63. Wie ben ik?

OVER IDENTITEIT

Van de week hield één van de gezinsleden een oud kledingstuk omhoog en ik vroeg: “Doe je dat nog aan?”. Antwoord: “Nee, dat is toch niet meer wie ik ben?!”

Ik moest daar toch even over denken, ik had altijd het idee dat identiteit iets is dat je je leven lang meedraagt. In de bureaucratische wereld wordt ieders naam en voornamen, geboorteplaats en -datum gekoppeld aan een bepaald lichaam, waarvan de vingerafdruk tegenwoordig wordt vastgelegd, alles oproepbaar via het BurgerServiceNummer. En, ja, er zijn veranderingen die je op je achtereenvolgende paspoorten kunt waarnemen zoals je veranderende gezicht, misschien ben je wat gekrompen en je kunt ook een geslachtswijziging hebben ondergaan. Maar je blijft toch dezelfde persoon voor de overheid.

Ik vroeg me af of ik van mezelf kan zeggen dat er altijd maar één en dezelfde Jan is geweest. En wat de wetenschap over identiteitsveranderingen zegt. En dan hebben we het over een sociale identiteit, hoe sta je in de maatschappij, in je omgeving.

Om met dat laatste te beginnen. Volgens de Belgische psycholoog Paul Verhaege is onze identiteit “geen diep verborgen, onveranderlijke kern, integendeel. Ze is veeleer een verzameling van ideeën die de buitenwereld op ons lijf geschreven heeft. We krijgen van alles voorgeleefd en leven daarnaar.“ 1)  

Je identiteit wordt dus gevormd door de beelden die je hebt over jezelf in relatie tot de buitenwereld en de wijze waarop je invulling aan die relatie geeft. En dat kan in de loop van je leven veranderen. De schrijfster Marjon Bloem laat zien 2) dat verhuizen naar een ander land met een andere cultuur ook identiteitsvragen en -veranderingen met zich kan meebrengen.  En de Grieken vroegen zich vergelijkenderwijs al af of een schip waarvan je geleidelijk alle onderdelen hebt veranderd nog steeds hetzelfde schip is, waarop Plato dan op de proppen kwam met een onveranderlijke ziel.

Misschien één van mijn eerste herinneringen gaat over het einde van het eerste schooljaar op de lagere school. Op de laatste schooldag komt de bovenmeester langs en reikt een prijs uit aan de beste leerling. Mijn broer, drie klassen hoger, kreeg altijd een prijs, dus dacht ik dat ik er ook wel een zou krijgen, ik was vast wel de beste van de klas en misschien ook wel de braafste. Maar voordat hij de naam van de gelukkige zou uitspreken zag ik al aan de stand van zijn lippen dat het niet “Jan” zou worden. Hij ging een fout ging maken dacht ik. Maar het was geen fout. Het was echt de bedoeling dat ene “Jos” (het was Jos Boekholt) de prijs zou krijgen.

Ik heb mij daarna niet meer zo bezig gehouden met prijzen. Maar bij ons thuis werden de schoolprestaties denk ik erg belangrijk gevonden. Mijn broer en ik zaten op dezelfde middelbare school, hij op het Gymnasium en ik op de HBS.  Mij staat bij dat mijn broer ook toen nog veel prijzen kreeg. Over die prijzen zelf was ik niet jaloers; de laatste die mijn broer kreeg was: “Maria in mijn leven”. Daar zou ik echt niet harder voor gaan leren. Ik denk dat bij mijn identiteitsbeeld slimheid nog steeds wel een belangrijke factor was, maar ik ging er wel van uit dat mijn broer toch beter was.

Een half leven later was het eigenlijk nog steeds zo dat slimheid, uitmondend in het brengen van ideeën en misschien ook wel eigenzinnige betweterigheid, voor mijzelf een hoofdrol speelde. Als een beoordelingsformulier in de algemene beschrijving begon met: “Jan Koet is een aardige man” dacht ik meteen: maar daar gaat het toch niet om?! Maar ondertussen, in al die jaren, is mij wel duidelijk geworden hoezeer ik, in mijn eigenwijsheid, toch gewaardeerd wil worden en erbij wil horen.

Vanaf mijn 50e belandde ik in adviesrollen en heb ik kleinere projecten gedaan, nadat mij duidelijk was geworden dat ik het beste tot mijn recht kom in kleinere settings en zeker niet in de eerste plaats als “baas”. In de jaren daarvoor deed ik grote projecten waar soms honderden mensen aan werkten en heb ik een paar jaar leiding gegeven aan kantoren met 200 tot 300 medewerkers. En in die positie verloor ik vaak het contact met de groep en met mezelf, enerzijds in te grote dadendrang bij wind mee en anderzijds met een neiging om me terug te trekken bij tegenwind en tegenspraak. Mijn identiteit verschoof van manager naar adviseur, van iemand die ergens boven staat naar collega.

De overgang van grote projecten met meer afstand naar kleinschaliger werk in menselijke maat liep parallel met de overgang van Part I van mijn privéleven naar Part II, waarover ik eerder schreef. En in dat tweede deel van mijn leven kregen de contacten die ik had meer diepgang, zo ervaar ik dat althans, en doe ik dingen die beter bij me passen, zoals het samen met een mede-zanger van het koor organiseren van kleinschalige concerten met een meditatief tintje, meer tijd voor gezin en vrienden en schrijf ik stukjes als deze die over het leven gaan. 

Pas geleden kreeg mijn identiteitsbeeld weer even een duwtje. Ik kwam video-opnames tegen die waren gemaakt bij mijn afscheid van de Belastingdienst en schrok van wat daar over me werd gezegd: eigengereid, drammerig, onbegrijpelijke standpunten, Einzelgänger en ik zou een “eigen agenda” gehad hebben. Ik dacht: hadden jullie dat nou niet wat positiever kunnen zeggen? Ik wist best dat zo’n afscheid de uitgelezen gelegenheid is om iemand achteraf een spiegel voor te houden, en dat dit het laatste rapport was dat ik bij leven zou krijgen, waar dan best wat relativering in mag zitten. Maar ik vond het niet zo leuk en vertelde dat aan mijn huisgenoten. Gelukkig zei één van mijn kinderen, die ook bij dat afscheid aanwezig waren: “Maar papa, het was wel duidelijk dat ze van je houden”. En toen had ik weer vrede met mijn identiteit.

__________________

  1. Paul Verhaeghe. Identiteit (2014) 
  2. Onder meer in Marjon Bloem. Indo (2020)

O O O O O O O O O O O

Fotocompilatie: Jan

Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; je kunt daar ook alle voorgaande berichten bekijken.

Één reactie op “63. Wie ben ik?”

  1. Niek Bakker Avatar
    Niek Bakker

    Weer een leuk verhaal en een openhartige inkijk in Jan als mens, collega, broer enz…

    Dank voor die openheid.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Niek Bakker Reactie annuleren