Home

  • 73. Bedenkelijkheden

    OM RUSTIG OVER NA TE DENKEN

    Het valt niet mee, de wereld van het denken. We denken niet alleen te veel en onnodig, maar als we het doen ook vaak onjuist; een beetje goede redenering opzetten lijkt makkelijker dan het is. Eigenlijk heb je meestal al een standpunt, een conclusie in je hoofd (of in je lijf) en dan komt de redenering pas. Die natuurlijk altijd moet uitkomen op wat je er al van vond. En als je al een goede redenering hebt, betekent dat nog steeds niet dat je daarmee de anderen overtuigt. Studenten in Amerika kregen allemaal dezelfde literatuur te lezen over de doodstraf, maar na afloop bleek dat de voor- en de tegenstanders van de doodstraf daardoor alleen maar werden gesterkt in het standpunt dat ze al hadden. 

    Maar het begint natuurlijk met correct denken.

    Femke

    Op de één of andere manier word ik vaak getrakteerd op de uitspraak van iemand die de top heeft bereikt: “Als je maar hard genoeg werkt en je best doet, dan kun je al je dromen realiseren”. Op de Olympische Spelen krijg je bijna alleen maar winnaars in beeld en je kon deze zomer elke dag wel zo’n uitspraak horen. Als ze een beetje rustig hadden nagedacht, zou hun al snel duidelijk zijn geworden dat dit gewoon niet juist is. Het verwaarlozen van alle externe omstandigheden en aangeboren vaardigheden die een voorwaarde waren voor het succes worden dan even terzijde geschoven en wat blijft is een bedenkelijke eigenroem die, zo leerde ik al op de lagere school, stinkt. Als je dan onze succesvolle atlete Femke Bol hoort, die, als ik het goed heb gehoord, zegt dat ze zo’n fantastische trainer heeft en zoveel hulp van alle teamgenoten en natuurlijk de hulp die ze altijd van haar ouders (want wie anders brengt haar jarenlang naar al die atletiekbanen?) heeft gekregen, dat is dan echt een verademing.

    Te korte spieren

    Een klein voorbeeldje komt van Ernst-Jan Pfauth die recent een goed boekje heeft geschreven over het bereiken van focus en geluk door intentioneel leven. 1) Hij wilde graag een marathon gaan lopen, ging stevig aan het trainen en vorderde goed. Maar toen hij een keer twee mannen wou inhalen die, naar even later bleek, juist aan hun eindsprint waren begonnen, heeft hij zich overtraind. Zijn fysiotherapeut zei tegen hem: “je bent een overenthousiaste hardloper met te korte spieren”. Geen wereldtijd op de marathon dus voor Ernst-Jan, never-nooit, hoe intens de wens ook is en hoe hard hij ook gaat trainen. 

    Trainen voor het gelijk

    Met de auto vermijd ik liefst het door rood licht rijden en meestal lukt dat ook. Maar op de fiets is het een ander verhaal. Op een bepaalde kruising (Leidsevaart – Pijlslaan in Haarlem) weet ik dat er in de stoplichtcyclus een periode zit dat het stoplicht voor mij op rood staat, maar waarin ik als fietser toch veilig naar de overkant kan en dat doe ik dan ook vaak.  Meestal begin ik in mijn hoofd dan al met een discussie met een denkbeeldige agent die mij wil bekeuren. Ik haal alles uit de kast om mijn gelijk aan hem duidelijk te maken. Onzin natuurlijk, want het mag gewoon niet. Maar onbewust ben ik dus aan het trainen om mijn gelijk te kunnen aantonen en ik doe het gesprek met de denkbeeldige agent zo vaak dat ik mijn verhaal bijna geloof. 

    O ja, die gedachten krijgen soms ook nog een vervolg. Ik denk dan: ik ga helemaal niet in discussie als die agent me toch gaat aanhouden. Dan zeg ik, zodra hij of zij me de les gaat lezen: geef me nou maar meteen die bekeuring en bespaar me je preek. Maar ik betwijfel of ik zo moedig ben om in die bewoordingen het bevoegd gezag toe te spreken.  

    Zou het een zebra zijn? 

    In een Duits onderzoek werd de vraag voorgelegd: neem in gedachten een man, het is Mark, een magere Duitse man, brildragend en hij houdt van Mozart. Wat denk je dat waarschijnlijker is: (a) Mark is een vrachtwagenchauffeur of (b) hij is hoogleraar literatuur aan de Universiteit van Frankfurt? De meeste mensen denken (b), maar hebben er niet bij stilgestaan dat er in Duitsland 10.000 keer zoveel vrachtwagenchauffeurs zijn als hoogleraren literatuur in Frankfurt. 2)

    Een voorbeeld uit de medische wereld: als iemand bij de dokter komt met een migraine kan dat duiden op een virale infectie maar ook op een hersentumor. Artsen wordt geleerd om eerst te checken of het een virus is, omdat dat vele malen vaker voorkomt en ook nog minder onderzoektijd vraagt. Het motto in hun opleidingen is dan ook: “Hoor je hoefgetrappel, verwacht dan geen zebra”. 

    Creatiever door meditatie?

    In Lelystad is een wijkje, genaamd Sidhadorp, waar beoefenaars van de transcendentale meditatie (TM) bij elkaar wonen en werken. Op de website staat: “Dat je door TM creatiever en ondernemender wordt, blijkt uit het ongewoon hoge aantal kunstenaars en zelfstandigen dat in het Sidhadorp in Lelystad woont.” Dat blijkt helemaal niet daaruit: het is zeer goed mogelijk dat deze mensen al kunstenaar of zelfstandig ondernemend waren toen ze er in kwamen wonen. En misschien zijn ze daar juist minder creatief en ondernemend geworden. 

    TM heeft in de jaren 1960/70 zichzelf gepromoot door te verklaren dat misdaadcijfers in de Amerikaanse steden drastisch afnemen als meer dan 1% van de bevolking aan TM mee zou doen. Als ik uit de incorrecte redenering van het Sidhadorp de conclusie zou trekken dat ze er in Amerika ook wel naast zullen hebben gezeten, zou ik mij ook schuldig maken aan het onterecht trekken van een conclusie, feitelijk leidend tot een verdachtmaking. Maar ik heb het wel een moment gedacht. In eerste instantie was het snelle Systeem I van Kahnemann 3) aan het woord dat altijd binnen een seconde een oordeel heeft: positief, negatief of neutraal, en vaak onjuist. Pas daarna ga je echt denken met Systeem II. 

    Onrust

    “De laatste tijd wordt er veel gesproken over de manier waarop politiek wordt gedreven, met een nerveuze gedrevenheid. Goede vooruitzichten voor de toekomst kunnen hoe dan ook niet worden gegeven als de mens niet verandert, want er zijn verschillende schadelijke invloeden die epidemisch worden overgedragen van de ene mens op de andere.” 4)

    Dit zei Rudolf Steiner in 1911. Hij sprak over de onrust in de mens die hij zeker in die jaren vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog heeft ervaren en die steeds groter werd en die, in zijn meest lichte vorm, tot uitdrukking zou kunnen komen doordat mensen niet (meer) in staat zouden zijn om een gedachte fatsoenlijk vast te houden en werkelijk in zijn consequenties door te denken, omdat ze steeds van de ene naar de andere gedachte springen. Zo keek Rudolf Steiner ernaar meer dan honderd jaar geleden.

    We krijgen vele malen meer informatie binnen dan destijds; we besteden gemiddeld drie uur per dag 5) aan “media” en we zijn steeds meer gewend om in zeer korte tijd veel berichten te scannen. En, denk ik, steeds minder tijd om dingen rustig te overdenken, te wegen, van twee kanten bekijken. En misschien zijn we dat met z’n allen een beetje aan het verleren. En dat is bedenkelijk.

    _________________________

    1)Ernst-Jan Pfauth. Intentioneel leven. 2024

    2)De denkfout heet het Base-Rate Neglect, in het Nederlands kom je het wel tegen als “verwaarlozing van de noemer”. De voorbeelden zijn beschreven in Rolf Dobelli. The Art of Thinking Clearly. 2013.

    3)Daniel Kahneman. Thinking, Fast and Slow. 2011. In Nederlandse vertaling: Ons Feilbare Denken. Zie ook blog 11. In de trein met Georgina Verbaan.

    4)Geparafraseerd uit Rudolf Steiner. Innerlijke rust. 2020

    5)Gebruik social media 2024: http://www.afix.nl/social-media-cijfers-2024

    0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

    Foto door Frans van Heerden: https://www.pexels.com/nl-nl/foto/dieren-beesten-strepen-zebra-s-12414553/

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

    Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; je kunt daar ook alle voorgaande berichten bekijken.

  • 72. Mea culpa

    OVER SCHAAMTE, SCHULD EN SPIJT

    Schaamte en schuld waren er volgens de bijbel al vanaf de eerste mensen. Zij hadden gegeten van de boom der kennis van goed en kwaad en zagen dat ze naakt waren. Schaamtevol en schuldbewust verlieten zij noodgedwongen het paradijs en bezorgden de mensheid die uit hun samenzijn ontstond voor altijd de erfzonde, die wel een beetje, maar niet helemaal kon worden gewist door de doop. (Toen ik op Google het woord erfzonde intoetste als zoekterm was het eerste resultaat “Belastingvrij Nalaten”, maar dat lukt dus niet, je kunt niet voorkomen dat je het nageslacht zodra het ter wereld is gekomen belast met de erfzonde).

    Mijn grote schuld

    Ik was denk ik een jaar of tien toen we in de klas de oefening van berouw hebben moeten leren:

    “Barmhartige God,

    ik heb spijt over mijn zonden,

    omdat ik uw straffen heb verdiend;

    maar vooral, omdat ik U,

    mijn grootste Weldoener en het hoogste Goed,

    heb beledigd.

    Ik verfoei al mijn zonden

    en beloof, met de hulp van uw genade,

    mijn leven te beteren en niet meer te zondigen

    Heer, wees mij zondaar genadig!

    Amen.”

    Biechten

    En deze gebeden hebben we moeten leren vóórdat we onze eerste communie mochten doen. Met die eerste communie hoorde je er pas echt bij. Als “communicantje” moet je natuurlijk wel een gezuiverde ziel hebben en daarvoor was de biecht uitgevonden, waarmee je de zonden kon uitwissen en met een schone lei weer beginnen. Dat viel nog niet mee want ik kon als acht- of tienjarige echt niet bedenken wat ik nou verkeerd had gedaan. Mij staat bij dat ik toen maar wat verzonnen heb; iets in de trant van “uit de suikerpot gesnoept”. Toen ik mij een aantal jaren later bewust werd van mijn puberale, verkennende onkuisheden in gedachten en daden, was de periode van regelmatige kerkgang en gaan biechten al voorbij. Maar ik sluit niet uit dat daarover toch flarden van schuldgevoelens bleven hangen.

    Schuldgevoel

    Als je ‘s nachts op een uitgestorven kruispunt door rood heen rijdt, er is immers toch geen verkeer denk je, en je moet op grond van de beelden van camera’s die jou niet waren opgevallen toch een boete betalen, dan is dat natuurlijk helemaal jouw eigen schuld (dikke bult). Maar dat hoeft je helemaal geen bijzonder gevoel te geven, gewoon domme pech.

    Een schuldgevoel krijg je als je iets hebt gedaan ten nadele van anderen en wat tegen  je eigen normen ingaat. Je hebt iets gedaan of nagelaten waarvan je vindt dat je dat niet had moeten doen. Dat kan heel snel overgaan, bijvoorbeeld als die ander zegt dat het niet zo erg is of omdat je er gewoon geen aandacht meer aan besteedt.  

    De Engelse filosoof Alan Watts heeft zelfs gezegd: je moet je nooit schuldig voelen; het is het likken van je gekwetste ego. 1) Je hebt je minder goed gedragen dan je van jezelf had verwacht. Maar je moet accepteren dat het maken van fouten hoort bij het mens zijn, zegt hij. Als je wat wil leren maak je fouten. En de oplossing is: oefenen en die fouten niet maken of minder vaak.  Maar dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan.

    Sommige mensen blijven zich hun hele leven schuldig voelen. Het is bekend dat schuldgevoelens vaak voorkomen bij mensen die zich in extreme situaties hebben bevonden en daar als enige of één van de weinigen levend uit zijn teruggekeerd, zoals veel mensen die uit de concentratiekampen in de 2e Wereldoorlog zijn bevrijd. Voor deze bijzonder trieste gevallen levert de vraag waarom zij mochten overleven, en de anderen niet, de bron van een schuldgevoel (“survivor’s guilt”). Het is dan vaak één van meerdere symptomen van een post-traumatisch stress syndroom. 2)

    Schaamte

    Bij schaamte gaat het niet in de eerste plaats om de beoordeling van je eigen gedrag naar de norm die je jezelf hebt gesteld, maar om het sterke vermoeden dat anderen je gedrag negatief zullen beoordelen. Wekelijks, nee tegenwoordig zelfs dagelijks, zie je op TV voetballers die een grote scoringskans missen of de bal tussen hun benen door laten rollen. Ze slaan dan de handen voor hun ogen, maar vaak storten ze zich op de grond alsof ze daarin willen verdwijnen. Ik heb dat als kind meegemaakt toen ik in een koor een stukje moest fluiten, maar geen geluid tussen mijn lippen vandaan kon krijgen. Het bloed ging eerst naar mijn hoofd maar moest toen blijkbaar snel naar andere plekken in mijn lichaam en ik viel flauw. En dat was precies het (door mij niet bewust) gewenste effect: ik kon door de grond zakken.

    Er is, ook op de social media, een enorme set aan codes waaraan in het intermenselijk verkeer voldaan moet worden en er is een grote angst om dingen fout te doen. En als je het fout doet kan dat sociale uitsluiting ten gevolgen hebben. Blijkbaar laat je door rood worden en je handen voor je ogen slaan zien dat je het begrepen hebt en levert dat sociaal voordeel op. Op social media blijft die communicatie achterwege, ze kunnen je lichamelijke reacties niet waarnemen, je wil waarschijnlijk zelfs voorkomen dat ze die zien. En dat is dan weer één van de elementen van armoede in de digitale wereld.

    Spijt

    Je kunt spijt hebben over je zonden omdat Zijn straffen je te wachten staan. Je zult zeker spijt hebben om die keer in 2010 dat je (“doe eens gek”) 100 bitcoins (waar nog minder waarde achter zit dan in tulpenbollen) had gekocht voor € 6 en die je een jaar later met 1000 % winst hebt verkocht, maar die op 29 november € 93.295.238 waard zouden zijn geweest. Ik heb spijt om al die keren dat ik A deed, maar beter B had kunnen doen. Of laten.

    Casus Tom Waes

    De Belgische TV-presentator Tom Waes, die ik een paar keer heb gezien in zijn grappige, maar ook wat oubollige en oppervlakkige reisverslagen, is na wat drinken in zijn Porsche gestapt en is op de Ring van Antwerpen, waar je sowieso meestal stil staat, ook tot stilstand gekomen maar dan op een manier waardoor de Porsche total loss geraakte en Tom Waess naar de intensive care moest. Hij verklaarde de volgende dag dat hij gedronken had en daarna in de auto is gestapt. “Onbegrijpelijk. Dat had ik nooit mogen doen. Het is een grote fout, waar ik me verschrikkelijk bij voel. Ik wil dan ook mijn excuses bieden, aan iedereen. Het spijt me verschrikkelijk. “

    Tja, dat het hem spijt zal duidelijk zijn. Zijn mooie Porsche naar de Filistijnen, zijn naam te grabbel en dan heeft hij ook nog niet voldaan aan de voorbeeldfunctie die de BRT van hem verwacht. O ja, er was ook nog een wegwerker gewond geraakt, maar daar heb ik hem niet over gehoord. En was het voor hem echt onbegrijpelijk? Was hij tot die tijd nooit met alcohol op in de auto gestapt? Hij zal zich zeker schamen. Maar of er sprake is van schuldbewustzijn kun je aan de buitenkant niet zien.

    Dat vind ik meteen zo lastig als je voor de rechter komt. Die kan bij de vaststelling van de strafmaat rekening houden met de vraag of je spijt hebt en of je je schuldig voelt. En dan vraag ik me af of mensen die goed kunnen acteren voor de rechter niet in het voordeel zijn. Tom Waes is ook acteur misschien helpt hem dat. Ten onrechte.

    _________________________

    1) https://youtu.be/mATo7zh3KYY?si=5uidiGYRsx53itaP

    2)https://fondsslachtofferhulp.nl/nieuws/survivors-guilt-betekenis/

    0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

    Foto: pexels-mart-production-7219828

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

    Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; je kunt daar ook alle voorgaande berichten bekijken.

  • 71. Ik wist niet dat ik het in me had

    OVER ZINTUIGEN, VAARDIGHEDEN EN OORDELEN

    Hoeveel hadden we er ook alweer? Ergens in het voorjaar van 2023 schreef ik over de vijf bekende zintuigen en wat we nog meer over de buiten- en binnenwereld voor mogelijkheden hebben om die waar te nemen. Het waren er blijkbaar zo veel dat ik zelf de tel al kwijt was geraakt. Aristoteles kon ze op één hand tellen (de wijsvinger van zijn andere hand kon hij daarvoor gebruiken). Maar ik had al gehoord van een boekje met de titel Super Senses waarin ons hele waarnemingsvermogen werd opgedeeld in 32 zintuigen.  

    Binnen – buiten

    Ik heb dat boekje over de “Super Senses” bekeken. De schrijfster heeft niet alleen gekeken naar hoe wij onze buitenwereld waarnemen. Aristoteles zal zelf ook wel gemerkt hebben dat als hij aandrang voor een stoelgang ervaart, dat hij dat niet in de eerste plaats waarneemt door te zien, te horen (nou ja), te ruiken (nou ja), te proeven of door de tastzin. Nee, hij voelt de aandrang in of rond zijn darmen, maar hij kon daar geen zintuig bij bedenken. Er gebeurt van alles in het lichaam en dat wordt vastgesteld door zenuwen die informatie doorgeven aan gebieden elders in het lichaam, meestal de hersenen. Daar weten ze welke maatregelen passend zijn naar aanleiding van de ontvangen informatie. En dus zoekt Aristoteles een plek waar hij zich rustig kan wijden aan wat zijn lichaam van hem verlangt.

    Emma Young beschrijft er heel veel en ze komt aan zo’n groot aantal onder meer omdat wat wij één zintuig noemen feitelijk bestaat uit verschillende groepen sensoren die soms ook nog in verschillende hersengebieden verder worden verwerkt. Een voorbeeld is de smaak. Voor elke smaak (en er zijn er vijf: zoet, zout, bitter, zuur en umami) zijn er aparte smaakzenuwen in de mond en er is een apart gebiedje in de hersenen voor elke smaak. Een ander voorbeeld is het zien. Er is een circuit voor wat er wordt waargenomen met kleur en licht. Maar daarnaast is er een apart systeem dat het verloop van de lichtsterkte op een dag registreert en dat doorgeeft aan het hersengebied dat gaat over slaap-/waakritmes en niet naar het visuele gebied. En zo worden we slaperig als het tegen de avond schemerig wordt. 

    Ruiken

    Er is altijd veel te doen om de reukzin. Wij kunnen wel niet zo goed ruiken als bijvoorbeeld honden, maar als we onze reukzin actief gebruiken, bijvoorbeeld beroepshalve, zijn er ongelooflijk veel samenstellingen te onderscheiden. Denk maar even aan de wijnproevers die zelfs het oogstjaar, de soort en de locatie van het “Chateau” kunnen bepalen zonder het etiket te bekijken. En er is een vrouw die kan ruiken of iemand Parkinson heeft. 2)

    Bij ruiken moet ik altijd denken aan het gedrag van honden. Als ze elkaar tegenkomen wordt er eerst neus-aan-neus geroken en dan, soms achteloos in het voorbijgaan, onder de staart. Misschien hebben wij dat vroeger in de evolutie ook wel gedaan, alleen werd dat wat onhandig toen de mens op twee poten ging lopen, want stel je eens voor hoe dat op de Koopgoot zou moeten gaan als iedereen van elke tegemoetkomende voetganger de achterzijde zou moeten besnuffelen; ik denk dat er snel afspraken zouden komen dat je dat altijd wederzijds en tegelijk rechtsom doet. Het zou nu toch te veel gedoe geven. Maar ik denk wel dat we het nog in ons hebben. 

    Van de zomer zagen mijn geliefde en ik door het droge grasland van Portugal ware snelwegen van mieren en die staan bij elke tegenligger even stil. Ik begreep dat ze elkaar even aanraken met hun voelsprieten, wat dus eigenlijk reuksprieten zijn. Dat doen ze dus om te ruiken of het een mier van dezelfde kolonie is en zo ja, dan stappen ze opzij en vervolgen ze hun weg.

    Zingend afzuigen

    Ik zet vaak muziek op als ik eten klaarmaak, een paar keer per week. Maar op een gegeven moment gaat de afzuigkap aan. Die maakt zoveel herrie dat ik niet meer kan onderscheiden welke muziek er wordt afgespeeld. Maar ik hoor wel dat er muziek is en daar word ik vrolijk van. Laatst zette ik na een half uurtje de afzuigkap weer uit en toen bleek dat er al lang geen muziek uit mijn boxje moet hebben geklonken; het nummer dat ik draaide toen de afzuigkap werd afgezet was al lang afgelopen en er was geen nieuwe opgezet. Maar in het geluid van de afzuigkap zitten ze blijkbaar allemaal verstopt; ik wist niet die dat in zich had. 

    Luuk de Jong

    Voetballers hebben geen ballistiekstudie 3) nodig om te weten waar een bal die weg is geschoten terecht zal komen. Als Luuk de Jong vanaf het midden van het veld naar het vijandelijk doel loopt om de zojuist door Tillman van rechts gegeven voorzet af te ronden met een doeltreffende kopbal, gaat hij niet uitrekenen waar die bal precies terecht komt, want hij weet dat als hij zijn looprichting in steeds dezelfde hoek houdt ten opzichte van de bal, dat ze dan onvermijdelijk met elkaar in botsing komen 4), waarop hij alleen nog maar een knikje hoeft te geven met zijn hoofd in de richting van een handig plekje tussen de keeper van de tegenpartij en de doellat en -palen. Het zou best kunnen zijn dat Luuk de Jong zich helemaal niet bewust is van het feit dat het zo gaat, omdat het volgens Gerd Gigenzer 5) een door de evolutie meegegeven vaardigheid is. Het schijnt zelfs dat iemand als ik die vaardigheid gewoon (nog) in zich zou kunnen hebben. Ik geloof alleen niet dat ik mijzelf of iemand anders daar ooit een plezier mee heb gedaan.

    Rijvaardigheid

    Nu we het toch over vaardigheden hebben, het volgende. Ik bracht mijn jongste dochter naar huis en reed in één van die straatjes achter de Overtoom, toen er voor mij een auto half op de weg stond die blijkbaar met een zeer ruime bocht van de rechterkant van de weg achteruit wilde inparkeren aan de linkerkant van de weg. Het was een vreemde manoeuvre, duidelijk van iemand die daar niet bedreven in was. Ik keek even of ik iets van de chauffeur kon waarnemen. “Een vrouw!”, zei ik. Ik weet niet met welke toon ik het zei, maar de reactie van mijn dochter was duidelijk: ik was ouderwets, ongelooflijk discriminerend en waarschijnlijk nog wat meer. Ze was al uit de auto gestapt en ik zei nog: “Ja, maar vrouwen kunnen nu eenmaal niet goed inparkeren”. De toon werd luider en luider en als echte Jordanezen waren we naar elkaar aan het schreeuwen. Uiteindelijk stapte ze haar woning in en zei ik tegen mijn zoon, die ook meereed: “Dat was niet zo handig van me”. En ik heb er daarna nog wat over nagedacht en moet constateren dat er toch iets niet helemaal goed zat in mijn hoofd, want het was toch neerbuigend en het moet een soort triomfantelijkheid hebben bevat. Nog erger werd het toen ik las dat het gewoon onzin was wat ik zei. Er zijn onderzoeken die juist aantonen dat vrouwen beter inparkeren; zo maken ze minder schade dan mannen bij het inparkeren ondanks dat ze minder vaak gebruik maken van hulpmiddelen als een achteruitrijcamera. 

    Ik wist niet dat ik het (nog) in me had. Een mooie overgang naar onderwerpen als schaamte, schuld en spijt die volgende keer langs komen.

    __________________

    1) Emma Young. Super Senses; the science of your 32 senses and how to use them.2021.

    2) Ronald Veldhuizen. Mensen kunnen wel tot een biljoen geuren onderscheiden, en meer lessen over onze neus. In Volkskrant 26 augustus 2022.

    3)Ballistiek is:  de leer van de banen van niet-geleide projectielen in de lucht  (Van Dale, 1999)

    4) Dezelfde wet die Luuk de Jong gebruikt in zijn run op de bal speelt ook bij de risico’s van polderblindheid. Als we langdurig over een rechte weg rijden in een weinig opwindend landschap ontstaat een verminderde oplettendheid. Je blik ligt vast op een punt in de verte en van de hele breedte van wat er op je netvlies terecht komt bereikt bijna niets je bewustzijn. Stel dat je op die weg 80 km per uur rijdt en op dezelfde afstand van de gelijkwaardige kruising die je straks bereikt komt er met dezelfde snelheid van rechts een auto. Die zit dus in een hoek van 45 graden ten opzicht van je rijrichting. In eerste instantie valt je niets op, het is nog een puntje en omdat die hoek steeds hetzelfde blijft is het enige dat er op je netvlies verandert het groter wordende puntje maar dat zit buiten bereik van waar je je aandacht op hebt gericht. Je voelt hem al aankomen: ze knallen bij die kruising tegen elkaar. (“en dan hoor ik Tatatata – op de melodie van EHBO –  en ik had al zo’n hoofdpijn”;  Freek de Jonge, Neerlands Hoop, 1969).

    5) Gerd Gigerenzer. Kracht van je intuïtie. De intelligentie van het onbewuste.2007/2022 Oorspr: Gut feelings. The intelligence of the unconscious. 

    O O O O O O O O O O

    Foto: AmazingArtWork via pixabay.com

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

    Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; je kunt daar ook alle voorgaande berichten bekijken.

  • 70. Lessen van de hondentrainster

    IN DE MAND MET JE GEDACHTEN

    In de allereerste aflevering van “dewereldenvanjan”, met de titel Spiky, maakte ik een vergelijking tussen het gedrag van een hond en de werking van het denken. Het voortdurend blaffen van een hond vergeleek ik met opdringerige gedachten die ons ook vaak onnodig en bij voortduring lijken te willen waarschuwen voor van alles en nog wat. Wij hebben onze hond wat kunnen “temmen” door de lessen van een hondentrainster die bij ons aan huis was gekomen en binnen twee uur ons en onze hond heeft geleerd hoe we het nog plezieriger konden hebben door een aantal tips.


    Eén van de lezers heeft gevraagd of ik wat meer van die hondentrainster kan vertellen en dat doe ik hieronder. En ik ga ook kijken of haar lessen ook kunnen helpen bij het “temmen” van onze gedachten. 

    De trainer, ik noem haar even Trudy, heeft een tijd in de bergen geleefd te midden van roedels half wilde honden en heeft daar hun gedrag bestudeerd. Toen ze terugkwam constateerde ze dat de manier waarop mensen hier met honden omgaan mijlenver afstaat van natuurlijk gedrag. Trudy legde in de training die ze gaf de nadruk op de ondergeschikte en dienende rol van de hond. Daarbij past niet dat wij als leiders de hele tijd naar de hond gaan kijken, ons afvragen of de hond het wel naar zijn zin heeft en zo nee of we de hond niet moeten vermaken. En het past ook niet dat we de hele tijd koekjes geven als hij gewenst gedrag vertoont. 

    De lessen
    Met tientallen tips en instructies maakte ze duidelijk dat een hond zijn plaats moet kennen en in zijn mand moet blijven als er visite komt (“De visite komt niet voor de hond”), niet mag blaffen naar vreemden, niet naar je toekomen voor een aaitje en niet midden in de kring zitten. Als een hond trekt aan de lijn corrigeer je eerst met een rukje, zonodig een tweede en als dat niet helpt geef je hem een schop. Om hem te corrigeren als hij los loopt en hij gaat te ver weg dan geef je hem met een afstandsbediening een schokje door een schokjesapparaat om zijn nek. Onze hond had heel snel geleerd hoe hij zich moest gedragen, maar de middelen waarmee dat moest gebeuren pasten ons niet.

    Toen Trudy weg ging hadden mijn geliefde en ik het allebei heel koud en op de een of andere manier ben ik binnen 14 dagen het stroomstoot-apparaatje onderweg verloren.

    Wat we geleerd hebben
    Er was veel wat we van de hondentrainer hebben geleerd. Ik heb na afloop meteen een overzicht gemaakt van alle instructies. 1) Bijvoorbeeld dat als je met de hond gaat rennen of aan de fiets met je mee laat lopen, de hond adrenaline produceert omdat het dier reageert alsof je samen achter een prooi aanzit en dat het daarom ook logisch lijkt dat als je iemand op de fiets passeert, de hond zijn tanden in de onderbenen zet van waarvan zo’n hond denkt: die moet neer. We hebben onze Spiky ook nooit meer losgelaten op de hondenuitlaat-weide, waar vaak meer dan tien honden als een gek achter elkaar lopen te rennen en soms ook vechten en die dus op zo’n moment niet in een bepaalde roedelorde zijn, wat de honden (en wolven) normaal gesproken altijd zijn.


    Blaffende honden en opdringerige gedachten
    En dan komt de vraag of de methoden van de hondentrainer ook bruikbaar zijn in de relatie die je hebt met je denken. Kun je je gedachten zien als een hulpje dat eigenlijk geen aandacht mag vragen behalve om je te waarschuwen als er iets ergs is, om je te herinneren aan iets belangrijks dat je moet doen en verder alleen aan het werk gaat als je erom vraagt en voor onbelangrijke dingen zijn mond moet houden? Want we worden toch wel erg moe van die voortdurende stroom gedachten.


    De allereerste uitspraak die ik opgeschreven had na afloop van de les was: “laat de hond niet in je persoonlijke ruimte komen”. Ik vond dat eigenlijk wel een mooie om los te laten op onze verhouding met onze gedachten. We laten ons vaak meenemen door onze gedachten zonder dat we dat in de gaten hebben en identificeren ons daarmee. Terwijl gedachten vaak niet meer zijn dan een commentator op wat je aan het doen bent, een soort criticus die jou veroordeelt maar soms ook “applaus voor jezelf” geeft, eigenlijk een voortdurende podcast, die vaak eindigt met hetzelfde verhaaltje.


    Afstand
    Het lijkt goed om een soort afstand te creëren tot die blaffende praatjesmaker in je hoofd. En dan is de eerste vraag: heb je eigenlijk wel in de gaten dat je je hebt laten meenemen in die gedachtenwereld? De, voor mij steeds terugkerende, vraag: waar ben ik op dit moment mee bezig en is dat wat ik op dit moment wel wil? En dan, als je vaststelt dat je met je hoofd in je gedachtenwolk, je associatietrein, je interne papegaai of je podcast zit, zou je kunnen kijken of je in plaats daarvan aandacht kunt geven aan de dingen die je op dat moment doet of wilt doen.  

    Voor mij helpt het bijvoorbeeld om een goede agenda altijd onder handbereik te hebben waarop ook de to-do dingetjes in staan. Daar hoef ik mijzelf dus niet de hele tijd aan te herinneren of mijzelf steeds af te vragen: “Er was toch iets wat ik moest doen, maar wat was het ook alweer”.

    En iets heel simpels, maar o zo moeilijk: als je met iemand aan het praten bent, niet al de hele tijd in je hoofd zitten bedenken wat je reactie zal zijn. Eigenlijk kun je dan niet echt luisteren en op je laten inwerken wat je gesprekspartner eigenlijk wil zeggen.

    En waar de hond de hele tijd voor het raam zit om te kijken of er postbodes of andere vijanden aankomen, kijken we naar het nieuws en bedenken we allemaal beren op de weg.

    Vooral momenten waarop ik met fysieke dingen bezig ben, zoals wandelen, afwassen (ik bedoel vaatwasser in- of uitruimen), douchen en tandenpoetsen zijn voor mij mooie oefenmomenten om te kijken of ik het even zonder mijn gedachten kan stellen. En soms lukt dat. Een beetje. De gedachten blijven dan even in de hoek zitten in hun mandje.

    Meer mogelijkheden om het wat stil te krijgen van binnen staan in blog 48. De gedachten zijn vrij. https://dewereldenvanjan.blog/2023/11/26/48-de-gedachten-zijn-vrij/

    _____________________

    1. Wanneer je dit overzicht (drie pagina’s A4) tips van Trudy wil ontvangen, stuur dan een mail naar koetjwm@gmail.com.

    O O O O O O OO O O O

    Foto: Jan

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

    Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; je kunt daar ook alle voorgaande berichten bekijken.

  • 69. Van een zaag houden

    OVER WAT WE HEBBEN MET DINGEN

    “Hebben is houden”, zeiden mijn klasgenootjes op de lagere school en “Eens gegeven blijft gegeven”. Bezit is een belangrijk onderwerp in het leven. Hebben is houden, maar ook: je verhouden tot dat bezit. In deze blog kom je verschillende manieren tegen waarmee je naar je spullen kunt kijken.

    Je hebt spullen die je lief hebt en andere waar je wat onverschillig tegenover staat. Het eerste waar ik aan dacht was mijn Waterman vulpen, een merk waarvan ik later ook een ballpoint en een vulpotlood kreeg. Ik gebruik ze al meer dan tien jaar niet meer, maar ik bewaar ze nog wel in hun originele verpakking en heb ze altijd heel mooi gevonden. Het tweede voorbeeld van spullen waar ik gehecht aan ben geweest waren mijn horloges, altijd simpel met een witte wijzerplaat en zwarte aanduiding van de uren. Vulpen en horloge hoorden tot mijn standaarduitrusting als ik naar kantoor ging en hoorden gewoon bij mij.

    Mode

    Ik ben niet zo op kleding gericht, maar ik kan moeilijk afstand doen van kleren die eigenlijk al te versleten zijn om nog aan te trekken. Thuis heb ik altijd één van mijn oudste truien aan. En ik koop, omdat ze gewoon lekker lopen, al zeker vijftien jaar dezelfde schoenen, ondanks de akelige naam: Air Force One van Nike. Pas geleden werd ik door jongens van een jaar of 17 aangesproken: “Mooie schoenen, meneer!”. Ik bedankte ze voor het compliment en moest lachen toen ik zag dat zij precies dezelfde schoenen aan hadden. Als je lange tijd hetzelfde gekleed gaat komt er altijd wel een moment dat het (weer) in de mode komt. 

    De timmerman

    Ik ben op het onderwerp houden van een zaag gekomen door een mooi verhaal met die titel van mijn ex-collega, vriend en wandelmaat Evert. Hij schreef daarin over zijn reeds lang overleden schoonvader.

    “Mijn voormalige schoonvader – tot laat in zijn leven timmerman en samen met zijn broer mede-eigenaar van een houtzagerij annex timmermanswerkplaats –  hing elke zaterdagmiddag tegen 3 uur een bordje GESLOTEN op de voordeur van zijn zaak. Dan begon hij zijn gereedschap en materialen op te bergen. Onderwijl sorteerde hij gereedschap uit dat geslepen moest worden: beitels en zagen. Dat deed hij door met zijn eeltige vingers langs de snij- en zaagvlakken te gaan. Na het opruimen begon het slijpen. Beitels gingen langs een slijpschijf. Zagen werden in een bankschroef gezet, met een driekantig vijltje werd tandje voor tandje bijgeslepen. Dat was een secuur werkje: elk tandje kreeg een beurt waarbij mijn schoonvader onderwijl oplette dat de tandjes lijnrecht in twee lijnen kwamen te staan met zijn broertjes – links en rechts van het zaagblad. Als je langs zo’n zaagblad keek, zag je de tandjes aan weerskanten ervan glinsteren. (…) Soms zaagde ik ook eens wat in die werkplaats. Hij heeft mij geleerd dat je niet moet duwen of sleuren aan een zaag. “De zaag wil het werk zelf doen. Je hoeft hem alleen maar rustig heen en weer te bewegen en te leiden langs de potloodstreep. Hoe meer je zelf trekt en duwt, hoe moeilijker je het hem maakt om die streep te volgen. Aandacht en liefde, daar komt het op aan… “   

    Eén van de belangrijkste bases voor de ontwikkeling van de mens is het bedenken, maken en slim gebruiken van gereedschappen. Gereedschap zoals een zaag is eigenlijk een soort verlengstuk, een hulpstuk, van je eigen lichaam en daar is de mensheid steeds inventiever in geworden, waardoor we andere dingen kunnen maken, van vorm doen veranderen, ons verdedigen tegen gevaar en bijdragen aan het verkrijgen van voedsel.

    In de actie worden we één met het instrument en wordt het instrument als het ware een deel van onszelf. In het Japanse boogschieten is die eenwording en zelfs het verdwijnen van jezelf als zodanig een doel op zich.

    Auto’s

    Over auto’s hebben we het al eerder gehad en ik deel, samen met mijn geliefde, de gewoonte van Evert om zijn auto, als die weer uren lang tevreden snorrend zijn diensten heeft geleverd, bemoedigend en dankbaar schouderklopjes te geven en lieve woordjes toe te voegen. Zeker zo’n oudje als wij hebben heeft zoiets nodig, omdat hij (of is het een zij?) misschien anders bij de aanblik van al dat jonge grut dat steeds voorbijschiet op de snelweg zou kunnen gaan lijden onder een, volkomen onterecht, minderwaardigheidsgevoel.

    Verzamelen

    Er zijn veel mensen die verzamelen. Zo heb ik meer dan 100 Boeddha-beeldjes die ik in de jaren ’70 en ’80 kreeg, omdat ik er al een paar had, ik altijd moeite heb gehad om verlanglijstjes te maken, het blijkbaar een leuk cadeautje werd gevonden om mij op mijn verjaardag te geven en omdat ze mooi pasten bij de andere Boeddha-beeldjes in de Lundiakast. Ik ga ze op een goed moment verkopen, want ze zitten nu al dertig jaar in een grote kist.

    Van de in 2002 overleden dichter/schrijver/TV-presentator Boudewijn Büch is bekend geworden dat hij elke dag gemiddeld tien boeken gekocht moet hebben, want hij had bij zijn dood 100.000 boeken in huis. Hij zal ze niet allemaal gelezen hebben, dus ging het “om de heb” 2). Er zijn mensen die helemaal geen afstand kunnen doen van alles wat eenmaal in hun huis is, zij nemen het “hebben is houden” heel letterlijk. Zij plakken ook geen Nee/Nee-sticker op hun deur, laat maar komen. Ik kan me moeilijk voorstellen dat ze in die situatie met alle individuele spulletjes een band hebben. Het wordt wel “hoarden” genoemd en het wordt in de psychiatrie behandeld als een afwijking, een psychische stoornis.

    Kwijt

    Ik schreef al eens over “het mannetje”, de bestuurder van een kleine speelgoedjeep die ik had toen ik een jaar of vier, vijf was. Ik was hem kwijt, maar heb er niet om getreurd, want in mijn fantasie was hij er altijd nog en nam ik hem overal mee naar toe en nam hem ook mee op wandelingen met het gezin. Probleem was dat hij niet zo snel was, we moesten soms allemaal op hem wachten. Omdat hij er in mijn fantasie altijd was kon ik hem dus ook nooit kwijtraken.

    Maar zo makkelijk gaat het niet altijd met verlies van spullen. Als er aangename herinneringen aan zijn verbonden kan het best een tijdje duren voordat je er overheen bent als je iets kwijt bent geraakt of het kapot is gegaan.

    En opruimen is weer een verhaal apart. Je constateert dat iets je niets meer te bieden heeft, alleen maar in de weg staat. Ik neem dan gemakkelijk afscheid en vergeet daarbij het eerst met aandacht in de hand te nemen en te danken dat het mij gediend heeft; dat is wat de opruimgoeroe Maria Kondo 3) ons adviseert op basis van de Japanse Shinto-gedachte dat in alles een ziel zit en een bron heeft waaruit ook wij zijn gemaakt. Ik heb het nog niet uitgeprobeerd, maar misschien maakt dat het wegdoen van spullen wel makkelijker.

    Stukje van jezelf

    De verbinding die je met je eigen spullen hebt, speelt ook met gemeenschappelijk bezit. Toen de Parijse Notre-Dame in brand stond en een torenspits brandend naar beneden stortte zei een toeschouwer: “Het is toch een stukje van jezelf dat verloren gaat”.

    De spullen die je zelf of samen met anderen hebt en waar je aan gehecht bent maken deel uit van jezelf, van wie je denkt dat je bent, van je identiteit. Hoe meer dat het geval is, des te meer zullen we ze met respect behandelen en des te lastiger valt dan het afscheid.

    ________________

    1) Het hele artikel van Evert stuur ik je graag als je me mailt naar koetjwm@gmail.com. In het artikel meer persoonlijke ervaringen van Evert en een uitgebreide bespreking van wat filosofen en andere schrijvers over de relatie mens-dingen hebben gezegd. 

    2) Uit: Jaco Berveling. Hebben is houden. 2009

    3) Maria Kondo. Opgeruimd! de manier om orde en rust in je leven aan te brengen. 2015

    O O O O O O O

    Foto: pexels.com pexels-skitterphoto-9280

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

    Vergeet niet anderen te attenderen op http://www.dewereldenvanjan.com; op die website kun je je aanmelden voor toezending van artikelen van Jan en daarop vind je ook alle (68) eerder uitgebrachte artikelen.

  • 68. Net binnen: het laatste nieuws

    NIEUWS OVER HET NIEUWS

    Ik kijk wel eens naar het nieuws op Nu.nl en een paar maanden geleden werd ik verrast door het bericht dat rapper Wiz Khalifa en vriendin Aguilar hun eerste kindje verwachten. Het stond bovenaan in de rubriek “Net binnen”. Ik dacht: waarom moet ik dat weten? Ik ken de vader en moeder niet en ben sowieso niet geïnteresseerd in rappers en al helemaal niet in hun privéleven.

    Die vraag was voor mij aanleiding om het fenomeen nieuws te bekijken en hoe ik daar mee omga.

    Het begint met buienradar.

    Ik moet natuurlijk de dag beginnen met het kijken naar het weer. Ik ben een koukleum en heb wat huidproblemen en daarom kijk ik ’s winters altijd hoe erg het wel gaat worden en of mijn thermo-ondergoed al aan moet en ’s zomers of ik die dag nog een half uurtje kan zonnen, want dat is erg goed voor mijn huid. Buienradar geeft de voorziene zonkracht heel mooi aan, maar die voorspelling kan van uur tot uur veranderen, dus het checken blijft meestal niet beperkt tot één keer per dag.

    Als ik dat dan heb gezien maak ik een rondje whatsapp, facebook en het nieuws. En dat kan wel tien keer op een dag gebeuren.

    Wat een verspilling.

    De grote lijn

    Is wat als nieuws wordt gepresenteerd wel nieuws? Er gebeuren over de hele wereld ongelukken, sommige ernstiger dan anderen. Maar de algemene teneur is dat huizen, vervoersmiddelen en huishoudelijke spullen steeds veiliger worden. Waarom moet ik dan weten dat er in Pakistan een bus in een ravijn is gestort, er bij een frontale botsing in Drente twee doden zijn gevallen en vijf bejaarden in Kroatië bij een brand om het leven zijn gekomen? (O nee, het waren er zes.) En aan de andere kant weten we dat er dreigingen zijn rond de leefbaarheid van de aarde, de veiligheid en de democratische waarden in Europa en het ontbreken van wereldleiders die bij elkaar gaan zitten om te waken over het welzijn van alle wereldburgers. Maar ook daarvoor hoef je niet elke dag 10 keer naar het nieuws te kijken.

    Verrassingen

    Grote veranderingen in het wereldbeeld zien we soms helemaal niet aankomen. In 2020 was er in maart de wereldwijde corona-uitbraak en de inval in Oekraïne door Rusland vond plaats op 24 februari 2022. In de jaaroverzichten van het NOS-journaal 2019 en 2021, twee maanden daarvoor, kwam het woord virus respectievelijk Rusland helemaal niet voor. Ook de inval van Hamas in Israel kwam als een grote verrassing. Je kunt dus het nieuws volgen wat je wil, maar de grote gebeurtenissen die ons dagelijkse leven echt veranderen of die het beeld veranderen dat je hebt van de wereld zie je niet aankomen door van dag tot dag en van uur tot uur het nieuws te volgen. En van die grote gebeurtenissen neem je toch wel kennis. Toen de aanslagen op de Twin Towers hadden plaatsgevonden, spraken alle medereizigers in de trein daarover en dat heb ik verder nooit meegemaakt (nou ja, dat gebeurt ook als er weer eens vertraging is door een persoon op het spoor).

    Bijblijven en meepraten

    Waarom besteden we dan zoveel aandacht aan “nieuws”, dat eigenlijk bijna nooit een direct gevolg heeft voor ons persoonlijk leven? Voor mijzelf kan ik er wel een paar redenen voor verzinnen.

    Ik wil graag “bijblijven”. Ik zat laatst te praten met een goede kennis van ons van over de 90 en die had het over “mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt”; ik dacht: nou, die is nog goed bij de tijd, dat wil ik ook als ik die leeftijd heb. En ik heb vrienden in een appgroep, met wie we ook op het nieuws reageren (vooral sport en politiek). De internationale politieke situatie van nu maakt me wat ongerust zonder dat ik een beeld heb van waar ik dan eigenlijk precies bang voor ben, maar ik wil er wel van dag tot dag over lezen. En als het over sport gaat dan zit daar vaak een chauvinisme in: hopen dat je favoriete club of “Nederland” wint. En misschien ben ik ook wel sensatiebelust.

    Nieuwsdieet

    Je leest wel veel over verslaafdheid aan social media, maar specifiek over het verslaafdheid aan het nieuws heb ik niet veel kunnen vinden. Het wordt algemeen positief beoordeeld als je het nieuws volgt, dat hebben we misschien al van huis uit meegekregen: de krant, het radionieuws van 8 uur, met aansluitend “de waterstanden van hedenmorgen” (Grave beneden de sluis + 10), 1 uur ’s middags met daarna op zondag de postduivenberichten en “De toestand van de wereld” door Mr. G.B.J. Hilterman en ’s avonds nog 6 uur. En vanaf de intree van de TV het Acht-uur Journaal). Maar alle nieuws dat je op een dag hoort en leest brengt je niets dichter bij inzicht in hoe de wereld in elkaar zit. Nieuws is versnipperd, opgeklopt en consumptiegereed gemaakt en wordt los van enige context aangeboden.

    Ik kwam een boek tegen over dit onderwerp, geschreven door iemand die heeft besloten rigoureus af te zien van het lezen van en kijken naar nieuws 1). Hij suggereert dat nieuws voor de geest is wat suiker is voor het lichaam en zegt dat hij zich door het afzien van nieuws gelukkiger voelt, helderder kan denken, betere beslissingen neemt en tot waardevollere inzichten komt. En veel tijd overhoudt. En in zijn boek geeft hij 15 redenen voor zijn besluit, waarvan hij er vier geeft in de video 2) hieronder.

    Hij besluit de video met de suggestie om de vrijgekomen tijd te besteden aan verdieping, bestuderen van achtergronden en het kennis nemen van onderwerpen die ons op het spoor kunnen zetten van zaken die richting geven aan ons leven.

    Aandacht voor aandacht

    Voor mij is het bekijken van nieuws iets waarop ik extra moet letten als ik mij afvraag: waaraan geef ik mijn aandacht van dag tot dag, van uur tot uur en – vooral – van minuut tot minuut en is dat wat ik echt wil. Ik denk dat ik dan best in de richting van een nieuwsdieet zou kunnen uitkomen.

    PS. Die rapper Khalifa heeft een dochtertje gekregen, ze heet Kaydence en moeder en kind maken het goed. Ik heb de post op Instagram waarin dit bekend werd gemaakt natuurlijk meteen geliked.

    _____________________

    1. Rolf Dobelli. Het nieuwsdieet, 2020. Oorspr. Die Kunst des digitalen Lebens, 2019
    2. Youtube-video van TED-talk met Rolf Dobelli

    REACTIES OP VORIGE BLOG: “APPLAUS VOOR JEZELF”

    Dank aan de lezers, van wie enkelen antwoord gaven op de vraag “hoe heet zo’n ding eigenlijk” toen ik het had over het instrument waarmee de klanten op de loopband bij de kassa duidelijk kunnen maken dat hun boodschappen niet bij die van klant voor of na hun behoren. Er is een officieel woord voor: “beurtbalkje”, een uitdrukking die nieuwe Nederlanders waarschijnlijk beter kennen dan Nederlanders die geen inburgeringscursus hebben gevolgd. Het is de uitkomst van een prijsvraag, dus niet voortgekomen uit spontane taalontwikkeling. Eerdergenoemde Evert noemde het voor zichzelf een “seperator”, een uitdrukking die scherper aangeeft wat de functie van zo’n balkje is; in Duitsland noemen ze het een Sachentrenner en daar geldt dat ook voor.

    O O O O O O O O O O

    foto: pexels.com/göksutaymaz

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

    Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; je kunt daar ook alle 69 voorgaande berichten bekijken.

  • 67. Applaus voor jezelf

    OVER ZELFBEWUSTZIJN EN TROTS

    Trots zijn, daar heb ik altijd een beetje moeite mee gehad. Ik heb het woord in relatie tot mezelf geloof ik nooit uitgesproken. De uitdrukking “Eigen roem stinkt” heb ik op de lagere school al gehoord en tot mij genomen. Maar als ik er goed over nadenk ken ik dat gevoel van trots wel.

    Ik wil vaak spulletjes die ik bij de hand heb of tegenkom graag een beetje ordelijk neerzetten en er een grappige maar nog liever mooie vorm aan geven. Ik doe dat ook wel eens bij Albert Heijn. Als ik de boodschappen uit het karretje haal en op de band neerzet en er is nog tijd voor (soms loopt de band al en verdwijnen de boodschappen direct één voor één in de richting van de kassamedewerker, voorheen caissière), dan zorg ik ervoor dat het geheel aan boodschappen een duidelijke compositie vormt.

    Mooi en praktisch

    Het moet er gewoon mooi uitzien. En dan ook nog praktisch, dus eerst de boodschappen die straks onderin de tas moeten. En dan zet ik ze ook zo neer dat het duidelijk niet de boodschappen zijn van degene die vóór mij is; een duidelijke afbakening vooral als het voorwerp waarmee de boodschappen van twee verschillende klanten van elkaar gescheiden worden (hoe heet zo’n ding eigenlijk?) ontbreekt. En compact, zodat het een geheel is. En als die verzameling boodschappen dan in één groot artistiek verband klaarstaat, kan ik daar met een trots gevoel naar kijken en verbaast het me altijd dat dat door niemand wordt opgemerkt waardoor mij ook geen applaus toevalt. Dus toch.

    Hoop, lef en trots

    Trots zijn mag weer, lijkt het. Je hoort het na afloop van een gezamenlijke gebeurtenis vaak zeggen: “applaus voor jezelf”. Maar we zijn ook trots op ons gezin, onze voetbalclub (Ajax dat in één week zowel van Feijenoord als van PSV won), ons nationale elftal, op heel Nederland en er is zelfs een regering die zijn plannen aanduidt met: “hoop, lef en trots”. (Het kabinet hoopt dat ze genoeg lef hebben om trots te kunnen zijn op zichzelf). En ik ben de trotse bezitter van een Toyota Yaris Verso. Trots kun je dus ervaren als je zelf iets bijzonders hebt gepresteerd (een mooi bouwwerk gemaakt van de boodschappen), als de groep waartoe je behoort goede prestaties levert (een mooi concert van het koor) en je kunt trots zijn op je bezit (je nieuwste Rolex, totdat je ervan wordt beroofd, maar dat krijg je ervan als je hem aan de hele wereld laat zien; daarom zie je mij nooit met een Rolex op de social media). 

    Hoogmoed

    Hoogmoed, trots, ijdelheid en arrogantie worden vaak in één adem genoemd en hoogmoed is de eerste en belangrijkste van de zeven hoofdzonden zoals die door Gregorius de Grote (paus van 590 – 604) zijn vastgesteld, met nederigheid op de eerste plaats van de hoofddeugden.

    In de roman La Superba 1) wordt de hoogmoed beschreven van de stad Genua, die zelf ook vaak La Superba wordt genoemd, een bijnaam uit de tijd dat Genua, samen met Venetië, de belangrijkste handelsstad was in het Middellandse Zeegebied. De schrijver is degene die wel als de belichaming van de hoogmoed wordt gezien: Ilja Leonard Pfeiffer (alleen die naam al; maar wat een fantastische schrijver!). Het is een prachtig boek waarin hij alle personages, inclusief de ik-figuur, beschrijft in hun streven naar het bereiken van de idealen die zij koesteren en de hoogmoed die daar eigenlijk voor nodig is, omdat ze om daar te komen waar ze heen willen allemaal stappen moeten zetten die net te groot of net te veel voor ze zijn.

    Te positief zelfbeeld

    Maar zijn wij niet allen….? Professor Roos Vonk heeft geschreven over zelfbedrog en zelfkennis 2) en beschrijft het instinctieve mechanisme van de mens dat er voor zorgt dat zijn (positieve) zelfbeeld permanent op niveau wordt gehouden. In het zelfbewustzijn hebben mensen de neiging om zichzelf positiever te beoordelen dan ze feitelijk zijn. Liefst horen we geen negatieve feedback. En als we dat horen wordt dat gecompenseerd door positieve verhalen over jezelf en het afzwakken van het betoog van degenen met kritiek.

    Roos Vonk vroeg zich af of de zelfoverschatting evolutionair wel handig is. Maar vertelde er ook bij dat mensen die de kritiek van anderen klakkeloos overnemen of een minder rooskleurig zelfbeeld hebben, de neiging hebben te vervallen in depressiviteit, zoals mensen die de Eerste Wet van Koet geloven (“Als de tweede keer dat je iets doet minder goed gaat dan de eerste kunt je er het beste maar meteen mee ophouden”).

    Misschien is daarom dat beetje zelfoverschatting de bron van vernieuwing in de wereld: je probeert het niet alleen maar 1 of 2 keer, maar gaat door en misschien lukt het de tiende keer. Van de nieuw opgestarte bedrijven mislukken er veel, maar Thomas Edison formuleerde dat op een tegeltje heel anders: “Ik heb niet gefaald; ik heb alleen tienduizend manieren gevonden die niet werken”.

    Reactie

    En misschien is trots alleen maar een reactie op een eerder idee van minder zijn of niet genoeg zijn, een compensatie dus. Je hebt twijfels, jou vaak door anderen aangepraat en zet daar dan feiten tegenover waarvan je denkt: maar dat heb ik goed gedaan en je gaat “gloeien van trots”. Dat kan dan de overhand krijgen en dan kan het gebeuren dat je daar onrealistische beelden van eigenwaarde aan gaat toevoegen en zelfs gaat neerkijken op anderen.

    De Belgische filosofe Martha Claeys ziet dit ook als het gaat om groepen. Als groepen langdurig ten onrechte is verteld dat ze “minder” zijn, kan een beweging op gang komen waarin de positieve waarden van die groep juist extra worden benadrukt, zoals bij emancipatie-bewegingen. Die bewegingen kunnen leiden tot een meer gelijkwaardige positie van zo’n groep. Dat ziet zij als een positief aspect van trots. Maar ook hier kan het doorschieten en kan het leiden tot onterechte te positieve beelden over de eigen groep en worden de anderen slechter afgeschilderd dan ze zijn.

    Conclusie

    Het is nu zaterdag 2 oktober, 23:42 uur en ik moet er nog een duidelijk einde aan maken. Ik bedacht het volgende.

    Ieder mens van vlees en bloed neemt zijn omgeving waar, heeft gevoelens en doet de dingen die hij of zij doet. Daarnaast zijn er in het hoofd ideeën en oordelen over die mens zelf, een beeld dat hij of zij ook graag vergelijkt met wat hij of zij ziet van anderen. In die beeldvorming denkt de mens vaak dat hij of zij minder is dan een ander, maar tegelijk overschat hij of zij vaak zijn eigen kunnen. Hoe meer die twee afwijken van de realiteit, des te verder zijn ze verwijderd van zichzelf en des te meer innerlijke conflicten zullen ze ervaren. Heb je een realistisch zelfbeeld en oordeel je daar niet over (wat er is, is er; wat je kunt, kun je; wat je doet, doe je) dan zullen je gevoelens en je denken en je doen meer eenheid vormen, een vanzelfsprekendheid, en trots, zelfoverschatting en minderwaardigheidsgevoel zullen verdwijnen.

    Je begrijpt dat ik hartstikke trots ben op dit einde.

    _____________________

    1)Ilja Leonard Pfeiffer. La Superba. 2013

    2)Roos Vonk. Mijn ego heeft altijd gelijk. 2023

    3)Martha Claeys. Trots. De filosofie van een emotie. 2023

    O O O O O O O O O O

    foto: pexels.com/lisafotios

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

    Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; je kunt daar ook alle voorgaande berichten bekijken.

  • 66. Een gezellig verenigingsleven

    OVER BINDING EN ONTBINDING

    In de jaren zestig en zeventig vonden grote veranderingen plaats in de maatschappij, zo ook in het studentenleven. En als je het over het studentenleven hebt, bedoel je meestal niet een leven dat bestaat uit studeren, maar gaat het over het zijn van student. In de jaren dat ik studeerde heb ik die veranderingen aan den lijve meegemaakt.

    Op aanraden van mijn oudere broer heb ik mij aan de start van het eerste studiejaar, ik ging economie studeren, meteen aangemeld bij de Katholieke Studentenvereniging Sanctus Thomas Aquinas (of gewoon: Thomas) in Amsterdam, met een eigen sociëteit en eetgelegenheid op nummer 80 van de Vondelstraat en ik ben daar tot aan het einde van mijn studie lid van geweest.

    Introductietijd

    Ik kwam bij Thomas binnen in 1965 samen met ik denk zo’n 150 “nuldejaars”; je moest eerst de introductietijd door en dan pas werd je, als je als lid werd toegelaten, “eerstejaars” genoemd. Hoewel de ontgroening officiëel was afgeschaft in 1964 was het toch spitsroede lopen in de bar wanneer de nuldejaars in de introductieweken werden losgelaten op de aanwezige ouderejaars. Ik had lang haar, was Beatlesfan, maar wist ook dat je maar het beste kon zeggen dat je liefhebber was van “klassieke muziek en goede jazz”. (Nu vertel ik echt aan iedereen, zoals vorige week, dat ik groot fan ben van de symphonic metal band Nightwish met onze eigen Floor Jansen als leadsinger.) Gelukkig waren er niet alleen mensen die de “feuten” graag vanuit de hoogte toespraken en zo had ik bijvoorbeeld een leuk gesprek met Ivo de Wijs over Yesterday van de Beatles. Na een week of vier werden bijna alle nuldejaars via een inwijdinsceremonie en na een gevecht op het Museumplein om een biervat met de nieuwelingen van het Amsterdams Studentencorps officieel lid van Thomas.

    Borrelen

    Samen met vijf anderen werd ik gevraagd om lid te worden van het dispuut Phrixos 1), één van de rond twintig clubjes binnen de vereniging. Van een inauguratie bij Phrixos kan ik me niets meer herinneren. Of was dat die keer dat we op een zondagochtend naar moeilijke muziek moesten luisteren op de Plantage Parklaan? Phrixos was voor mij de dinsdagavond in de Oude Herbergh in de Handboogstraat van 23.00 tot 02.00 uur. In het eerste jaar werd er ook nog wel geborreld op vrijdagmiddag in de Pieper op de Prinsengracht, maar dat hield snel op. Die dinsdagavond was ik er altijd bij en de meesten van mijn jaargenoten ook. Het eerste jaar zagen we ook nog altijd wel een paar ouderejaars, maar daarna kwamen die oudere leden niet meer opdagen.

    We hebben het met dat clubje toch nog behoorlijk lang uitgehouden. Naast het kroegbezoek hebben we een “TV-schaatsweekend” gehad in 1966-’67 (Kees Verkerk wereldkampioen), waarbij iedereen op bezoek was bij Marga, mijn vriendin van dat moment op de Nassaukade en we hebben een mooie TV-voetbalavond gehad bij Peter van Bueren thuis, de beroemde Europacup-wedstrijd Ajax – Liverpool in de mist. Maar het wekelijkse borrelen was toch de basis.

    Los van het gevestigde

    Ondertussen groeide het studentenverzet, waren er de protesten tegen de Amerikaanse acties in Vietnam en ontstond in Amsterdam de Provo-beweging, ludiek en anti-establishment, die later als Kabouterbeweging zelfs in de Amsterdamse gemeenteraad een vertegenwoordiger had (Roel van Duijn). Al vrij snel werden de provo’s met zogenaamde “happenings” op het Spui internationaal bekend. Wij maakten in onze introductietijd al zo’n happening mee met Robert-Jasper Grootveld, de “anti-rookmagiër”, op de zolder-verdieping van het verenigingsgebouw. Een dispuutgenoot, die bij mij achter op de brommer zat, kreeg later een steen in zijn handen geduwd van de provo Rob Stolk met de opdracht om die door het raam van het Amerikaanse consulaat te gooien (opdracht geweigerd) en we reden rondjes, samen met veel Lelijke Eenden, op de rotonde vóór het Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg om met veel lawaai duidelijk te maken dat Hans Tuynman, ook een – voor mij overigens onbekende – provo, vrij moest”

    De verschillen in politieke en maatschappelijke opvattingen binnen de Phrixos-actieven waren heel groot, ik denk dat we een communist, een anarchist en een VVD-er in die kleine groep hadden. Tegelijkertijd bleek dus dat er ook geen binding meer was met de oudere Phrixosleden, geen binding met de moedervereniging Thomas en ook niet meer met de RK kerk. En daar kon een uitbundige lustrumviering van het dispuut in Volendam, met optreden van de popgroep “The Men of Zen” 2) en met achterlating van de nodige onbetaalde rekeningen, ook geen verandering in brengen.

    Yoko Ono

    Na een paar jaar verhuisde Thomas van de Vondelstraat 80 naar de Herengracht nr 88 (“H88” ging het gebouw heten) en verhuisden de dinsdagavond-bijeenkomsten van de Oude Herbergh naar Café De Prins op de Prinsengracht. Er hadden zich inmiddels ook enkele niet-Phrixieden bij ons gevoegd en de actieve Phrixos-kern was teruggebracht naar drie of vier man. Maar toen mijn inmiddels burgerlijke bestaan zich niet meer met nachtbraken liet verenigen – ik was inmiddels getrouwd met Thea, een werkende vrouw – deed ik niet meer mee en kwam later de door haar als oude-mannen-club aangeduide groep niet meer als zodanig bij elkaar. Thea werd dan ook wel “de Yoko Ono van de oude-mannen-club” 3) genoemd. Maar net als bij de Beatles heeft niemand Phrixos verlaten:  “I didn’t leave the Beatles. The Beatles have left The Beatles, but no one wants to be the one to say the party’s over” (Paul McCartney). 

    Borrelen én zingen

    Inmiddels ben ik al lange tijd lid van een andere mannenclub: het Koninklijk Haarlems Mannenkoor Zang en Vriendschap (van 1830) 4), ook met een eigen gebouw, en met een gezellig samenzijn na de repetities, dat mij heel vaak aan mijn studiejaren doet terugdenken en waar ik me thuis voel, zoals ik dat bij Thomas en Phrixos ook lange tijd heb ervaren.

    Maar nu ik dit opschrijf realiseer ik me wel dat de basis, het gemeenschappelijke, bij een koor het samen zingen is en dat een dergelijke stevige basis, de reden van bestaan, die groepsleden bindt, achteraf gezien bij Thomas en Phrixos in die laatste jaren niet meer aanwezig was. De naam van ons koor, Zang en Vriendschap, geeft mooi weer dat het één niet zonder het ander kan (we zeggen wel “Het gaat natuurlijk om de zang, maar zonder vriendschap wordt het niets”) en daarom werken we steeds weer opnieuw met elkaar en met plezier toe naar prachtige concerten en doet het koor dat al bijna 200 jaar. En we borrelen. Maar pas ná het zingen.

    _____________

    1)Phrixos is vernoemd naar een figuur uit de Griekse mythologie die door een gouden ram gered is uit de voltrekking van een doodvonnis. De ram was voor Phrixos het symbool.

    2)Hair door de NL popgroep Zen :

    3)Het starten van de relatie van John Lennon met Yoko Ono wordt door velen als het begin van het einde van The Beatles gezien.

    4)Zie voor meer info: zangenvriendschap.nl. Kom gerust eens langs op een maandagavond, we repeteren vanaf 19:45 uur. En kun je niet zingen, dan leren we je dat wel.

    O O O O O O O O O

    foto: pexels

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

    Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; je kunt daar ook alle voorgaande berichten bekijken.

  • 65. Laat je intuïtie spreken (of niet)

    OVER GEVOEL, DENKEN, WETEN EN HET ZESDE ZINTUIG

    In een recent artikel in de FLOW werden de lezers opgeroepen hun intuïtie (meer) te laten spreken. En intuïtie dat is dan volgens de Dikke Van Dale “inzicht zonder nadenken” of, in de versie van 1999, een ”door onmiddellijke innerlijke aanschouwing verkregen begrip”.

    Meestal gaat het dan om een overtuiging, idee van waarheid of ander signaal waarvan je niet weet waar het vandaan komt en er dus ook geen redenering bij te pas komt, maar die wel met een bepaalde indringendheid tot je komt. En vaak handel je ernaar. 

    Intuïtieve beslissingen worden heel veel genomen. We hebben nu eenmaal veel zaken aan ons hoofd en geen tijd bij elke stap die je neemt een expliciete afweging te maken. Een voorbeeld is de arts die eigenlijk niets vreemds waarneemt, maar toch een “niet-pluisgevoel” heeft waardoor hij nog wat verder gaat zoeken en vaak alsnog een ongerechtigheid constateert 1). En managers in grote organisaties nemen veel beslissingen “op gevoel”. In deze beide situaties is er door jarenlange ervaring kennis ontstaan die de arts en de manager niet expliciet raadplegen maar waarbij ze direct over antwoorden beschikken. 

    Mij spreekt heel erg aan dat je bewust waarneemt wat je voelt en wat er bij je op komt, maar niet dat je daar dan altijd maar meteen naar moet handelen. Je zult, als de reactie niet echt à la seconde moet worden gegeven, altijd moeten toetsen of het spoort met wat je bewust weet en met je waarden. Je kunt onbewust vooroordelen hebben en intuïtief daarnaar handelen. Je kunt bijvoorbeeld een oordeel over iemand hebben uitgesproken en er kunnen angsten en eigen verlangens doorheen spelen.

    Het “slimme onbewuste” is niet altijd correct en komt regelmatig met dingen op de proppen waar je eigenlijk niet achter staat of die gewoon niet kloppen 2) Ik zou zeggen: links rechts links gekeken, dan pas oversteken en maak ruimte voor twijfel en bij twijfel (nog even) niet inhalen.

    Er wordt wel gesproken over het zesde zintuig. Die aanduiding slaat op dingen zien of weten die niet gebaseerd zijn op je eigen waarnemingen, dus van buiten je lijken te komen. Ik laat deze paranormale verschijnselen hier buiten beschouwing. De intuïtie waarover we hier spreken heeft een bron van binnen. En die werkt bij ons net zoals in de toepassingen van kunstmatige intelligentie (AI) : je krijgt wel een antwoord, maar ze vertellen er niet bij hoe ze daaraan gekomen zijn. 3)

    Maar komt het dan uiteindelijk op denken aan?  Ik heb even nagegaan hoe belangrijke beslissingen in mijn leven tot stand zijn gekomen. 

    De eerste grote beslissing was wat te doen na de middelbare school. Het was eenvoudig. Ik had geen zin om te gaan werken en in mijn beperkte blik (ik heb geen uitgebreide studie gemaakt van de verschillende studierichtingen) vielen alle studies af omdat die me niet aanstonden en heb ik uiteindelijk toch voor economie gekozen, want die stond me het minste tegen.

    De tweede was gaan samenwonen met mijn latere eerste echtgenote. Kort nadat we elkaar leerden kennen wilde ik met haar een woonplek vinden (en dat was wederzijds) en we hadden na een dik half jaar een zolderetage van een achterhuis op de Prinsengracht in Amsterdam (huur 65 gulden per maand). Daar kwam geen denken bij te pas. Een jaar later zijn we in het huwelijk getreden. Dat had te maken met het feit dat zij onderwijzeres was in Abcoude met een christelijke burgemeester als uiteindelijke baas en zij ’s nachts vaak wakker werd van een akelige droom waarin burgemeester Knoppers haar in ons huis betrapte op het leven in zonde. Een praktische oplossing was: gewoon gaan trouwen, iets wat in die tijd bij veel leeftijdsgenoten als burgerlijk werd gezien.

    Het uit elkaar gaan, twintig jaar later, gebeurde op basis van de vaststelling dat er voor ons niets anders opzat. Het gevoel dat het niet meer verder ging was te sterk en een pijnlijke, maar onvermijdelijke, keuze is toen gemaakt. 

    Met mijn huidige geliefde, die ik een dik jaar later leerde kennen was het al heel snel duidelijk: wij wilden bij elkaar en met elkaar verder. Dat daarbij één van ons naar een ander land moest verhuizen bleek geen probleem. Het was geen plotselinge beslissing maar een maandenlang voortdurend gevoelde behoefte.

    En qua werk ging het eigenlijk ook vanzelf. Na afloop van mijn studie was ik aan het werk bij de VNU (van “de bladenman”) maar moest ik in militaire dienst. Een vriendje van me ging bij de Belastingdienst werken en hoefde daarom niet in militaire dienst. Hij wees me op een opleiding voor belastinginspecteur en dat trok me wel. Ik moest na de opleiding toch in militaire dienst, maar ben daarna een jaar of veertig bij de Belastingdienst blijven hangen en heb de meeste klussen daar met veel plezier gedaan (maar ik heb nooit een aanslag opgelegd).

    O ja, die kinderen. Die kwamen er omdat het in beide relaties een wens en vanzelfsprekendheid was. Daar is geen bedrijfseconomische of andere rationele afweging bij te pas gekomen. Het idee om kinderen te krijgen gaf ons een fijn gevoel. 

    Of het nu kleine of grote keuzes zijn, het is eigenlijk allemaal gevoel en je hoofd zit erbij om het een beetje in de gaten te houden. 

    Er zijn enthousiastelingen over intuïtie zoals de FLOW en er zijn mensen die de gevaren van het leunen op intuïtie te groot vinden zoals Daniel Kahneman 4) die aantoonde dat veel van de intuïtieve beslissingen van managers onjuist bleken en rechtspsycholoog Harald Merckelbach die zegt dat intuïtie meer kapot maakt dan je lief is 5). Toen we het laatst over intuïtie hadden zei een vriend van mij: 

    “ Vertrouwen op intuïtie is onzin; dat voel ik aan mijn water”. 

    ———————-

    1)Huisarts Erik Stolper, gepromoveerd op het pluis/niet-pluisgevoel, in Tijdschrift Filosofie 18 augustus 2023

    2)Ap Dijksterhuis. Het slimme onbewuste. 1e druk 2007

    3)Ik gebruik verder AI als afkorting omdat ik bij KI direct aan kunstmatige inseminatie moet denken.

    4)Daniel Kahneman. Ons feilbare denken. 1e druk 2011

    5)Harald Merkelbach. Intuïtie maakt meer kapot dan je lief is. 2017

    O O O O O O O O O O

    Foto: Barby Dalbosco op unsplash.com

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

    Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; je kunt daar ook alle voorgaande berichten bekijken.

  • 64. Smaken verschillen

    OVER DE MUZIKALE SMAAKONTWIKKELING IN DE LEVENSLOOP

    Gisteren was het precies vijf jaar geleden dat ik naar het TV-programma Beste Zangers zat te kijken. Van Floor Jansen en Henk Poort had ik nog nooit gehoord. Het was de laatste aflevering van het seizoen en de eerste keer dat ik naar het programma keek. Maar toen zij dit lied zongen werd ik gelijk overweldigd: “Wat is dit; wat gebeurt hier?’ vroeg ik mijzelf af. Het was het begin van een heel nieuwe episode in mijn muzieksmaak.

    Smaken verschillen dus blijkbaar niet alleen tussen mensen onderling maar ook in het leven van de mens en dat wordt door de wetenschap ook wel gezien. Zo wordt er wel een onderscheid gemaakt naar verschillende fasen waarbij je na wat je tot je puberteit hebt meegekregen overgaat naar een heftige periode die zou horen bij het opstandige tegenover de vorige generatie dat bij de puberteit hoort. Wanneer dat wat is uitgewoed komt een moderne periode die meer wordt bepaald door de sociale contacten in vriendenkringen en bij het uitgaan. En dan komt, ongetwijfeld na een midlifecrisis, een verfijndere periode, een levensfase waarin “intellect, status en emotionele volwassenheid” belangrijker worden. Maar de ouderen worden weer wat minder pretentieus en lijken dan weer voor wat gemakkelijker kost te gaan. 1) De smaken in je leven veranderen, hoewel andere wetenschappers stellen dat de smaak ook afhangt van je persoonlijkheid en dat die redelijk stabiel kan zijn. 2)

    Met de paplepel

    Bij ons thuis werd vroeger op de zondagmiddag via de draadomroep (de Amsterdamse kabelradio) vaak naar het radioprogramma Opera en Belcanto van de BRT geluisterd en later naar het programma Het puik van zoete kelen van de VARA. En door de week waren er de Arbeidsvitaminen (bij ons dus ter ondersteuning van de huishoudelijke arbeid). Een verscheidenheid aan muziek dus. Van die klassieke uitzendingen staat mij niets meer bij, maar wel van de lichtere muziek, zoals van bijvoorbeeld Paul Anka, Neil Sedaka, Roy Orbison, Ricky Nelson en Chubby Checker en ik doe al jaren mijn best om Love Letters in the Sand van Pat Boone net zo mooi te zingen als hij, maar dat is nog niet gelukt.

    Toen ik zo’n kristalradiootje had kreeg ik daarop alleen Hilversum 1 goed en ik luisterde in bed op de zaterdagavond naar het begin van “Wij luiden de zondag in”, waarin altijd het Ave Verum van Mozart werd gedraaid. (Daarna kwam Dr. Trimbos met zijn serie Gehuwd en Ongehuwd over sexuele problemen in katholieke relaties, maar ik behoorde denk ik (nog) niet tot de doelgroep, ik viel snel in slaap). Dat vond ik prachtig; nu ook nog.

    De eerste golf: pop

    Een jaar later, 1962, kocht ik van het geld van een vakantiebaantje mijn eerste echte radio. Ik luisterde op zondagavond altijd naar Radio Luxemburg en die gaf dan om 11 uur de Engelse top 20. En in 1963 begon het: de volgende fase van lichte muziek. Met From Me to You en Please Please Me kwamen de Beatles bij mij binnen. Wat een frisheid, vrolijkheid en energie. En ze zouden met al die hits daarna nooit meer weg gaan en ik hoor ze nog vaak, ook al omdat mijn jongste dochter nu successievelijk alle Beatles-albums op Spotify afdraait. Ik kocht ze destijds allemaal, liet mijn haar groeien en had zelfs een kraagloos Beatles-jasje. Het had volgens mij niets te maken met afzetten tegen een vorige generatie, het was pure levenslust.

    Ik kocht in die jaren ondertussen ook af en toe een klassieke plaat. In mijn puberteit vroege symfonieën van Mozart, een vioolconcert van Brahms en de Pastorale van Beethoven. En ik kocht toen ook nog een LP van de jazz-pianist Errol Garner. Maar ik luisterde toch vooral naar pop, met in latere jaren heel veel anderen, onder meer David Bowie en Elton John. En dat is eigenlijk altijd wel de hoofdmoot geweest totdat ik kennismaakte met een volgend muziekgenre. Was het behoefte aan verfijning?

    De tweede golf: minimal music

    Het was begin jaren ’90. Ik zat naar een film te kijken die alleen beeld en muziek had. Een film met afwisselend snelle en langzame beelden van natuur en steden en snelle en langzame muziek. De film beschrijft de relatie van de mens met de natuur en de titel, Koyaanisqatsi, is indiaans voor “leven uit balans”. De componist van de filmmuziek was  Philip Glass. Het is een intrigerende, beklemmende film met idem muziek, met een aaneenschakeling van veelvuldig herhaalde simpele muzikale frasen. Hieronder de trailer van Koyaanisqatsi.

    Een schepje er bovenop in mijn waardering voor deze muziek werd gedaan door de film (The) Hours uit 2012, met Meryl Streep, Nicole Kidman en Julienne Moore; bepaald geen lichte kost, maar één van de mooiste films die ik ooit heb gezien. Nadat we (mijn geliefde en ik) de film op TV hadden gezien hebben we meteen de DVD gekocht. Ook in (The) Hours was de muziek van Philip Glass. Ik ontdekte dat er ook een pianoversie was van de composities in deze film en sindsdien speel ik deze heel vaak. Van deze film hieronder de openingsminuten.

    De derde golf: symphonic metal

    Of eigenlijk moet ik zeggen: Nightwish. Toen ik Floor Jansen en Henk Poort had gehoord ben ik op internet gaan zoeken naar de band waarin Floor Jansen “frontvrouw” is sinds 2012 en sinds ik Nightwish vijf jaar geleden heb gehoord heb en gezien op Youtube in live-optredens, ben ik daar min of meer verslaafd aan geraakt. Nightwish is een Finse band die vaak een combinatie maakt van stevige rock met prachtige melodische lijnen die Floor Jansen met haar stem daar dan overheen legt. Floor Jansen zingt in operastijl, als een rock-chick of als een popzangeres, doet soms ook nog aan een partijtje grunchen en maakt de meest vloeiende overgangen tussen kopstem en borststem. Ik ben er nog niet aan toegekomen om naar andere symphonic metal-muziek te luisteren dan van Nightwish. En ben nog steeds niet van de verbazing bekomen dat ik nog zo intens kan genieten en geëmotioneerd kan raken van een genre dat ik nooit eerder had beluisterd. Ik ben daar blijkbaar niet de enige in, gelet op reacties die ik op Youtube aantrof onder de video van Ghost Love Score:

    • “I just discovered Nightwish. I’m 70+ and never heard your music before. I’m devastated that I missed it all these years. Beautiful.”
    • “One video, one song has totally changed my view of what genre of music I prefer.”
    • “Here I am … 79 years old and just found this two days ago. I can die now, having heard the best music in the world.“

    En dan is natuurlijk de vraag of dit de verfijndere periode is of dat ik al in de minder pretentieuze fase zit. Daar ben ik nog niet uit.

    Hieronder drie video’s van Nightwish, de eerste is één van de rustigste, de tweede raad ik niet aan als je zo nog een dutje wil doen. De derde is de door mij meest afgespeelde video Ghost Love Score.

    Sleeping Sun

    Romanticide (met prachtige gitaarsolo, drummer goed bezig en ook zang van de bassist)

    Ghost Love Score (op Youtube met Floor Jansen 60 miljoen keer bekeken en ook nog eens rond de 30 miljoen keer gespeeld in zogenaamde reactievideo’s, waarin Ghost Love Score wordt becommentarieerd)

    PS. O ja, ik zing dus bij het Koninklijk Haarlems Mannenkoor, met prachtige mannenkoormuziek die mij in die samenzang vaak kippenvel bezorgt. Volgend jaar, over 53 weken, geven we een concert met Weense klanken. Ik verheug me nu al op dat concert, zeker sinds ik op Youtube een Weens mannenkoor An der schönen blauen Donau hoorde zingen. Ik zou zeggen, of het nu jeugdsentiment, verfijning of verminderde pretentie is, het wordt sowieso een prachtig concert voor jong en oud. Hoort, zegt het voort en noteer maar vast in je agenda van volgend jaar:

                     zondagmiddag 19 oktober 2025

                in de Grote Zaal van de Phil in Haarlem

    PPS. Vertel gerust wat over je eigen muzikale ontwikkeling als reactie, misschien krijgen andere lezers of ik daardoor een nieuwe golf.

    PPPS. Op de avond vóór het concert met het koor zingt uitgerekend Floor Jansen in de Phil in Haarlem; ga ik heen.

    ____________________

    1)Music through the ages: Trends in musical engagement and preferences from adolescence through middle adulthood. Cambridge 2013.

    2)Professor Tom ter Bogt, hoogleraar popmuziek in Utrecht: “Je blijft meestal in de stroom die je tijdens je vroege adolescentie al interessant of leuk vindt. Dit betekent dat je wel van favoriete artiest kunt wisselen, maar je blijft dezelfde type muziek leuk vinden. Er is echter één uitzondering en dat is dat met name wanneer je ouder wordt, je gevoeliger wordt voor klassiek en jazz”. (Interview met professor Dr. ter Bogt Quest 31 Mei 2019)

    O O O O O O O O O O O

    Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

    Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; je kunt daar ook alle voorgaande berichten bekijken.