54. Voetbalspecial deel I, fan zijn en voetbaltaal

OVER FAN ZIJN EN PRATEN OVER VOETBAL

Voor de liefhebber ter gelegenheid van het komende Europese kampioenschap voetbal mannen

De laatste voetbalwedstrijd die ik zag was de finale van de Champions League die net een paar uur geleden is afgelopen en, niet verrassend, gewonnen werd door Real Madrid. Het zal dik 65 jaar geleden zijn dat ik voor het eerst een echte voetbalwedstrijd heb gezien. In 1958 heeft mijn oom Victor mij een keer meegenomen naar een thuiswedstrijd van Ajax. Ajax won en toen ook de tweede keer dat ik meeging Ajax de winnaar bleek, werd ik vanaf dat moment een jaar of twee altijd meegenomen als mascotte. Met succes, Ajax werd in 1959 en 1960 kampioen.

Suikerspin en broekje trekken

Ik kan me nog veel namen herinneren, voetballers die ik daar heb zien spelen. Uiteraard de Ajacieden Sjakie Swart en Pietje Keizer, Henk en Kees Groot, Bennie Muller, Co Prins. Die laatste maakte vaak effectieve overtredingen. Als een speler hem was gepasseerd rende hij er achteraan en trok dan aan het broekje van zijn tegenstander. Er waren nog geen gele en rode kaarten en ook geen voordeelregel, de scheidsrechter floot dan altijd en Ajax kon hergroeperen. 

En ik herinner me Wim Bleijenberg die drie doelpunten maakte in de beslissingswedstrijd om het landskampioenschap in 1960, in een vol Olympisch Stadion. Tegen Feijenoord (5-1) en het was mooi weer.

Oom Victor schreef ook voor de krant en ik mocht na afloop van de wedstrijd een paar keer mee met hem mee naar de kantine waar de spelers na het douchen nog wat kwamen drinken. De spelers waren allemaal keurig gekleed, maar wat me opviel was hoe klein sommige voetballers waren. Maar misschien maakten de opgedirkte spelersvrouwen nog wel de meeste indruk, ze waren ook klein maar hadden allemaal hun haren toch wel een centimeter of dertig opgestoken waardoor zij met dit “suikerspinkapsel” boven hun mannen uitstaken. 

Fan van voetbal

In de studententijd keek ik vaak met studiegenoten naar wedstrijden van Ajax. Op TV, bij Peter van Bueren, filmcriticus, maar meer nog Ajax-fan, thuis. Bij hem hebben we de beroemde wedstrijd tegen Liverpool gezien, het begin van de internationale roem van Ajax. De mensen thuis, de TV-verslaggever en het grootste deel van het publiek, konden door de dikke mist in het Olympisch Stadion niet zien dat er een doelpunt werd gemaakt, maar concludeerden aan het gejuich dat achter het doel van de tegenstander moest zijn opgestegen dat er weer één in zat. Uiteindelijk ook 5-1. Je kon er niets van zien, maar deze wedstrijd en het ongeloof over deze prestatie van Ajax zal nooit uit mijn geheugen verdwijnen. 

Ik ben meer een fan van het voetbal, dan fan van een club, ondanks dat ik Ajax “mijn club” noem. Als er bij Ajax of het Nederlands elftal wordt verloren komt er bij mij al snel een berusting. Een koorgenoot vroeg mij of ik het niet moeilijk had met de slechte periode van Ajax nu. Ik zei: “Ik ben een mooi-weerfan, als het goed gaat razend enthousiast en als het niet goed gaat, nou dan is dat voetbal gewoon maar een spelletje”. Zijn reactie: “Nou, dat is een verstandige benadering, zo blijf je een blijmoedig mens”.  

Praten over voetbal

Trainers spreken vóór en na de wedstrijden vaak voor de camera en hebben daar zo hun eigen taaltje. René Hake van Go Ahead gaf commentaar op een wedstrijd die ze gewonnen hadden, nadat ze eerst op achterstand stonden. Het was niet de eerste keer dat zijn team dat had geflikt: “We hebben wel meer potjes omgedraaid”. 

En soms wordt er bewust omheen gedraaid. Het grote orakel Johan C. eens zei “Als ik zou willen dat je het begreep, zou ik het beter hebben uitgelegd.” En Louis van Gaal was een meester in het stellen van tegenvragen, zoals deze inmiddels klassieke: “Waarom stel je die vraag? Ben ik nou zo slim of ben jij zo dom!”

Het zijn niet de eerste de besten die ook over voetbal praten (en schrijven). Jean-Paul Sartre, schrijver en filosoof uit de vorige eeuw, zei eens dat voetbal een model of een metafoor was voor het leven. Een andere filosoof heeft, net als René Hake, een “potje omgedraaid”. Hij zei dat het omgekeerd was: het leven is een model of een metafoor voor voetbal; de schoonheid van het leven vinden we terug in het voetbal. Wat dat betreft kunnen we veel verwachten van de nieuwe trainer van Ajax, Franscesco Farioli; hij is filosoof en heeft die omdraaiing een jaar of tien geleden opgeschreven in zijn afstudeerscriptie.

Voetbal is poëzie

Van publiekszijde is er soms (ook) schoonheid te horen. Excelsior moest op 12 april winnen van Volendam om de kans op degraderen te verkleinen (“weg uit de gevarenzone”). Dus “het is er op of eronder”, kon ook uit de mond van een interviewer van de NOS worden opgetekend. De supporter met wie hij in gesprek was reageerde met een prachtig gedicht met beginrijm. Hij zei:

“Do or

 die, 

D-Day 

dus”.

Jammer dat we van deze cultuuruitingen straks geen getuige meer kunnen zijn, als de publieke omroep geen sport meer mag doen.

Dan missen we trouwens ook Diederik Smit. Ik heb nog nooit zo gelachen over het programma van Lubach als bij deze aflevering. Prachtige voetbaltaal geprojecteerd op een schaap dat op 3 februari 2024 per ongeluk op een voetbalveld terechtkomt (vanaf 5min10).

Volgende week deel II over het juichen en het gemeenschapsinstinct

_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _

Foto: http://www.nicepng.com

Reacties zijn van harte welkom; je kunt ze hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

Vind je dit berichten leuk, aarzel dan niet het door te sturen aan anderen. Op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten.

Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle 53 eerder verschenen berichten.

9 reacties op “54. Voetbalspecial deel I, fan zijn en voetbaltaal”

  1. Jan Sierhuis Avatar

    Ik ben geboren in de Jan Bertstraat in Diemen bij mijn grootouders thuis, onder de rook van de Meer. Als Ajax scoorde bij een thuiswedstrijd hoorde je het gejuich in de woonkamer als je daar op visite was. Zelf heb ik tot de junioren A1 op het veld gestaan. Aangezien ik de medemens over het algemeen niet zo hoog heb zitten kan ik wel meegaan in de theorie dat de wedstrijden een afspiegeling van de maatschappij zijn. Na een wedstrijd AZ – Roda JC was mijn scheldwoordenboek aardig gevuld in ieder geval. Net als met politiek kan ik niet zoveel met voetbal. Je bovenstaande stuk heb ik echter wel met plezier gelezen. Welkom terug, WP is weer een stukje leuker geworden.

    Like

    1. Jan Koet Avatar

      Dank voor je reactie, Jan

      Ik heb rond mijn veertigste een paar jaar in Diemen-Noord gewoond. Daar kon ik ook op gehoor een wedstrijd volgen. Mijn ouders woonden toen op de tiende etage in Diemen-Centrum en van daar uit konden we de Arena zien verrijzen. Daar ben ik nog één keer naar een wedstrijd van Ajax wezen kijken met mijn zoon. Wij hadden allebei geen behoefte om dat te herhalen. Het kijken naar voetbal is daarna dus beperkt gebleven tot de TV. Dan mis je wel veel, bijvoorbeeld dat schelden, maar dat mis ik dus niet.

      Met veel mensen samen zijn gebeurt bij mij nog wel, op kleinere schaal, als ik naar concerten ga, als bezoeker, zoals jij in Alkmaar, of als zanger in het koor.

      Ik kan het je aanraden eens te kijken bij een koor, zoals bij het koor waar ik op zit, mannenkoor Zang en Vriendschap, in de Jansstraat 74 in Haarlem. Je kunt bij ons altijd terecht om te kijken en luisteren bij een repetitie.

      Groeten,

      Jan

      Like

  2. hvanderputten Avatar
    hvanderputten

    Jan , leuk dat je weer begonnen bent!!

    ik ben geen voetbalfan n m’naar ga je de komende tijd wel volgen !!

    Hans van der Putten

    Like

  3. wgvdveer@hetnet.nl Avatar
    wgvdveer@hetnet.nl

    Fijn Jan dat je weer bent gaan schrijven.

    Jammer dat wij elkaar niet ontmoeten, tijdens de repetities.

    Over veel onderwerpen zou ik best wel even van gedachten willen wisselen.

    Succes met schrijven en tot ziens.

    Hart-groet,

    Wouter

    Like

    1. Jan Koet Avatar

      Als er meer mensen zijn die daar een keertje over willen praten kunnen we toch wat regelen? Zou ik je bericht als een soort verzoek daartoe kunnen zien?

      Like

      1. Wouter van der Veer Avatar
        Wouter van der Veer

        Dag mag Jan. Ik organiseer met anderen in Utrecht ook een soort dialogentafel. De tafel in de Bieb. Bieb staan dan voor Bibliotheek. Verschillende onderwerpen die de deelnemers zelf aandragen.

        Over het voetbal kunnen we natuurlijk altijd praten. Maar ik bedoelde meer de onderwerpen die je in je brieven behandelden.

        Ik hoor het wel.

        Hart-groet,

        Wouter

        Like

  4. Evert Avatar
    Evert

    Tja…. Hoe hierop te reageren… Terwijl ik dit inklop treft niet ver bij mij vandaan Excelsior thuis NAC (of is het NEC) in de play-offs. Nooit echt begrepen waartoe die dienen. Laat nr 1 van de eerste divisie gewoon promoveren en nr. Laatst van de eredivisie een diviesietje zakken.

    Maar goed..

    ik woon in de enige stad in Nederland die maar liefst drie clubs in de eredivisie heeft rondlopen. Keuze te over dus. Maar ik vind het moeilijk om te kiezen. Luxeprobleem waarschijnlijk. Plus: ik heb gewoon niets meer met voetbal. Stem er niet op af. Bemoei mij er niet mee. Maar als Feyenoord Ajax treft of omgekeerd dan leef ik toch de volgende dag mee -een beetje….

    Like

    1. Jan Koet Avatar

      Rotterdam zou er goed aan doen zich te beperken tot één club in de Eredivisie. Excelsior gaat geloof ik het goede voorbeeld al geven. Kleine toelichting: de successen van Ajax kwamen er met name nadat Blauw-Wit en DWS/ FC Amsterdam ter ziele waren gegaan. Dan hoe jij ook niet meer te kiezen.

      Like

  5. jacquesklters Avatar
    jacquesklters

    Prachtig stuk Jan! De wedstrijd in de mist herinner ik me ook nog heel goed. Bill Shankly de trainer van Liverpool had voor de wedstrijd al laten weten dat Ajax geen schijn van kans had. Het was de eerste repetitie van cabaret Don Quishocking in een zaaltje van de kerk in de Rijnstraat. Ik kon dus niet kijken helaas. Na afloop fietste ik naar huis en zag wat mannen lopen in de mist. Hoeveel is het geworden? Riep ik. 5 – 1 was het antwoord. Dat is wel een heel slechte uitslag dacht ik, we hebben flink op onze flikker gekregen! Pas thuis hoorde ik van mijn broer dat het nu juist Ajax was geweest die de dreun had uitgedeeld.

    Overigens was jouw medestudent Peter van Bueren nog geen filmcriticus in die tijd. Hij moest eerst nog cabaretrecensent worden.

    Goede groet!

    Jacques Klöters

    Like

Geef een reactie op wgvdveer@hetnet.nl Reactie annuleren