
OVER FAN ZIJN EN PRATEN OVER VOETBAL
Voor de liefhebber ter gelegenheid van het komende Europese kampioenschap voetbal mannen
De laatste voetbalwedstrijd die ik zag was de finale van de Champions League die net een paar uur geleden is afgelopen en, niet verrassend, gewonnen werd door Real Madrid. Het zal dik 65 jaar geleden zijn dat ik voor het eerst een echte voetbalwedstrijd heb gezien. In 1958 heeft mijn oom Victor mij een keer meegenomen naar een thuiswedstrijd van Ajax. Ajax won en toen ook de tweede keer dat ik meeging Ajax de winnaar bleek, werd ik vanaf dat moment een jaar of twee altijd meegenomen als mascotte. Met succes, Ajax werd in 1959 en 1960 kampioen.
Suikerspin en broekje trekken
Ik kan me nog veel namen herinneren, voetballers die ik daar heb zien spelen. Uiteraard de Ajacieden Sjakie Swart en Pietje Keizer, Henk en Kees Groot, Bennie Muller, Co Prins. Die laatste maakte vaak effectieve overtredingen. Als een speler hem was gepasseerd rende hij er achteraan en trok dan aan het broekje van zijn tegenstander. Er waren nog geen gele en rode kaarten en ook geen voordeelregel, de scheidsrechter floot dan altijd en Ajax kon hergroeperen.
En ik herinner me Wim Bleijenberg die drie doelpunten maakte in de beslissingswedstrijd om het landskampioenschap in 1960, in een vol Olympisch Stadion. Tegen Feijenoord (5-1) en het was mooi weer.
Oom Victor schreef ook voor de krant en ik mocht na afloop van de wedstrijd een paar keer mee met hem mee naar de kantine waar de spelers na het douchen nog wat kwamen drinken. De spelers waren allemaal keurig gekleed, maar wat me opviel was hoe klein sommige voetballers waren. Maar misschien maakten de opgedirkte spelersvrouwen nog wel de meeste indruk, ze waren ook klein maar hadden allemaal hun haren toch wel een centimeter of dertig opgestoken waardoor zij met dit “suikerspinkapsel” boven hun mannen uitstaken.
Fan van voetbal
In de studententijd keek ik vaak met studiegenoten naar wedstrijden van Ajax. Op TV, bij Peter van Bueren, filmcriticus, maar meer nog Ajax-fan, thuis. Bij hem hebben we de beroemde wedstrijd tegen Liverpool gezien, het begin van de internationale roem van Ajax. De mensen thuis, de TV-verslaggever en het grootste deel van het publiek, konden door de dikke mist in het Olympisch Stadion niet zien dat er een doelpunt werd gemaakt, maar concludeerden aan het gejuich dat achter het doel van de tegenstander moest zijn opgestegen dat er weer één in zat. Uiteindelijk ook 5-1. Je kon er niets van zien, maar deze wedstrijd en het ongeloof over deze prestatie van Ajax zal nooit uit mijn geheugen verdwijnen.
Ik ben meer een fan van het voetbal, dan fan van een club, ondanks dat ik Ajax “mijn club” noem. Als er bij Ajax of het Nederlands elftal wordt verloren komt er bij mij al snel een berusting. Een koorgenoot vroeg mij of ik het niet moeilijk had met de slechte periode van Ajax nu. Ik zei: “Ik ben een mooi-weerfan, als het goed gaat razend enthousiast en als het niet goed gaat, nou dan is dat voetbal gewoon maar een spelletje”. Zijn reactie: “Nou, dat is een verstandige benadering, zo blijf je een blijmoedig mens”.
Praten over voetbal
Trainers spreken vóór en na de wedstrijden vaak voor de camera en hebben daar zo hun eigen taaltje. René Hake van Go Ahead gaf commentaar op een wedstrijd die ze gewonnen hadden, nadat ze eerst op achterstand stonden. Het was niet de eerste keer dat zijn team dat had geflikt: “We hebben wel meer potjes omgedraaid”.
En soms wordt er bewust omheen gedraaid. Het grote orakel Johan C. eens zei “Als ik zou willen dat je het begreep, zou ik het beter hebben uitgelegd.” En Louis van Gaal was een meester in het stellen van tegenvragen, zoals deze inmiddels klassieke: “Waarom stel je die vraag? Ben ik nou zo slim of ben jij zo dom!”
Het zijn niet de eerste de besten die ook over voetbal praten (en schrijven). Jean-Paul Sartre, schrijver en filosoof uit de vorige eeuw, zei eens dat voetbal een model of een metafoor was voor het leven. Een andere filosoof heeft, net als René Hake, een “potje omgedraaid”. Hij zei dat het omgekeerd was: het leven is een model of een metafoor voor voetbal; de schoonheid van het leven vinden we terug in het voetbal. Wat dat betreft kunnen we veel verwachten van de nieuwe trainer van Ajax, Franscesco Farioli; hij is filosoof en heeft die omdraaiing een jaar of tien geleden opgeschreven in zijn afstudeerscriptie.
Voetbal is poëzie
Van publiekszijde is er soms (ook) schoonheid te horen. Excelsior moest op 12 april winnen van Volendam om de kans op degraderen te verkleinen (“weg uit de gevarenzone”). Dus “het is er op of eronder”, kon ook uit de mond van een interviewer van de NOS worden opgetekend. De supporter met wie hij in gesprek was reageerde met een prachtig gedicht met beginrijm. Hij zei:
“Do or
die,
D-Day
dus”.
Jammer dat we van deze cultuuruitingen straks geen getuige meer kunnen zijn, als de publieke omroep geen sport meer mag doen.
Dan missen we trouwens ook Diederik Smit. Ik heb nog nooit zo gelachen over het programma van Lubach als bij deze aflevering. Prachtige voetbaltaal geprojecteerd op een schaap dat op 3 februari 2024 per ongeluk op een voetbalveld terechtkomt (vanaf 5min10).
Volgende week deel II over het juichen en het gemeenschapsinstinct
_ _ _ _ _ _ _ _ _ _ _
Foto: http://www.nicepng.com
Reacties zijn van harte welkom; je kunt ze hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.
Vind je dit berichten leuk, aarzel dan niet het door te sturen aan anderen. Op de website http://www.dewereldenvanjan.blog kan iedereen zich aanmelden door zijn mailadres daar achter te laten.
Op http://www.dewereldenvanjan.blog vind je ook alle 53 eerder verschenen berichten.
Geef een reactie op Jan Sierhuis Reactie annuleren