probeer maar eens of je kunt tellen hoe vaak de spelers met het witte shirt de bal spelen.
Wat wij bewust waarnemen is ook maar een deel van wat er feitelijk door je netvlies heen je brein heeft bereikt. En wat aldaar als irrelevant terzijde is geschoven kom je meestal niet te weten. En dat maakt het extra gevaarlijk om alleen maar af te gaan op wat je bewust ziet.
Snelle beslissingen en oordelen worden niet alleen door het associatieve brein gedaan, maar soms ook door intuïtie. Daarover, over het zesde zintuig en over hoe het zit met algoritmes die ons leven sturen, een volgende keer. Dat dat dan heel interessant kan worden is is voor mij wél zo klaar als een klontje.
O O O O O O O O O O
*) Eerder schreef ik daar al over in mijn bericht 11 (In de trein met Georgina Verbaan’) en daar kondigde ik al aan dat ik er op terug zou komen.
**) De Amerikaanse organisatiepsycholoog Adam Grant schreef een boek over nieuwsgierigheid, vaste gewoontes, oordelen en meningen en de noodzaak altijd na te gaan wat je nog niet weet. Titel: Weten wat je nog niet weet (2021), oorspronkelijke titel Think again. Eén van zijn adviezen: schaf ‘best practices’ af, want die verhinderen nadenken over beter. Vijfhonderd jaar geleden werd in Gouda de kunstenaar, geleerde, theoloog en musicus Coornhert geboren. Zijn uitspraak “ Wie niet twijfelt, leert niet” heeft misschien wel ten grondslag gelegen aan dit boek,Foto: Samengesteld door Johan Leo Koet
Eerdere berichten zijn te vinden op www.dewereldenvanjan.blog
Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com
Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden.