
OVER DIE MANNEN DIE NAAR SANTIAGO DE COMPOSTELA GINGEN
De allereerste avond van onze reis waren we in Winssum. Tevreden na die eerste etappe hebben we lekker gegeten met een biertje erbij en toen gingen we ook nog biljarten. Dat heb ik vroeger veel gedaan, bijvoorbeeld met klasgenoten op de middelbare school als we geen zin hadden in de laatste uren in de middag. Evert had heel weinig ervaring in het met een stuk hout tegen een biljartbal aan stoten. Maar hij heeft toen moe, met drank op en nauwelijks ervaring wel een serie van negen caramboles 1) gemaakt, iets dat mij in al die jaren niet was gelukt. Ik heb dat nog wel heel vaak moeten horen. Een stukje competitie waarin ik dus de verliezer was.
Meer competitie
Boeddha Evert liep in een zodanig tempo dat ik hem altijd wel in het vizier had. De volgorde was in de regel: Evert, flink stuk daarachter Boeddha-Evert en ik niet ver daarachter.
Evert liep vooral klimmend en op het vlakke sneller. In de afdaling kwam ik op stoom, mede omdat ik me op wat steilere weggetjes gewoon niet afrem, zonde van de snelheid. En als ik dan een keer aan het eind van de dag of op onze afgesproken rustplek als eerste aankwam voelde dat voor mij als een grote overwinning en was ik vervuld van trots.
Het was ook een spelletje. Er was een keer een korte afdaling gevolgd door een korte klim. Vóór de afdaling verraste ik Evert met een versnelling en ik kreeg snel 20 meter te pakken. Bij het stijgen wist ik dat Evert zou inlopen. Een dampende en briesende stoommachine hoorde ik achter mij steeds dichterbij komen, ik liet hem tot een meter of vier bij me komen, waarop ik, notabene in een stijging, ging versnellen en weer wat op hem uitliep. Evert kwam nog een keer dichterbij en ik kon nog een keer versnellen en toen waren we boven en bleef ik doorgaan in een hoog tempo. Een half uur later ging ik rusten en toen duurde het nog zeker tien minuten voordat de twee Everts zich bij mij voegden.
Voorop of in de lucht
Het moet vaker zijn gebeurd dat ik vooraan liep, want Boeddha-Evert schreef in zijn aantekenboekje: “Met trots, gepast of ongepast, meldde Jan dat zijn laatste vijf kilometers in 51 minuten gingen. Hij heeft beste loopdagen, gisteren en vandaag. Met soepele tred veert hij voor ons uit nu hij zijn vorm gevonden heeft.”
Ook vertelde Evert een keer dat hij mij een stukje boven de grond had zien lopen. Ik vertelde op de tweede wandeldag, toen we van Winssum naar Pieterburen liepen, dat ik, al wandelend, van 10 tot half elf mij meditatief zou verbinden met mijn meditatievrienden, want dat deden we toen elke zondagochtend. En na afloop kreeg ik die reactie van Evert, terwijl ik toch echt bij elke stap één voet op de grond had!
Communicatie
Sinds Boeddha Evert zich bij ons had gevoegd, is het nooit meer gebeurd dat we elkaar kwijt waren. Op de een of andere manier waren we steeds bij elkaar of hadden we duidelijke afspraken gemaakt over waar we elkaar weer zouden treffen. Maar de laatste dag dat we samen liepen ging het toch niet helemaal goed. Het zou de tocht zijn waar we de Pyreneeën over zouden steken naar het Spaanse Roncesvalles en dan zouden we weer huiswaarts gaan.
We startten die ochtend vanuit Refuge Orisson op 780 meter hoogte en moesten om Roncesvalles te bereiken over de 1338 meter hoge Col de Bentarte. De dag ervoor hadden we vanuit Saint-Jean-Pied-de Port het eerste deel van de klim, bijna 600 meter, al gedaan. Het miezerde een beetje en het zicht was slecht en na 10 minuten lopen was ik de twee Everts dus uit het oog verloren. Gewoon doorlopen dan maar. Maar naarmate we hoger kwamen nam de wind toe en viel de regen niet meer recht naar beneden maar ze werd door de wind horizontaal voortgestuwd. Ik had nieuwe wandelschoenen aan, maar die hadden nog met vochtwerende spray waterdicht gemaakt moeten worden.
En ik had nog zo, maar dat was misschien al een paar jaar daarvoor, met ze afgesproken dat we bij de tocht over de Pyreneeën, in die hoge, gevaarlijke bergen, bij elkaar zouden blijven. Maar ik heb ze niet teruggeroepen toen ze langzaam maar zeker verder van mij weg liepen. Om kort te gaan: ik heb mij omgedraaid en ben terug gaan lopen naar Saint-Jean-Pied-de-Port.
De reis en de bestemming
De Pyreneeën ben ik uiteindelijk nooit over gekomen. Ik was 15 jaar lang bijna elk jaar een week van huis geweest en het paste mij niet om perioden langer dan een week het gezin achter mij te laten met twee beginnende pubers thuis. We zouden het een paar jaar later wel afmaken. Maar opeens hoorden we dat Boeddha Evert besloten had, misschien op aangeven van zijn echtgenote, op z’n eentje de Camino door het Noord-Spaanse land te gaan lopen naar Santiago de Compostela.
Evert had niet zo veel zin meer in lange tochten en ik zag op tegen de drukte op dat Spaanse deel van de Camino, waar toeristen uit de hele wereld op afkomen. Ik was bang dat ik daar heimwee zou krijgen naar het fijne, intiemere Zuid-Frankrijk. Boeddha Evert heeft het heel erg naar zijn zin gehad daar in Spanje, dat vertelde hij nog eens een paar dagen voor zijn overlijden, begin dit jaar. Zijn reis zat erop. Maar voor Evert en voor mij was het Santiago-boek gesloten.
Tijdens de tocht heb ik in die jaren nauwelijks gedacht aan Santiago de Compostela. Het ging om het lopen, van minuut tot minuut, van uur tot uur, van dag tot dag, een week lang en dan een jaar later weer verder waar we gebleven waren 2). De bestemming was uiteindelijk niet die bedevaartsplaats, maar alle wegen, weggetjes en paden die we gegaan zijn, de buitenlucht, de ontmoetingen, de restaurants, pensions en zelfs campings waar we hebben overnacht 3) en de tijd die we met z’n tweeën en later met z’n drieën hebben doorgebracht. Ik zou het zo weer doen en ik werd weemoedig toen ik pas geleden die mannen zag lopen in die prachtige TV-serie Dwars door de Lage Landen.
_________________
1) Bij het biljarten zijn er drie ballen. Je stoot met de punt van de queu (het lange stuk hout) tegen één van de witte ballen, die daarna dan de twee andere ballen moet raken; lukt dat, dan heet dat een carambole.
2) De route: we hebben in Nederland het Pieterpad gelopen, in België, Luxemburg en een stukje in Noord-Frankrijk de GR 5 die in Nice eindigt. Vanaf Metz hebben we zelf de route uitgezet tot in Zuidwest-Frankrijk, waar we de laatste 300 km over de GR 65 hebben gelopen, dat is de Via Podiensis, de oostelijke pelgrimsroute naar Santiago, die het decor vormt van De Camino van Anya Niewierra. Evert en ik hebben meer dan 2000 km gewandeld in 109 dagen, verdeeld over 29 etappes de eerste in 1989 en de laatste in 2008. Boeddha Evert heeft de laatste 600 km met Evert en mij meegelopen en heeft daarna nog ruim 800 km gelopen naar Santiago de Compostela.
3) We hadden een keer tentspullen inclusief butagasje bij ons en blikjes witte bonen in tomatensaus en knakworstjes; toen heb ik wel geleden onder het gewicht op mijn schouders en heb ik om meer dan één reden genoten van het wegwerken van de blikjes voer.
O O O O O O OO O O O
Foto: pexels.com, Eberhard Gross; wegwijzer bijgeplaatst door Jan
Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.
Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; op de die website staan ook alle eerdere berichten uit de werelden van Jan.
Geef een reactie op Kwartaalbericht 2025 – I – De werelden van Jan … en alleman Reactie annuleren