71. Ik wist niet dat ik het in me had

OVER ZINTUIGEN, VAARDIGHEDEN EN OORDELEN

Hoeveel hadden we er ook alweer? Ergens in het voorjaar van 2023 schreef ik over de vijf bekende zintuigen en wat we nog meer over de buiten- en binnenwereld voor mogelijkheden hebben om die waar te nemen. Het waren er blijkbaar zo veel dat ik zelf de tel al kwijt was geraakt. Aristoteles kon ze op één hand tellen (de wijsvinger van zijn andere hand kon hij daarvoor gebruiken). Maar ik had al gehoord van een boekje met de titel Super Senses waarin ons hele waarnemingsvermogen werd opgedeeld in 32 zintuigen.  

Binnen – buiten

Ik heb dat boekje over de “Super Senses” bekeken. De schrijfster heeft niet alleen gekeken naar hoe wij onze buitenwereld waarnemen. Aristoteles zal zelf ook wel gemerkt hebben dat als hij aandrang voor een stoelgang ervaart, dat hij dat niet in de eerste plaats waarneemt door te zien, te horen (nou ja), te ruiken (nou ja), te proeven of door de tastzin. Nee, hij voelt de aandrang in of rond zijn darmen, maar hij kon daar geen zintuig bij bedenken. Er gebeurt van alles in het lichaam en dat wordt vastgesteld door zenuwen die informatie doorgeven aan gebieden elders in het lichaam, meestal de hersenen. Daar weten ze welke maatregelen passend zijn naar aanleiding van de ontvangen informatie. En dus zoekt Aristoteles een plek waar hij zich rustig kan wijden aan wat zijn lichaam van hem verlangt.

Emma Young beschrijft er heel veel en ze komt aan zo’n groot aantal onder meer omdat wat wij één zintuig noemen feitelijk bestaat uit verschillende groepen sensoren die soms ook nog in verschillende hersengebieden verder worden verwerkt. Een voorbeeld is de smaak. Voor elke smaak (en er zijn er vijf: zoet, zout, bitter, zuur en umami) zijn er aparte smaakzenuwen in de mond en er is een apart gebiedje in de hersenen voor elke smaak. Een ander voorbeeld is het zien. Er is een circuit voor wat er wordt waargenomen met kleur en licht. Maar daarnaast is er een apart systeem dat het verloop van de lichtsterkte op een dag registreert en dat doorgeeft aan het hersengebied dat gaat over slaap-/waakritmes en niet naar het visuele gebied. En zo worden we slaperig als het tegen de avond schemerig wordt. 

Ruiken

Er is altijd veel te doen om de reukzin. Wij kunnen wel niet zo goed ruiken als bijvoorbeeld honden, maar als we onze reukzin actief gebruiken, bijvoorbeeld beroepshalve, zijn er ongelooflijk veel samenstellingen te onderscheiden. Denk maar even aan de wijnproevers die zelfs het oogstjaar, de soort en de locatie van het “Chateau” kunnen bepalen zonder het etiket te bekijken. En er is een vrouw die kan ruiken of iemand Parkinson heeft. 2)

Bij ruiken moet ik altijd denken aan het gedrag van honden. Als ze elkaar tegenkomen wordt er eerst neus-aan-neus geroken en dan, soms achteloos in het voorbijgaan, onder de staart. Misschien hebben wij dat vroeger in de evolutie ook wel gedaan, alleen werd dat wat onhandig toen de mens op twee poten ging lopen, want stel je eens voor hoe dat op de Koopgoot zou moeten gaan als iedereen van elke tegemoetkomende voetganger de achterzijde zou moeten besnuffelen; ik denk dat er snel afspraken zouden komen dat je dat altijd wederzijds en tegelijk rechtsom doet. Het zou nu toch te veel gedoe geven. Maar ik denk wel dat we het nog in ons hebben. 

Van de zomer zagen mijn geliefde en ik door het droge grasland van Portugal ware snelwegen van mieren en die staan bij elke tegenligger even stil. Ik begreep dat ze elkaar even aanraken met hun voelsprieten, wat dus eigenlijk reuksprieten zijn. Dat doen ze dus om te ruiken of het een mier van dezelfde kolonie is en zo ja, dan stappen ze opzij en vervolgen ze hun weg.

Zingend afzuigen

Ik zet vaak muziek op als ik eten klaarmaak, een paar keer per week. Maar op een gegeven moment gaat de afzuigkap aan. Die maakt zoveel herrie dat ik niet meer kan onderscheiden welke muziek er wordt afgespeeld. Maar ik hoor wel dat er muziek is en daar word ik vrolijk van. Laatst zette ik na een half uurtje de afzuigkap weer uit en toen bleek dat er al lang geen muziek uit mijn boxje moet hebben geklonken; het nummer dat ik draaide toen de afzuigkap werd afgezet was al lang afgelopen en er was geen nieuwe opgezet. Maar in het geluid van de afzuigkap zitten ze blijkbaar allemaal verstopt; ik wist niet die dat in zich had. 

Luuk de Jong

Voetballers hebben geen ballistiekstudie 3) nodig om te weten waar een bal die weg is geschoten terecht zal komen. Als Luuk de Jong vanaf het midden van het veld naar het vijandelijk doel loopt om de zojuist door Tillman van rechts gegeven voorzet af te ronden met een doeltreffende kopbal, gaat hij niet uitrekenen waar die bal precies terecht komt, want hij weet dat als hij zijn looprichting in steeds dezelfde hoek houdt ten opzichte van de bal, dat ze dan onvermijdelijk met elkaar in botsing komen 4), waarop hij alleen nog maar een knikje hoeft te geven met zijn hoofd in de richting van een handig plekje tussen de keeper van de tegenpartij en de doellat en -palen. Het zou best kunnen zijn dat Luuk de Jong zich helemaal niet bewust is van het feit dat het zo gaat, omdat het volgens Gerd Gigenzer 5) een door de evolutie meegegeven vaardigheid is. Het schijnt zelfs dat iemand als ik die vaardigheid gewoon (nog) in zich zou kunnen hebben. Ik geloof alleen niet dat ik mijzelf of iemand anders daar ooit een plezier mee heb gedaan.

Rijvaardigheid

Nu we het toch over vaardigheden hebben, het volgende. Ik bracht mijn jongste dochter naar huis en reed in één van die straatjes achter de Overtoom, toen er voor mij een auto half op de weg stond die blijkbaar met een zeer ruime bocht van de rechterkant van de weg achteruit wilde inparkeren aan de linkerkant van de weg. Het was een vreemde manoeuvre, duidelijk van iemand die daar niet bedreven in was. Ik keek even of ik iets van de chauffeur kon waarnemen. “Een vrouw!”, zei ik. Ik weet niet met welke toon ik het zei, maar de reactie van mijn dochter was duidelijk: ik was ouderwets, ongelooflijk discriminerend en waarschijnlijk nog wat meer. Ze was al uit de auto gestapt en ik zei nog: “Ja, maar vrouwen kunnen nu eenmaal niet goed inparkeren”. De toon werd luider en luider en als echte Jordanezen waren we naar elkaar aan het schreeuwen. Uiteindelijk stapte ze haar woning in en zei ik tegen mijn zoon, die ook meereed: “Dat was niet zo handig van me”. En ik heb er daarna nog wat over nagedacht en moet constateren dat er toch iets niet helemaal goed zat in mijn hoofd, want het was toch neerbuigend en het moet een soort triomfantelijkheid hebben bevat. Nog erger werd het toen ik las dat het gewoon onzin was wat ik zei. Er zijn onderzoeken die juist aantonen dat vrouwen beter inparkeren; zo maken ze minder schade dan mannen bij het inparkeren ondanks dat ze minder vaak gebruik maken van hulpmiddelen als een achteruitrijcamera. 

Ik wist niet dat ik het (nog) in me had. Een mooie overgang naar onderwerpen als schaamte, schuld en spijt die volgende keer langs komen.

__________________

1) Emma Young. Super Senses; the science of your 32 senses and how to use them.2021.

2) Ronald Veldhuizen. Mensen kunnen wel tot een biljoen geuren onderscheiden, en meer lessen over onze neus. In Volkskrant 26 augustus 2022.

3)Ballistiek is:  de leer van de banen van niet-geleide projectielen in de lucht  (Van Dale, 1999)

4) Dezelfde wet die Luuk de Jong gebruikt in zijn run op de bal speelt ook bij de risico’s van polderblindheid. Als we langdurig over een rechte weg rijden in een weinig opwindend landschap ontstaat een verminderde oplettendheid. Je blik ligt vast op een punt in de verte en van de hele breedte van wat er op je netvlies terecht komt bereikt bijna niets je bewustzijn. Stel dat je op die weg 80 km per uur rijdt en op dezelfde afstand van de gelijkwaardige kruising die je straks bereikt komt er met dezelfde snelheid van rechts een auto. Die zit dus in een hoek van 45 graden ten opzicht van je rijrichting. In eerste instantie valt je niets op, het is nog een puntje en omdat die hoek steeds hetzelfde blijft is het enige dat er op je netvlies verandert het groter wordende puntje maar dat zit buiten bereik van waar je je aandacht op hebt gericht. Je voelt hem al aankomen: ze knallen bij die kruising tegen elkaar. (“en dan hoor ik Tatatata – op de melodie van EHBO –  en ik had al zo’n hoofdpijn”;  Freek de Jonge, Neerlands Hoop, 1969).

5) Gerd Gigerenzer. Kracht van je intuïtie. De intelligentie van het onbewuste.2007/2022 Oorspr: Gut feelings. The intelligence of the unconscious. 

O O O O O O O O O O

Foto: AmazingArtWork via pixabay.com

Reacties zijn van harte welkom; openbare reacties kun je hieronder plaatsen; reacties naar Jan kun je sturen naar koetjwm@gmail.com.

Op http://dewereldenvanjan.blog kun je je aanmelden voor wekelijkse toezending; je kunt daar ook alle voorgaande berichten bekijken.

Plaats een reactie