
OVER WISSELENDE CONTACTEN OP DE ZATERDAGMIDDAG
Twee weken geleden ging ik met een collectebus op pad om geld in te zamelen voor Amnesty International. Het was al de derde keer. Ik ben donateur en werd een paar jaar geleden gebeld of ik met de collectebus in de buurt wilde rondgaan en dat deed ik omdat ik geen nee kon zeggen. En zo is het gekomen.
Het is altijd even wennen. Je belt aan, doet je korte introductie, en dan krijg je geld of niet. Dat wordt bij mij als ik niet oppas emotioneel vertaald door: word ik gewaardeerd of word ik afgewezen. Daar moet ik me even op instellen. Daarna gaat het eigenlijk vanzelf.
Ik werd vaak met open armen ontvangen:
“Ik zal u vertellen: ik ben al 26 jaar donateur van Amnesty, maar ik doe ook wat bij u in de bus” of men gaat direct al naar achteren om geld te halen.
Of ze hebben geen geld in huis en zijn ook niet bedreven in het gebruik van de QR-code, of zeggen dat ze principiëel mensen niet aan hun geld laten zitten via zo’n mobiel.
Of ze doen de deur open, kijken je aan en laten dan een diepe zucht horen en dan na drie seconden
“Nee, ik doe het niet”.
Of ze hebben andere keuzes gemaakt:
“Ik doe alleen Kanker en het Leger des Heils”.
Een mooie variëteit.
Er zijn veel redenen te bedenken waarom mensen reageren zoals ze reageren. Een heel primaire is: ik zie iemand met een bus, die wil iets van mij afpakken. Een andere kan zijn: ik zie iemand en ik doe wat in de collectebus omdat dat sociaal passend gedrag is. En weer een ander zou kunnen zeggen: ik heb over het doel van de collecte nagedacht en geef omdat ik dat een goede zaak vind, of het tegendeel. Presidenten worden gekozen omdat ze er zo sympathiek en geloofwaardig uitzien; dat soort afwegingen zal ook aan de deur wel gemaakt worden.
Er was trouwens een reeks van acht huizen naast elkaar waar ze allemaal een sticker op de deur (kost 99 cent per sticker) hebben met de tekst: “NEE Géén collectes, verkopers of geloofsovertuigers”. Zouden ze dat met elkaar hebben afgesproken?
Omdat er in onze wijk al genoeg vrijwilligers waren, had ik dit jaar een andere wijk van ons dorp gekregen. Een wat oudere wijk dan waar wij wonen, met echt heel leuke huizen uit de jaren dertig, vaak twee-onder-een-kap, die allemaal verschillend waren, met mooi houtwerk rond de voordeur en aan de erkers en balkons. Het maakte een knusse indruk, het was prettig door die wijk te lopen. Maar ik zou daar toch niet willen wonen, er is daar minder groen dan in ons wijkje en in die andere wijk zit je vlak bij de weg naar Zandvoort, die als het een beetje mooi weer is op zondagmiddag om 2 uur al helemaal vaststaat. Bij ons hebben ze geen stoepen langs de straten, er ligt alleen maar een stuk asfalt. En als ik door onze straatjes rijd of loop heb ik daardoor soms het idee dat ik daar op vakantie ben, in zo’n bungalowpark van Centre Parcs of zo.
Er waren ook grotere, vrijstaande huizen in die wijk waar ik liep. Zo kwam ik langs een huis met een grote oprit met een enorm, meer dan manshoog tralie-hekwerk ervoor en ik liep onbewust door. Even later werd ik me er bewust van dat ik me heb laten leiden door dat grote, zwarte hek. Ik heb het niet gezien als een stuk verplaatsbaar metaal, maar er de functie aan gekoppeld, namelijk tegenhouden, en een emotie: hier ben ik niet welkom en daarbij ook nog een verwachting: hier krijg ik niets. Ik draaide me om, belde aan bij de intercom aan de zijkant van het hek en werd vriendelijk te woord gestaan. Het grote hek schoof langzaam open en toen ik bij de huisdeur was stond een man, veertiger, klaar met zijn mobiel al in zijn hand om met de QR zijn donatie te doen.
Het viel me op dat veel mensen op de zaterdagmiddag de deur open doen en dan een dubbel slot nog van de deur moeten doen. Er waren ook twee adressen waar de mensen naar boven gingen omdat daar hun portemonnee lag. Eén van hen was een heel moeilijk lopende vrouw die eerst van boven was gekomen om de deur open te doen en daarna nog naar boven moest om haar geld te halen. Dat deed me wel wat.
Soms stopten mensen papiergeld in de collectebus, maar dat stak er dan nog een beetje uit. Ik ging dan, duidelijk zichtbaar voor de gever, met het plastic ID-kaartje het geld verder de bus in duwen. Het zal me toch niet gebeuren dat mensen denken dat ik het geld er uit zou willen halen. Sinds het ballonnetje van toen ik vijf jaar was heeft niemand me ooit betrapt op stelen.
Zo al wandelend, tussen alle vriendelijke reacties en afwijzingen in, heb ik wel eens de neiging te kijken naar de vraag of het eigenlijk wel nut heeft of, zoals een vroegere baas wel eens tegen mij zei: “En dan denk ik, nietwaar, Jan, dan denk ik, ik zal maar zeggen, nietwaar, waar zijn we in vredesnaam mee bezig, niet waar?“
Ik had ongeveer 125 euro in de bus gekregen en er waren een stuk of tien QR-betalingen, zeker 50 euro bij elkaar. In ruim 2 uur collecteren zeker de moeite waard. Met een mooi doel dat praktisch helemaal steunt op particuliere donaties.
Maar ik heb wel mijn vraagtekens bij de collectes voor ziektes; voor elke ziekte is er wel een stichting (met een directeur en personeel). De zorgkosten in Nederland bedragen 115 miljard euro, als je dat omslaat naar de 15 miljoen Nederlanders van 18 jaar en ouder, is dat 7500 euro per persoon!! Moeten er dan nog organisaties zijn die vrijwilligers langs de deuren sturen om daar nog een paar euro-tjes bij te halen? Kunnen die extra euro’s dan niet beter naar landen waar mensen bij bosjes doodgaan omdat er geen eten is en er ook niet genoeg medicijnen zijn? En nog veel meer van dat soort gedachten.
Maar ik heb besloten om er voor te zorgen dat ik altijd geld bij de hand heb om iedereen die met een collectebus voor de deur staat, en voor welk doel hij of zij dat ook doet, weg te laten gaan met een glimlach. Twee mensen blij.
PS. Als je thema’s herkent uit eerdere stukjes, dan is dat geen toeval.
O O O O O O O O
Foto: Johan Leo Koet
Eerdere berichten zijn te vinden op www.dewereldenvanjan.blog
Reageren naar Jan: mail naar koetjwm@gmail.com
Reacties die je hieronder invult kunnen voor andere lezers zichtbaar worden.
Plaats een reactie